Een huiskamer vol kleinkunst

Theaterdirecteur Frank Verhallen vindt dat een theater moet beginnen bij de voordeur en niet pas in de zaal. ’Zijn’ Koningstheater in Den Bosch bestaat tien jaar.

Een kijkje nemen achter de schermen, wie wil dat nou niet? Struinen door een lege theaterzaal, staan op het podium alsof je zelf de artiest bent en neuzen in de kleedkamers naast het toneel. Afgelopen weekend hield het Koningstheater in Den Bosch open huis ter gelegenheid van het tienjarig bestaan.

In 1997 begon Frank Verhallen, toen nog werkzaam als docent Nederlands en theaterrecensent van ’Trouw’, een klein theaterzaaltje binnen het Koning Willem I College. Daar waren het eerste seizoen zestien voorstellingen te zien. Door omstandigheden volgde in 2004 een verhuizing naar het centrum van Den Bosch, vlak om de hoek bij de ’grote broer’ het Theater aan de Parade.

Een kleine zaal met een 188 stoelen waar jaarlijks inmiddels een kleine 300 voorstellingen te zien zijn. Een gat in de markt, ontdekte Verhallen.

„Den Bosch had geen kleinkunstplek, als ik mooie dingen wilde zien, moest ik in Brabant naar Tilburg, Breda of Eindhoven. Het leek wel een blinde vlek. Ik was leraar op die school met een zaal en zei: laten we deze plek tot theater maken en daar juist het genre laten zien dat in Den Bosch ontbreekt. Dat nieuwe podium voor kleinkunst was meteen een succes, we gingen in korte tijd van 40 naar 200 voorstellingen per seizoen. Artiesten wilden hier ook weer graag komen spelen, ze kenden Den Bosch bijna niet meer.”

,,Kleinkunst is mijn grote liefde, dus ik begon iets waar ik in thuis was op een plek waar er behoefte aan was. Beter kan niet. Nu zitten we op 270 voorstellingen per jaar en 320 zaalbezettingsdagen. Er is hier zeven dagen in de week kleinkunst, er wordt gespeeld, gerepeteerd en voorstellingen gemonteerd.”

En er wordt les gegeven. Verhallen is nog steeds docent aan de Koningstheaterakademie, een succesvolle hbo-kleinkunstopleiding die hij in 1999 begon samen met zijn vrouw Anita Uitde Haag.

Een vrouw komt de foyer binnenlopen. Ze vindt het Koningstheater een prettig theater. En: niet duur. „Jullie hebben tenminste normale prijzen”, zegt ze tegen Verhallen. „Voor 15 euro kun je nog eens een keertje gaan.”

Verhallen hanteert bewust geen hoge prijzen, naar het theater gaan moet geen drempel opwerpen. „We hebben ook geen theatertoeslag, maar wel een museumeuro. Daarvan wordt bijvoorbeeld een schilderij gerestaureerd of de vleugel van Fien de la Mar, mocht dat nodig zijn. Dingen in ieder geval die we nooit zouden kunnen doen als we dat geld niet hadden. Het gaat niet in de exploitatie zitten of in het personeel. Geen gekke dingen, geen poespas, gewoon duidelijk en helder.”

Het credo dat Frank Verhallen hanteert is: een theater begint al bij de voordeur en niet pas in de zaal. Dat is te zien. Achter de gevel van het Bossche theater schuilt een intieme ruimte om koffie te drinken en je jas op te hangen.

Wie om zich heen kijkt, ziet dat het volhangt met schilderijen en rekwisieten uit diverse voorstellingen: het Koningstheatermuseum. Een groot aluminium gevaarte hangt aan het plafond. Met kogels beschoten, zodat er ’Ruwe pit’ te lezen is. Het decorstuk komt uit het gelijknamige derde programma van cabaretier Theo Maassen.

De salsa-negerin waar Jochem Myjer mee danste in zijn show ’Yeee-haa!’ is te zien en de scripts van de voorstellingen van de vorig jaar overleden Bert Klunder liggen uitgestald.

Maar ook de rode jurk waarmee Lenny Kuhr in 1969 het Songfestival won, een ontwerp van Frank Govers, is te bewonderen. Inclusief haarspeld.

Verhallen is, naast theaterdirecteur, een notoire verzamelaar en krijgt veel van de attributen voor in het Koningstheatermuseum. Zo af en toe koopt hij wat. Geen budget voor, dus dat gaat uit eigen zak. Het museum vormt een wonderlijke mengeling van oude en nieuwe geschiedenis.

Een door Corry Vonk geborduurde lap met ’Wim Kan’ erop – omdat Vonk in de coulissen altijd zat te borduren als haar man optrad – ligt in dezelfde vitrine als de pruik van Annie, de creatie waar Marjolein Meijers jarenlang mee optrad bij de Berini’s maar waar ze vorig jaar afscheid van nam.

In één oogopslag is duidelijk dat hier een liefhebber de scepter zwaait. Frank Verhallen behoort tot het uitstervende ras van gepassioneerde theaterprogrammeurs die met zijn keuzes het publiek wil laten kennismaken met iets dat ze nog niet kenden. Noem het opvoeding, noem het eigenwijsheid, feit is dat Verhallen in het Koningstheater een bijzondere doorsnede van het kleinkunstaanbod laat zien waarbij de oprechtheid van de maker voorop staat.

„In eerste instantie is het mijn keus, mijn eigen liefde voor wat iemand maakt. Het geloof in het kunstenaarsschap van een artiest. Dat woord is belangrijk, want als ik daar niet in geloof, hebben we een probleem. Het hoeft echt niet om mij te draaien, maar ik vind dat een artiest moet denken: het Koningstheater is een bijzondere plek, het is voor mij een eer dat ik er sta en voor al die mensen in de zaal moet het een eer zijn dat ik kom.”

Zo komt het dat de grote namen in het cabaret – Youp van ’t Hek, Brigitte Kaandorp, Freek de Jonge – allemaal graag naar Den Bosch afreizen.

Soms voor een inspeelvoorstelling, soms om iets af te maken wat ze begonnen zijn. Verhallen: „Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten starten hier hun programma’s op. Ook het huidige: ’Prediker & Hooglied’. Dat was voor hen een moeilijke, maar belangrijke week. Ze wisten daarna hoe het niet moest, maar ze hadden ook al het idee waar het wel naartoe zou gaan. Zij staan dit seizoen alleen in de grote zalen, maar wilden toch graag terugkeren op de plek waar het begon. Daar word ik erg blij van.”

De programmering voor het huidige seizoen kent verder veel jong talent en bestaat voor meer dan de helft bestaat uit muziek- of muziektheatervoorstellingen. Het jubileum werd feestelijk ingeluid door een bijzondere combinatie van kleinkunstenaars: Raf Walschaerts, bekend van het Vlaamse duo Kommil Foo, trad op met Katinka Polderman, afgestudeerd aan de Koningstheaterakademie. Een gelegenheidsvoorstelling met liedjes van beiden.

De sfeer is gemoedelijk, er worden terloops grappen over en weer gemaakt, verhalen verteld en de songs dwarrelen losjes over het publiek. Alsof we in een huiskamer even mogen meegenieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden