Een huisaltaar is een spiegeling van de ziel

Een huisaltaar is vaak een heel intieme plaats. Het vertelt over iemands leven, over dat wat vreugde heeft gegeven of pijn, over wat voorbijging of bleef, zegt onderzoekster Elisabeth Koops.

„Door te spreken over de altaren kom je heel dicht bij iemands geloofsbeleving,” zegt Elisabeth Koops (32). „Die persoon laat zien waar hij of zij zich ten diepste mee verbindt. Ik word er eerbiedig van als iemand dat met mij deelt, ik beschouw het als een cadeau.”

Koops studeerde in 2006 af op het onderwerp huisaltaren aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit van Groningen. Nog altijd tekent ze de verhalen op van mensen die thuis een stilteruimte hebben ingericht, een meditatieruimte of altaar.

„Niet iedereen zal het woord ’altaar’ gebruiken”, zegt Koops. Misschien omdat ze het associëren met een offerplaats. Of om andere redenen die ze niet kent, zoals ze ook geen sluitende definitie van het huisaltaar kan geven. „Ik heb ernaar gezocht, maar het is te divers en te persoonlijk.”

Koops kan wel kenmerken van huisaltaren aangeven. Zo is het vaak een afgegrensde ruimte waar verbinding wordt gezocht met het goddelijke, of waar rituelen plaatsvinden als het ontsteken van een kaarsje. Ook wierook en heiligenbeelden ziet ze veel terugkomen. „New age altaren worden vaak ingericht met edelstenen en de vier elementen, maar voor de rest kan het van alles zijn waar mensen hun altaar mee inrichten.”

Een fascinerend kenmerk van altaren vindt Koops de gelaagdheid: „Het is meestal een dynamisch geheel. Soms komt er een beeld bij, of er verdwijnt het een of ander. Attributen die op een bepaald moment belangrijk zijn, worden naar voren gehaald, anderen verdwijnen daarmee juist naar de achtergrond.”

Sommige altaren onttrekken zich zelfs geheel aan het zicht. „Mensen hebben een altaar in de slaapkamer, in een aparte andere kamer, of achter een klep in de kast”, zegt Koops. Er staat bijvoorbeeld een groot Mariabeeld in de hal met kaarsjes erbij en er wordt wierook gebrand. Iedereen mag het zien en bewonderen. Maar het échte altaar is vaak onzichtbaar, laat zich niet zomaar tonen aan anderen.

„Dat wat niet direct zichtbaar is, heeft te maken met kwetsbaarheid”, meent Koops. „Dat deel is echt speciaal, misschien wel heilig voor iemand. Als je dat te zien krijgt, kom je bij iemand binnen.”

Koops beschouwt de altaren in zekere zin als een afspiegeling van de ziel. Ze vormen daarom voor geestelijk verzorgers, pastors en predikanten een mooi aanknopingspunt voor gesprekken over zingeving en geloofsbeleving. „Het levert mensen veel inzicht op. Juist omdat altaren zo beeldend zijn, heb je mooie ingangen voor gesprekken.”

Wat mensen hopen te vinden bij hun altaar is heel verschillend. Koops: „Sommigen zoeken rust, of mediteren er. Anderen zoeken contact met overledenen of met de goddelijke wereld. Ze zoeken naar God, naar zichzelf en naar God in zichzelf.”

Altaren zijn dan ook meestal een individuele aangelegenheid. „Ik heb nog niet gezien dat twee mensen voor hetzelfde altaar gaan mediteren”, zegt Koops. Ik denk dat het minder gebruikelijk is om gezamenlijk een altaar te hebben.”

Alleen en toch samen zijn de altaren die je op internet kunt maken. Je kunt er bijvoorbeeld virtuele kaarsen ontsteken voor overledenen. „Misschien hebben mensen die voor internetaltaren kiezen zelf geen ruimte. Of een altaar is niet gewenst in huis”, denkt Koops. En ten slotte hebben sommige mensen gewoon heel veel affiniteit met internet.

Anders dan eerder onderzoek doet geloven, zijn het volgens Koops lang niet allemaal vrouwen die huisaltaren inrichten. De gedachte hierachter is dat vrouwen in de patriarchale kerk geen bevredigend beeld van God vinden. Vrouwen zouden zoeken naar de vrouwelijke kant van God. „Dat kan zo zijn”, zegt Koops, „maar ik spreek juist veel mannen met huisaltaren. Het beeld dat het vooral iets zou zijn voor vrouwen, vind ik dan ook niet kloppen.”

Een altaar is voor zowel mannen als vrouwen een uitingsvorm van een herwaardering en toe-eigening van religie, volgens Koops. Na de ontzuiling en met de ontkerkelijking is de behoefte gebleven om uiting en vorm te geven aan spiritualiteit, verbinding met het goddelijke, of om overledenen te gedenken.

„Mensen willen dat doen op een persoonlijke manier”, verklaart Koops. „Het afzetten tegen de kerk is geweest. Religie mag weer.”

Vroeger hing er een kruis in vrijwel ieder huis. Bij protestanten zonder Jezus, bij katholieken mét. „Daarmee liet je zien dat je christelijk was”, zegt Koops. Katholieken hebben van vroeger uit al huisaltaren. Vanaf de negentiende tot halverwege de twintigste eeuw hadden de meeste katholieke huishoudens een Mariabeeld of een Heilig Hartbeeld.

Toch heeft Koops voornamelijk protestanten gesproken over hun altaren. „In Groningen zit een winkel waar je heiligenbeelden kan kopen. De eigenaar vertelde me dat hij vooral Mariabeelden aan protestanten verkoopt.” Volgens Koops is het een mooi voorbeeld van de herwaardering en toe-eigening van religie. „De Bhagavadgita en de Bijbel kunnen ook naast elkaar liggen op de altaren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden