Een huis voor vogels is brandschoon en winddicht

Het lijkt een wat beroerde timing, we hebben sneeuw en ijs nog niet achter de rug of de Vogelbescherming begint al over de Nationale Week van de Nestkast (15 tot en met 21 februari). Maar die dingen moeten hangen voor het broedseizoen begint, en bij de meeste holenbroeders begint de nesteldrang te borrelen. Let maar op, zegt woordvoerder Hans Peeters: „Zodra de eerste zonnestralen zich aandienen en de temperatuur stijgt, zingen de mezen de longen uit hun lijf. Nog even en ze gaan op zoek naar een partner en struinen de buurt af naar een goed stekkie.”

Nestkasten zijn niet bepaald natuurlijk, maar volgens de Vogelbescherming goed te verdedigen, omdat tegenwoordig te veel kieren en gaten in huizen worden gedicht en de meeste heggen zijn vervangen door schuttingen. Er is een tekort.

Maar wat is een goed huis voor tuinvogels? Typ nestkast of vogelhuis – of liever nog birdhouse – en internet toont de gekste dingen. Een flat voor mussen, oud-Hollandsche villa’s, groene krokodillen met een gat in hun buik of kekke designkastjes. Heel origineel, maar niet gezegd dat ze volle nesten opleveren. De Vogelbescherming signaleert steeds meer kaf onder het koren en beveelt zelf kasten aan van CJ Wildbird Foods en Vivara.

Wat design betreft zijn vogels niet kieskeurig; in de natuur doen ze het ook met de holen die voorhanden zijn. Maar felgekleurde hokjes lokken roofdieren, en dat maakt ze ongeschikt. Ook moet een nestkast lek- en winddicht zijn, maar wel ademend, want kleine vogeltjes produceren behoorlijk wat vocht. In een hokje van plastic zonder luchtgaten krijgen de beestjes het te warm. Ook strakke metalen kasten werken niet: staat de zon erop, dan worden de kleintjes gestoofd. Hout en houtbeton voldoen het best.

Dan de deuropening: de doorsnee is bepalend voor wie zijn intrek neemt. Een pimpelmees heeft zo’n 26 millimeter nodig. De iets grotere koolmezen en kuifmezen, maar ook bonte vliegenvangers en boomklevers, gaan het liefst door een opening van 32 mm. De roodborst heeft voorkeur voor een half open kast. Landingsplankjes of trapjes zijn niet nodig. Er zijn enkele soorten die best een stokje voor de deur willen, zoals de gekraagde roodstaart, maar die is zo zeldzaam dat je die nooit van je leven naar je tuin zult lokken.

Ook moeten de kasten stevig hangen. Niet op het westen of noordwesten, want dan slaat regen naar binnen. Ook niet vol in de zon, vanwege het stoven. Hoogte maakt de meeste vogels niet uit: in de natuur broeden kool- en pimpelmees net zo lief in de grond. Het is echter niet zo’n leuk gezicht als de kat van de buren er makkelijk bij kan.

Hangt er nog een nestkastje van voorgaande jaren in de tuin, dan moet dat grondig schoongemaakt: alle resten eruit en schrobben met heet water. Een vogelpaar treft de de boel graag spic & span. Niet omdat ze vies zijn van hun voorgangers, maar na het toezingen van de partner en het zoeken van een geschikte broedplaats, is het gezamenlijk aandragen van grasjes en mos een belangrijk onderdeel van het paringsritueel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden