Een huis, gesluierd

Ongenaakbaar, dat huis. Begin jaren tachtig maakte ik als student antropologie met jaargenoten een film over het landgoed Twickel, over de verhouding tussen heren en boeren. Die heren, dat waren toen de leden van het stichtingsbestuur van het goed bij Delden, in de film vertegenwoordigd door de toenmalige rentmeester.

We wilden onderzoeken wat er in moderne tijden nog restte aan feodaliteit en paternalisme. We spraken naast de rentmeester, die een statig kantoor bewoonde, ook met twee generaties pachtboeren, van wie de oude nog gewoon was de pet af te zetten als de baron passeerde. De verhoudingen waren, nu het goed als een modern rationeel bedrijf werd gevoerd, zakelijker, maar helemaal verdwenen waren de standsverschillen toch niet.

In het hart ervan stond dat ongenaakbare huis, het kasteel, met zijn schatten.

Een oud lid van het stichtingsbestuur had tegen de huidige rentmeester Albert Schimmelpenninck al eens gezegd dat de ontoegankelijkheid van het huis de charme had van een gesluierde vrouw - dat moet in tijden zijn geweest dat van de Oriënt nog een geheimzinnige betovering uitging.

Beneden, bij de bodekamer, ontmoette ik Alexander. Hij had een hondje aan de lijn. Alexander is sinds 1994 betrokken bij Twickel, aanvankelijk als vrijwilliger. Nu bekommerde hij zich om het huis als een zorgzame huismeester. Tot zijn taken behoorde ook het wekelijks, dan wel dagelijks opwinden van uurwerken.

Ruim zeventig zijn er, en zestig ervan lopen. Hangklokken, wandklokken, staartklokken, pendules, eeuwen vol klokken, die tikken in de galerijen en salons, upstairs en downstairs, waar de personeelsvertrekken zijn. Ze tikken niet alleen, ze slaan ook, op hele en halve uren, met gongen, bellen en melodieën.

Als in een roman van Hermans, had Rob Bloemendal gezegd, de beheerder. In 'Een heilige van de horlogerie' moet de hoofdpersoon 1473 klokken in een Frans paleis lopend houden. Niet één mag er stil blijven staan, en zeker niet de Grote Klok, want die heeft gewichten zo zwaar, dat de klok bij stilstand door de vloer zakken zou. Je zag Hermans grijnzen.

Alexander was op Twickel de heilige van de horlogerie. Rob had me door het museale huis geleid, de sluier lichtend, langs de portretten van de Van Heeckerens en Van Wassenaers, en vooral dat van Cornélie, die als zestienjarige in 1815 het rijkste meisje van Nederland was, maar daarom nog niet voor het geluk geboren, want ze was na het vroege overlijden van haar ouders wees geworden. En ze leed aan scoliose, een vergroeiing van de wervelkolom, die maakte dat ze gebogen door het leven ging.

In olieverf keek ze zachtmoedig de galerij in, tussen het tikken van de klokken, een mooi regelmatig gezicht, het haar in sierlijke krullen.

Het huis schitterde nog, die hartslagen in alle vertrekken, de laatste baron en barones zouden er zo in kunnen terugkeren. Bij rondleidingen staan er nu verse boeketten op vazen. De magie deed zijn werk, niet alleen in dit huis, maar ook op het goed, de magie van eeuwenlang gekoesterde schoonheidsidealen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden