Een houtwal in ruil voor een huis

Laat de nieuwe bewoners van het platteland maar komen. Die kunnen in ruil voor een groene woonplek mooi de houtsingels en fietspaden terugbrengen in het landschap. Tegenprestaties zijn voor de Vrom-raad een harde voorwaarde voor bouwen in het groen. Vandaag presenteert de raad zijn advies 'Buiten Bouwen' aan minister Dekker.

Het is koud, nat en donker – en druk. Glanzende auto's laten zich al ver voor het gehucht Wetzens door jeugdige verkeersregelaars in de doorweekte berm dirigeren. Het terpdorpje, op de klei voorbij Dokkum, is zelfs in het donker een prachtig decor. Maar meer dan een decor is het niet, meent publicist Peter Karstkarel, een van de genodigden die in het afgeladen kerkje debatteren over bouwen op het platteland. ,,Dit soort dorpen zijn karkassen zonder vlees: te weinig inwoners om een echt dorp te zijn.”

Friesland telt meer dan 400 dorpen, waaronder 220 'lytskes' (kleintjes) met minder dan 500 inwoners – vaak veel minder. Wetzens telt er slechts zeventig. Dergelijke dorpen hebben het al moeilijk genoeg om hun voorzieningen op peil te houden. En dan lopen er gemeenten rond met plannen om er nog eens een splinternieuw dorp bij te bouwen. De logica daarvan ontgaat Karstkarel ten enenmale – en hem niet alleen.

Dit speelde zich half januari af. Met het debat op die winterse avond in Wetzens begon een tournee die Vromraad, de rijksadviseur voor het bouwen, naar illustere oorden als Landgoed Huis de Voorst (Eefde), Neeltje Jans (Vrouwenpolder) en Fort Wierickerschans (Bodegraven) zou voeren. Deze rondreis heeft het advies 'Buiten Bouwen' opgeleverd, dat de raad vandaag aanbiedt aan minister Dekker (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening). De stemmen van Peter Karstkarel en vele anderen klinken luid en duidelijk door in het advies – tot en met die term 'karkas zonder vlees'.

,,Voor mij was dat wel een eyeopener”, zegt landschapsarchitect Dirk Sijmons (1949), lid van de Vrom-raad. ,,Je kunt je afvragen of in een gemeente met 29 dorpen, een dertigste dorp de oplossing kan bieden voor de huidigeproblemen.” Niet dat Sijmons – sinds kort 's lands eerste rijksadviseur voor het landschap – nu mordicus tegen nieuwe dorpen is. Maar misschien is zorgvuldig 'mazen' – het opvullen van open plekken in de bestaande dorpen – voor sommige gebieden een betere oplossing.

Dit 'gevoelvol invullen' is moeilijk, dat wel. Moeilijker dan het 'gevoelloze aanplakken': het neerzetten van de gebruikelijke nieuwbouwwijkjes aan de dorpsranden, die bekendstaan als witte schimmel. Dat heeft het buiten bouwen een slechte naam bezorgd.

,,We hebben nooit ronduit ja of nee gezegd tegen buiten bouwen. En dus is er wel op het platteland gebouwd, maar op een besmuikte manier”, duidt Sijmons. ,,Architecten en ontwerpers zijn ervan weggelopen. Gevolg is dat goede, hedendaagse voorbeelden ontbreken. Het komt niet verder dan boerderettes met een dubbele carport en een smeedijzeren hek met springende paarden.”

Hij wil er niet al te denigrerend over doen – sommige mensen vinden dat nu eenmaal mooi. Maar het heeft de weerstand tegen buiten bouwen wel doen toenemen. En dat terwijl bouwen op het platteland tot ver in de jaren dertig heel gebruikelijk was, en tal van architectonische en landschappelijke juweeltjes heeft opgeleverd. ,,Zie de buitenplaatsen in de Beemster en de landgoederen langs de Vecht en de binnenrand van de duinen”, zegt Sijmons. ,,Daar kun je toch met heel veel plezier rondlopen.”

Gemeenten en provincies willen graag dat rijke particulieren eigentijdse varianten van dergelijke landgoederen opzetten, die voor het publiek toegankelijk zijn. Daar denken ze te lichtvaardig over, luidde de conclusie van het debat in Eefde: er zijn gewoon geen kopers voor. In Overijssel verwisselen jaarlijks nog geen tien huizen van meer dan 600 000 euro van eigenaar.De vraag naar de supertop van meer dan vier miljoen euro – de categorie waarin nieuwe landgoederen naar zeventiende-eeuws model vallen – is al helemaal te verwaarlozen. Rijke westerlingen blijken amper bereid om naar het oosten van het land te verkassen. Huizenkopers (ook de minder rijke) zoeken vooral in hun eigen regio.

De Vrom-raad kwam ook veelbelovende ideeën tegen. Zoals een plan van landschapsarchitect Ruud van Paridon voor een deel van Twente. Boeren stoppen daar massaal met hun bedrijf: nu al wordt de helft van de boerderijen door niet-boeren bewoond, in 2030 mogelijk 85 procent. Van Paridon stelt voor kleinschalige woningbouw toe te staan op bestaande boerenerven – maar niet zomaar. In ruil voor hun prachtplek krijgen de nieuwe eigenaren, via hun vereniging van eigenaren, de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de houtwallenen de aanleg van nieuwe paden.

,,De boerenbedrijven die wel door willen, kunnen de tussenliggende weilanden overnemen zonder met het onderhoud van de houtwallen te worden opgezadeld”, zegt Sijmons. Nog een voordeel: er komen paden terug in het landschap, zodat wandelaars en fietsers er weer in kunnen. Want met de ruilverkaveling na de Tweede Wereldoorlog is in heel Nederland zo'n 30 000 kilometer aan paden door de weilanden verdwenen.

Voor de Vrom-raad zijn dergelijke tegenprestaties een harde voorwaarde voor bouwen in het groen. Eigenlijk is dit uitgangspunt niets nieuws, aldus Sijmons. ,,Het is in een stad als Amsterdam al sinds de jaren dertig traditie. Recreatiegebieden als het Amsterdamse Bos, Spaarnwoude en het Twiske zijn aangelegd ter compensatie van stadsuitbreidingen.” Sijmons' eigen bureau H+N+S Landschapsarchitecten ontwierp als goedmakertje voor de hoofdstedelijke nieuwbouwwijk IJburg, midden in het IJmeer, een zogeheten luwtedam. Deze zandbank ligt vlak onder het water voor de dijk van Waterland, boven Amsterdam. Zo is een ondiep, beschut gebied ontstaan voor planten en watervogels.

Dit principe valt op allerlei niveaus toe te passen: van dicht bij huis – zoals in het Twentse plan – tot provinciaal. Zo kent Brabant sinds enkele jaren een ruimte-voor-ruimte regeling. Die is bedoeld om het aantal varkens in de provincie en het mestoverschot terug te dringen. Boeren die hun stallen slopen, krijgen daarvoor een vergoeding. Die wordt betaald uit de verkoop elders in de provincie van extra, royale bouwkavels. Tot dusver is het een succesvolle regeling.

Vraag is of dat zo blijft. Met haar recente Nota Ruimte maakt minister Dekker het makkelijker om op het platteland te bouwen. ,,En als je het al te makkelijk maakt, sla je de bodem onder dergelijke vereveningsregelingen uit”, zegt Sijmons. ,,Ze werken alleen bij schaarste. Hoe meer beschikbare ruimte voor nieuwbouw, hoe lager de prijs. En dan wordt het lastig om nog winst uit grondverkoop af te romen voor landschapsontwikkeling.”

Dat heeft Sijmons op de Nota Ruimte tegen: de overheid zet de sluizen voor het buiten bouwen te ver open.

,,Dekker kiest voor 'ja, mits'. Wij zeggen 'nee, tenzij'. Dat betekent dat provincies zeggen: wij zijn de beroerdsten niet. Maar je moet wel een bouwplan indienen dat er goed uitziet, en geld oplevert voor het landschap.” Bouwen op het platteland, verklaart hij, mag niet een gemakzuchtige manier worden om te voldoen aan de grote vraag naar nieuwe huizen. Om die reden moet het net zo moeilijk zijn een huis in het weiland neer te zetten, als tussen de andere huizen in een dorp of stad.

Rijksadviseur voor het landschap is Sijmons pas sinds 1 april. Hij gaat in die hoedanigheid toezien op de plannenmakerij voor de zogeheten 'Tien grote projecten' uit de Architectuurnota (2001): onder meer de Zuiderzeelijn, de Deltametropool en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hij wil beginnen met de Reconstructie Zandgebieden, bedoeld om het aantal intensieve veehouderijen in twaalf jaar tijd met 6000 terug te brengen. Voor de betreffende gebieden – zoals Oosten Midden Brabant, Noord-Limburg en de Gelderse Vallei– zijn momenteel reconstructieplannen in de maak.

,,Die plannen ga ik toetsen op hun landschappelijke kwaliteit”, zegt Sijmons. ,,Er zal worden gesloopt, de bedrijven die overblijven zullen in daartoe aangewezen gebieden worden samengebracht. Ik wil weten wat voor gebouwen daar komen te staan, hoe dat eruit gaat zien, wat voor erfbeplanting er komt. Dat is heel bepalend voor het aanzicht van grote delen van de betreffende provincies.”

Hoe het precies uitpakt, zal pas over enkele decennia duidelijk worden: dat is de aard van zijn vak, zegt Sijmons. ,,We moeten regels afspreken voor bouwen op het platteland, zodat we het niet opsouperen, maar er echt iets van maken waar bewoners en recreanten iets aan hebben. Zodat we over dertig of veertig jaar zeggen: dat is mooi gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden