Klein Verslag

Een hotelkamer is een bron van inspiratie

null Beeld Wim Boevin000
Beeld Wim Boevin000

Onder de titel 'Hotelkamerverhalen' verscheen dit voorjaar een opvallende bundel van de hand van Bas Kwakman. Opvallend omdat de auteur zijn verhalen illustreerde met tekeningen die hij van de hotelkamers in kwestie maakte.

En tekenaars, die koester ik graag. Lezende, in zichzelf gekeerde mensen zijn mooi, maar tekenende, zichzelf vergetende mensen zijn zo mogelijk nog mooier.

En dan die hotelkamers. Wat een oord van verbeelding. Hotelkamers zijn plaatsen buiten de wereld, ze hebben geen herinnering, ze ontvangen zonder aanzien, en ze zijn tijdelijk en voorbijgaand. Een hotelkamer is een mini-universum tegen betaling. Een universum vrij van moraal, hooguit een Bijbel in de la van het nachtkastje herinnert eraan.

Een podium van verlatenheid

Kwakman citeert Joseph Roth: 'Als mijn koffers weg zijn, komen hier andere te staan. Als mijn zeep ingepakt is, zal er bij de wastafel een ander stuk liggen. Als ik niet meer aan het raam sta, zal iemand anders hier staan. Deze kamer maakt zichzelf en jou en mij niets wijs. Als ik bij het naar buiten gaan achteromkijk, is de kamer al niet meer van mij. De dag duurt lang, want er is geen weemoed die hem kan opvullen.'

Een podium van verlatenheid, van overspel, van afstompende televisie tot diep in de nacht, van uitzichten op binnenplaatsen, stortkokers, parkeerplaatsen en soms een skyline.

null Beeld Wim Boevin000
Beeld Wim Boevin000

Ik benijdde Bas Kwakman om zijn boek. Hij kon bogen op ruime hotelkamerervaring, want niet alleen is hij beeldend kunstenaar, hetgeen zijn tekenlust kan verklaren, maar ook is hij al enige jaren directeur van Poetry International, en als festivaldirecteur veel onderweg, naar andere festivals, andere dichters en kunstenaars, om wie hij, met één voet in de werkelijkheid, zijn hotelkamerverhalen kon verfraaien.

Een onweerstaanbare combinatie

Hotelkamers en ontmoetingen. Een onweerstaanbare combinatie. Ik ga die verhalen hier niet navertellen, ze zijn heerlijk. En ze roepen eigen hotelkamers in herinnering. Grote en kleine, fraaie en treurige. Hotelkamers in films en boeken.

De eerder geciteerde Joseph Roth, schrijver in ballingschap, noemde zich een 'hotelburger' een 'hotelpatriot'. Het hotel was voor hem een vaderland. In Amsterdam logeerde hij lange tijd in kamer 12A van het Edenhotel aan het Damrak, dat zijn gasten met een veerpontje van het Centraal Station liet halen. Tot een avond bij iemand thuis liet Roth zich niet overhalen, omdat er altijd te weinig drank zou zijn. Hij had bovendien een afkeer van particuliere huizen. 'Häuser sind um in zu sterben.'

Ja, er zijn mensen zoals hij, die in hotels wonen en er het beste van maken en ik moet ook denken aan Nicholas Berggruen, de Duits-Amerikaanse investeerder en filantroop, zoon van de grote kunstverzamelaar Heinz Berggruen. Nicholas, enige tijd eigenaar van de warenhuisketen Karstadt, is ook iemand die jaren in hotelkamers woonde, in zijn geval suites ongetwijfeld, omdat hij van de lichtheid ervan genoot, een billionair zonder eigen villa met park, overal en nergens ter wereld thuis.

En films. Hotels in films. Daar zou je een hele beschouwing aan kunnen wijden. Ik denk hier alleen even aan Kubricks thriller The Shining en Charlie Kaufmans melancholieke Anomalisa.

In al hun leegte zijn hotelkamers diepe bronnen van inspiratie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden