Opinie

Een hoop gezeur in 'Huis Oostpool'

Toneelgroep Oostpool nam zaterdag in Arnhem met een voorstelling van 'Het Zouthuis' haar nieuwe 'werkhuis' in gebruik. 'Huis Oostpool' omvat een middelgrote theaterzaal, repetitieruimte en kantoren voor de twintig medewerkers.

Roofdieren zetten geurvlaggen uit. Toneelgezelschappen kunnen vandaag de dag niet zonder een eigen 'werkhuis', waar gerepeteerd, gepresenteerd en kantoor gehouden kan worden. Terwijl marktleider Toneelgroep Amsterdam alweer bezig is zich terug te trekken van de Westergasfabriek naar haar natuurlijk domein, de Amsterdamse Stadsschouwburg, is Toneelgroep Oostpool in de provincie druk bezig een nieuw, eigen onderkomen te bouwen aan de Arnhemse Nieuwstraat met een middelgrote eigen theaterzaal, repetitieruimte en kantoorruimte voor twintig medewerkers.

Hoewel het gebouw pas in maart volgend jaar in gebruik wordt genomen, vond de presentatie van het nog druk in restauratie verkerende gebouw al afgelopen zaterdag plaats, met grote partytenten en een toiletwagen op straat om de ergste noden op te vangen. Het theater van de voorganger van Toneelgroep Oostpool (Theater van het Oosten), het Rijntheater, was te klein geworden voor de huidige artistieke uitbaters, het duo Rob Ligthert (1964, regisseur) en Peer Wittenbols (1965, schrijver). En zo werd met een bemoedigende toespraak van burgemeester Paulien Krikke 'Huis Oostpool' geopend, waarin zij de slogan van de groep gretig overnam dat het nieuwe gebouw 'de woonkamer voor ons publiek en de woonkeuken van het gezelschap' moet zijn.

Daarna volgde de voorstelling van het nieuwste stuk van Wittenbols, 'Het Zouthuis', voor een publiek dat verzocht was in feestelijke uitdossing te verschijnen. De verschoten spijkerbroeken en reeds rafelig geworden truien ontbraken echter in het geheel niet in dit vanzelfsprekend artistieke milieu. Overigens hadden de twee geestelijk leiders van Oostpool in een kranteninterview afgelopen week laten weten dat zij de culturele achterstand die de regio in de afgelopen twaalf tot zestien jaar op toneelgebied had opgelopen, weer met frisse zin gingen opkalefateren. Kennelijk loont het zulke minne streken aan je voorgangers te leveren om de gunst van publiek en financierende overheden te winnen. Voorlopig kan de theaterkritiek immers vaststellen dat directe voorganger Leonard Frank ondanks het grote ongenoegen dat hij aan de Gelderse besturen beleefde, een aantal indrukwekkende en artistiek zeer belangrijke voorstellingen heeft laten ontstaan of zelf afgeleverd. Daaronder niet als minste zijn prachtige brechtiaanse afscheidsvoorstelling 'Van de brug af gezien' van Arthur Miller.

Aan dit soort door het leven gerijpte hoogstandjes zijn de, hoewel al aardig middelbaar wordende, jonge honden van eerst De Federatie in Maastricht en nu Oostpool, nog niet toe. Toch is 'Het Zouthuis' geen slechte voorstelling. Een familiedrama van twee zussen (Juul Vrijdag en Malou Gorter), twee broers (Geert Jan Romeijn en Freek Brom) en een zwager (Jaap ten Holt) die in het ouderlijk huis waar de ouders al uit zijn verstorven, samenkomen om volgens een bizar ritueel de dodenwake te houden bij de aan taaislijmziekte overleden zoon van twee van hen, Ilse en Theodoor. Rond en over het met vrolijke paarse, blauwe en rode vlinders beschilderde kistje van de peuter breken helse ruzies los, niet in de laatste plaats omdat de bewoonster van het huis, oudste zus Willy, het huis te koop heeft gezet voor een miljoen zonder de anderen te raadplegen. Haar echtgenoot die haar in de steek heeft gelaten op ongunstige echtscheidingscondities, noopte haar daartoe.

Ach, het is best amusant, die frisgebekte dialogen anno 2002. De onafgebroken hinniklach van een Oostpoolfanaat op de rij achter mij maakte het allemaal wat minder prettig. Maar ook binnen de huidige normen en waarden moet dat kunnen, net zo goed als dat je voor een handeling met een dood peutertje als inzet een hilarisch koolmezengekwetter schrijft voor vijf weliswaar door het leven gekwetste, maar toch ook wel onuitstaanbare ijdeltuiten. Daarbij voegt zich de ras tot snolletje bestempelde, maar deksels bijdehante Babette (Elisabeth van Nimwegen) die de twintig jaar jongere stoeipoes van de oudste broer blijkt te zijn. Opvallend aan deze productie is dat de zes acteurs alle zes goed zijn - een uitstekende casting, een onderhoudend en geen minuut vervelend ensemble-spel.

Wat zullen we dan verder van deze dingen zeggen? Het stuk heeft een kop (het dode kind en het te koop aangeboden huis) en geen staart. Het stuk eindigt in de klacht, ja het zelfbeklag, van de dwingelanderige moeder van het dode kind: 'Het gaat over iets anders. Het gaat altijd over iets anders', maar een tragedie met een catharsis of een ontknoping is het niet. Het blijft, wat onvriendelijk gezegd, een ontzettende hoop gezeur. Daarmee doe ik Wittenbols een beetje onrecht, want die man kan heel goed dialogen schrijven en zijn spel met opkomsten en afgangen van personages is echt knap. Maar de personages van dit 'Zouthuis' waren mij, ondanks alle grappigheid, te bizar, en te onnozel ook, om de loutering van het theater werkelijk te beleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden