OekraïneBabi Jar

Een Holocaustmonument is niet om lekker bij te griezelen

In het Babyn Jar Holocaust Memorial Center zouden bezoekers ondermeer door ‘gangen van totale duisternis’ geleid worden, om zo ‘het gevoel van anders-zijn en blindheid te ervaren’.Beeld Babyn Jar Holocaust Memorial Center

Eindelijk zou er een herinneringscentrum komen bij Babi Jar, de plaats waar de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog in twee dagen tijd bijna alle Joden van Kiev doodschoten. Maar de aanpak door een omstreden artistiek directeur zorgt voor een hevig debat in Oekraïne.

Er is een monument bij Babi Jar: een in brons gegoten kluwen van mensen. Aan de straatzijde zijn ze netjes gekleed in kostuum of jurk; ze deinzen achteruit en heffen hun handen in wanhoop. Aan de achterkant van de torenhoge Sovjet-sculptuur storten ze als spiernaakte lichamen de diepte in. Het gedenkteken is opgericht voor ‘de honderdduizend burgers van Kiev en de krijgsgevangenen die hier zijn geëxecuteerd’, zo staat in steen gekerfd.

“Het is een enge plek”, zegt de Nederlandse Holocaust-onderzoeker Karel Berkhoff over het bosachtige park achter het monument. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een ravijn, waar in een tijdsbestek van twee dagen vrijwel alle Joodse inwoners van Kiev werden doodgeschoten. “Je weet dat her en der menselijke resten liggen, die zijn opgegraven, verbrand en verspreid. De as lag overal.”

Joden worden nergens genoemd

Nu, bijna tachtig jaar later, is Babi Jar een omvangrijk stadspark, gelegen aan de drukke centrumring. Er wordt gewandeld en geskeelerd en onder de populieren verpozen verliefde stelletjes. Een eind verderop, waar een kloof gaapt, staat een bescheiden menora, maar op het Sovjet-monument staat nergens dat het om Joden ging. “Dat is om moedeloos van te worden. Daarom was ik zo blij dat er eindelijk iets kwam.”

Tot vorige maand was Berkhoff, in het dagelijks leven onderzoeker aan het het Amsterdamse Niod (het instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocide-studies) de chef-historicus van het Babyn Jar Holocaust Memorial Center dat bij Babi Jar staat gepland. Het gebouw moet ruimte bieden aan een permanente expositie, een onderzoeksinstituut en een bibliotheek. Behalve voor de massamoord op de Joden komt er aandacht voor de tienduizenden andere mensen die tijdens de oorlog werden geëxecuteerd op het terrein, zoals Sinti en Roma, Oekraïners, krijgsgevangen Sovjet-soldaten, priesters, verzetsstrijders en psychiatrische patiënten.

Met het ambitieuze project werd in 2016 begonnen. In de raad van toezicht namen de opperrabbijn van Kiev, de voorzitter van het Joods Wereldcongres en de Duitse oud-minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer zitting, evenals Oekraïense celebrities, zoals een rockzanger en een bokskampioen. Aan Karel Berkhoff de taak om met een groep collega-historici de wetenschappelijke basis te leggen onder het herinneringscentrum. “Het zou niet alleen over Oekraïne moeten gaan, maar ook over de Holocaust in andere voormalige Sovjetstaten zoals Moldavië en Wit-Rusland”, zegt de historicus. Een reizende expositie deed het Oekraïense en Europese parlement aan.

Een emotionele reis

Maar vorige maand ging het mis. Toen lekte het conceptplan voor de expositie uit, dat geschreven werd door de in december aangestelde artistiek directeur van het herinneringscentrum, de Russische filmmaker Ilja Chrzjanovski. Hij wil ‘het artistieke met het educatieve verweven’, zo valt in het document te lezen. Met behulp van theater en virtual reality krijgen bezoekers ‘een gereconstrueerde werkelijkheid van het dagelijkse leven van de bewoners van het Kiev van toen’ voorgeschoteld.

In de erop volgende pagina’s gaat Chrzjanovski een stap verder. Als het aan de regisseur ligt, is de tocht door het herinneringscentrum ‘een uitdagende en soms schokkende emotionele reis’. De techniek van gezichtsherkenning wordt gebruikt om de bezoeker een ‘alter ego’ aan te meten, waarmee die “in de rol kruipt van slachtoffer, nazi of collaborateur, of een krijgsgevangene die lichamen moest verbranden. Zo worden bezoekers met hun ware zelf geconfronteerd.”

In een interview met de Israëlische krant The Jerusalem Post lichtte Chrzjanovski zijn plannen toe. Hij stelt zich ten doel om twintigers te bereiken, die weinig tot niets weten van de Holocaust. “We moeten hun taal spreken”, vindt de filmregisseur. “Het verhaal moet niet beperkt blijven tot het feit dat de nazi’s in samenwerking met een paar slechte Oekraïners de Joden vermoordden. Het gaat over jou. En over hoe dingen gebeuren in de wereld.”

Sociale en psychologische experimenten 

Het lekken van het document viel samen met ophef over Chrzjanovski’s werk als regisseur. In diens onlangs verschenen filmproject ‘Dau’, dat handelt over een geheim onderzoeksinstituut in de Sovjet-tijd, worden baby’s onderworpen aan wetenschappelijke experimenten. Hoewel de scènes, gedraaid in een weeshuis in de Oost-Oekraïense stad Charkov, fictief zijn, leidden ze tot een klacht van de kinderombudsman. Vervolgens begon de Oekraïense justitie een gerechtelijk onderzoek naar de makers op verdenking van kindermisbruik en promoten van geweld.

Chrzjanovski houdt vol dat de kinderen met toestemming van de voogden zijn gefilmd, maar geeft aan dat hij sommige van de methodes uit ‘Dau’ ook wil gebruiken voor Babi Jar. Hij rept van ‘sociale en psychologische experimenten met een ethisch dilemma als kernelement’. Als voorbeeld noemt hij het beroemde Stanford-experiment, waarin studenten van de gelijknamige Amerikaanse universiteit een rollenspel uitvoerden met bewakers en gevangenen, om tot de ontdekking te komen dat sadistische neigingen al gauw komen bovendrijven.

Die aanpak gaat velen te ver. In een open brief vraagt een groep van enkele honderden Oekraïense wetenschappers en cultureel werkers president Volodymyr Zelenski om in te grijpen. Een van de ondertekenaars is Hanna Hrytsenko, onderzoeker van Oekraïens extreem-rechts. Voor haar ging Chrzjanovski een grens over door de rol van KGB’ers door echte Russische neonazi’s te laten spelen. “Als je met zo’n moeilijke en tragische plek als Babi Jar wilt werken, moet je over heel veel fijngevoeligheid beschikken”, zegt ze. “En een onkreukbare reputatie genieten.”

Wat het concept voor Babi Jar betreft vindt ze dat Chrzjanovski de persoonlijke keus van de bezoeker te veel beperkt tot het moment van de massamoord. “Als je pas bij het schieten moet kiezen aan welke kant van het geweer je staat, vergeet je al die kleine stappen die tot de catastrofe hebben geleid,” zegt ze. “Zo werk ik aan het registreren en de preventie van haatmisdrijven, juist om te voorkomen dat we elkaar uiteindelijk doodschieten.”

We gaan even lekker griezelen

Volgens Berkhoff zijn ‘sensitiviteit en terughoudendheid’ geboden als het gaat om de herinnering aan Babi Jar. “Je wilt niet een soort horrorshow, zo van: we gaan even lekker griezelen.” De Holocaustonderzoeker haalt het voorbeeld aan van een beroemde foto van ‘de laatste Jood van Vinnytsja’. Op de afbeelding is een man zichtbaar in de laatste ogenblikken van zijn leven: hij zit op de rand van een ravijn, dat vol ligt met lichamen. Een SS-soldaat richt zijn pistool op het hoofd van de man, terwijl de mededaders toekijken. “Als je zo’n foto wilt tentoonstellen moet je de grootste terughoudendheid in acht nemen. Je moet er context bij geven: wat weten we over die persoon en over de fotograaf, enzovoort.”

Eind april maakte Berkhoff via een ingezonden stuk in een Oekraïense krant bekend zich te hebben teruggetrokken als hoofd van de wetenschappelijke raad van het project, een besluit dat pijn deed. “Ik heb echt een rouwperiode doorgemaakt”, zegt hij.

In The Jerusalem Post vraagt Ilja Chrzjanovski zich hardop af of Oekraïne eigenlijk wel klaar is voor een herinneringscentrum bij Babi Jar: “De mensen zijn niet in staat om over het verleden te spreken. Dat is een Sovjet-ziekte, welbekend als geheugenverlies. In de afgelopen dertig jaar van vrijheid en onafhankelijkheid zijn ze er niet in geslaagd iets te bouwen.”

Een gevoel van concurrentie

Daarmee legt de artistiek directeur de vinger op een zere plek. “Er is weinig druk geweest om iets teweeg te brengen”, beaamt Karel Berkhoff. Naast het taboe in het Sovjet-tijdperk op deze geschiedenis speelt het geringe aantal overlevende Joden een rol. Ook maakten Oekraïners in de vorige eeuw nog veel meer ander leed mee. Zo kwamen bij de door Sovjet-leider Stalin geïnitieerde graaninzameling miljoenen Oekraïners om. “Daardoor is er een gevoel van concurrentie ontstaan. Vanuit Oekraïens gezichtspunt levert aandacht voor de hongersnood in de jaren dertig meer op.”

“Oekraïne was in de Tweede Wereldoorlog gesandwicht tussen twee totalitaire regimes”, zoals Hanna Hrytsenko het uitdrukt. “Daarmee waren de persoonlijke keuzes ingewikkelder, en de traumatische ervaringen heviger. Een publiek debat is hoognodig.”

Wat zo’n debat in de weg staat, vindt ze, is het feit dat het Babyn Jar Holocaust Memorial Center financieel mogelijk wordt gemaakt door een aantal Russische zakenlui, die naar verluidt inmiddels 100 miljoen in het project hebben gestoken. Zij zijn weliswaar in Oekraïne geboren en van Joodse komaf, maar in de media wordt volop gespeculeerd over hun banden met het Kremlin. “De oorlog in Oost-Oekraïne is nog steeds aan de gang”, zegt Hrytsenko. “Als er Russisch geld wordt gebruikt om een anti-Oekraïens verhaal te vertellen, dan zou dat niet passend zijn.”

Een bloemensoort voor elke groep slachtoffers

Het liefst heeft de onderzoekster dat de overheid het project onder haar hoede neemt, zodat het publiek meer invloed heeft op het concept. Zelf is Hrytsenko te spreken over het voorstel van een Oekraïense kunstenares om rond Babi Jar verschillende bloemsoorten te planten voor de verschillende groepen die zijn vermoord. Ook de Academie van Wetenschappen werkt aan een alternatief project, maar noch Hrytsenko noch Berkhoff geloven dat die plannen financieel rondkomen.

De voorzitter van de raad van toezicht van het Babyn Jar Holocaust Memorial Center, voormalig Oekraïens Sovjet-dissident en Israëlisch politicus Natan Sjaranski, verdedigt zijn artistiek directeur met verve. Wel zegt hij dat de organisatie begin juni bij elkaar komt om de situatie te bespreken.

“Het zou me erg spijten als dit project er niet komt”, zegt Sjaranski in een interview met een Oekraïense krant. “Het zou een groot verlies zijn voor Oekraïne.”

De Holocaust door kogels

“In september 1941, voor de allereerste keer in de geschiedenis, verloor een Europese stad vrijwel al zijn Joodse bewoners als gevolg van georganiseerde massamoord. Aan de rand van Kiev, in en nabij het ravijn met de naam Babi Jar, werden in twee dagen meer Joden (33.771) afgeslacht dan in welke andere Duitse massamoord dan ook.”

Zo luidt de introductie van het ‘historische verhaal’ dat Karel Berkhoff met zijn collega-historici schreef in opdracht van het Babyn Jar Holocaust Memorial Center. In het stuk wordt beschreven hoe de Joden gedwongen werden zich te verzamelen, waarbij leden van de Oekraïense politie de nazi’s terzijde stonden. Vervolgens moesten ze naar het ravijn marcheren, waar ze zich uitkleedden, waarna SS’ers hen in groepen of één voor één doodschoten.

Babi Jar is het beruchtste voorbeeld van de ‘Holocaust door kogels’, zoals die in grote delen van Oekraïne plaatsvond. Het gaat hier om ‘het minder bekende deel van de Holocaust’, zoals Berkhoff en co schrijven. “Terwijl in West- en Midden-Europa de moorden plaatsvonden nadat de slachtoffers op transport waren gesteld, was de massamoord in Oekraïne nabij de woonplaats van de slachtoffers.”

Daarmee was ook de nasleep van de Holocaust anders in Oost-Europa. “De bewoners leidden hun leven pal naast de massagraven van hun schoolvrienden en buren – vaak ongemarkeerde graven, maar net zo aanwezig.”

Lees ook: 

‘Iedereen zou een keer een vernietigingskamp moeten zien’

Op 27 januari 1945 werd Auschwitz bevrijd. Twee Joodse twintigers vertellen wat een bezoek aan de overblijfselen van de vernietigingskampen in Polen voor hen betekende.  De Holocaust is dichtbij.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden