Een Hollandse oude dag voor emigranten

ons dorp | reportage | Vanaf de jaren '40 zochten ze aan de andere kant van de wereld hun geluk, op hun oude dag zoeken Nederlandse emigranten elkaar op in een eigen ouderendorpje 'down-under'.

Het is druilerig, typisch Hollands weer aan de Willem Straat. Bij de Nederlandse huisjes met oranje-rode dakpannen en klompen voor de deur heerst de slaperigheid die je zou verwachten in een Nederlands dorpje op maandagmiddag.

Alleen de heuvelrug aan de horizon en her en der verspreide palmbomen verraden dat je hier niet in Nederland bent. Sterker, deze Willem Straat en dit Hollandse dorpje liggen op 24 uur vliegen van Schiphol.

Aan de rand van Nieuw-Zeelands grootste stad Auckland - een van de plaatsen die de komende anderhalve week bezocht zullen worden door koning Willem-Alexander en koningin Máxima - stampten Nederlandse immigranten ruim 30 jaar geleden op eigen kracht 'Ons Dorp' uit de grond: een plek waar Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog alles achterlieten en naar de andere kant van de wereld vertrokken gezamenlijk hun oude dag konden slijten. Dit dorp wordt nog steeds voornamelijk bewoond door Nederlandse emigranten die vaak al decennia in Nieuw-Zeeland zijn. De voertaal is hier Nederlands en de thee wordt geserveerd met een speculaasje of stroopwafel.

Dat er behoefte is aan een Nederlands bejaardendorpje - er zijn 90 huizen en een verzorgingscentrum met 60 bedden - is duidelijk, zegt medewerkster Jolien van der Griend. "Sommige bejaarden vallen na al die jaren terug in het Nederlands, vooral mensen die dementie krijgen."

Een aantal inwoners van Ons Dorp lijdt aan die aandoeningen, zij zijn het beste af met Nederlandstalige zorg, legt Van der Griend uit, terwijl ze in de eetzaal maar weer eens 'Tulpen uit Amsterdam' opzet. "Soms herkennen ze nog wel oude foto's van Nederland, maar niets meer van Nieuw-Zeeland. Terwijl ze toch het grootste deel van hun leven hier doorbrachten."

Wil Verheijen (92) is zeker niet zover. Hij herinnert zich zijn leven in Limburg, Nederlands-Indië en ook in Nieuw-Zeeland nog prima, hoewel hij soms in zijn eigen verhaal de draad kwijtraakt. Niet zo gek, voor iemand die zo'n rijk leven achter de rug heeft.

Met zijn Limburgse tongval - die raakte hij twintigduizend kilometer van zijn geboorteplaats Schinnen niet kwijt - vertelt hij over zijn werk bij de Staatsmijnen in Neerbeek, de bevrijding van de Duitsers en zijn vertrek naar Engeland direct daarna.

"Ik was op een train station in Londen toen de omroeper zei dat de Japanners hun surrender hadden aangekondigd. The war was over! De volgende dag werd ik wakker op een biljarttafel." Soms gaan complete anekdotes in het Engels, waarna hij ze afmaakt in het Nederlands. Of andersom.

Toch was het niet allemaal feest en lol in zijn leven. Kort na de Tweede Wereldoorlog was Bandung in Nederlands-Indië zijn volgende bestemming. Als dienstplichtig sergeant werd hij uitgezonden tijdens de politionele acties.

Voornaam

Na drie jaar kansloze strijd in de tropen, viel de thuiskomst in Limburg hem rauw op zijn dak. "Toen ik in de winter terugkwam in Limburg vroor het 18 graden, man! En er kon nog geen bedankje van af voor de soldaten die daar geknokt hadden", vertelt Wil. In de egalitaire Nieuw-Zeelandse samenleving worden jong en oud bij de voornaam genoemd. Wil raakte in de put en aan de drank, tot zijn grote liefde hem redde. Vanaf dat moment, eind jaren 40, wilde hij nog maar een ding: weg uit dat kille Nederland. Nieuw-Zeeland lonkte voor Wil en vele andere Nederlanders.

Emigratie naar deze kant van de wereld was toen haast als een reis naar een andere planeet. Alle banden met thuis werden doorgesneden: even bellen was ondenkbaar en post deed er al gauw drie maanden over. Engels spraken de meeste migranten niet, en landsgrenzen kenden ze vaak alleen uit de atlas.

"Als ik nu terugdenk aan mijn besluit om te emigreren", piekert Wil in zijn kamertje, "dan denk ik: ik moet toen bloody mad geweest zijn om die reis te maken."

Ons Dorp zit vol met dit soort verhalen van levenslust en mensen die tegen de stroom in hun lot in eigen hand namen. Precies die houding lag ook ten grondslag aan dit voor Nieuw-Zeeland unieke zorgcentrum. Een groep Hollanders nam eind jaren 70 het initiatief om een Hollands bejaardendorp te bouwen. Er was direct belangstelling voor het project. Veel Nederlandse Kiwi's kochten een soort obligaties, waarmee ze een plekje op de wachtlijst kregen. Na donaties van de Nederlandse Staatsloterij en het Koningin Julianafonds konden de bouwplannen in gang worden gezet. Trots vermeldt een folder dat er nooit buiten de Nederlandse gemeenschap geld is gevraagd om Ons Dorp te financieren.

Na veel hoofdbrekens, financiële planning en een officiële klacht wegens het 'etnische' karakter van het dorp - ongekend in multicultureel Nieuw-Zeeland - ging in 1987 de poort open en werd deze oude wijngaard een thuis voor bejaarden in de Nederlandse gemeenschap in Nieuw-Zeeland.

De bewoners zeggen bijna allemaal dat ze niet alleen voor het Nederlands menu en praatjes over de eredivisiestanden hier zijn komen wonen. Wat meespeelt is dat er weinig van dit soort omgevingen voor bejaarden zijn in Nieuw-Zeeland, waar intensievere zorg en aanleunwoningen zijn gecombineerd op één plek. Ook is men erg complimenteus over de persoonlijke aandacht van het personeel.

Ria Eckhardt (76), afkomstig uit Anna-Paulowna, kwam elf jaar geleden naar Ons Dorp, nadat haar echtgenoot kort na de eeuwwisseling de ziekte van Parkinson kreeg. "Ik heb geen andere verzorgingsplekken overwogen, ik wist direct dat ik hierheen wilde. Voor mijn man bleek het gaandeweg de beste optie, omdat hij terugviel in het Nederlands."

Sinds haar emigratie naar Nieuw-Zeeland in 1979 kwam Ria Eckhardt altijd Nederlanders tegen. Twee broers die eerder de grote stap hadden gewaagd, namen haar en haar gezin op sleeptouw naar bijeenkomsten. "Op zo'n grote afstand van Nederland en familie, merkte ik dat veel emigranten een soort nieuwe 'ooms en tantes' vinden in de Nederlandse gemeenschap. Het is een soort houvast. Dat kan best belangrijk zijn."

Toch is het Nederlandse karakter van Ons Dorp voor Eckhardt niet van alles overheersend belang: "Ik had vast ook in een volledig Nieuw-Zeelands zorgcentrum gelukkig kunnen leven."

Directeur Woody Naicker, zelf zonder Nederlandse wortels, zegt dat Nederlanders op leeftijd vanuit heel Nieuw-Zeeland naar Ons Dorp trekken, zelfs vanuit het ver weg gelegen Zuidereiland. Die aantrekkingskracht komt volgens hem ook doordat Nederlanders, in tegenstelling tot andere immigrantengroepen, meestal weinig zin hebben om op hun oude dag bij de kinderen in te trekken. Naicker: "Het interessante is dat ik soms bezoek krijg van nieuwe generaties immigranten, Koreanen en Chinezen bijvoorbeeld, die er over denken iets soortgelijks te beginnen."

Ruim 90 procent van de Ons Dorpbewoners is van Nederlandse afkomst, zegt Naicker - een foto van koning Willem-Alexander en koningin Maxima hangt aan de muur van zijn kantoortje. Dat zal de komende jaren gaan veranderen, verwacht hij. "We zullen in een transitie komen, over zo'n twintig jaar zal nog maar ongeveer de helft Nederlander zijn, denk ik."

Journaal kijken

De reden is simpel: de kinderen van Nederlandse immigranten zijn zo goed geïntegreerd in Nieuw-Zeeland dat zij geen behoefte meer hebben aan een Nederlandse omgeving, ook niet op hun oude dag. De meesten van deze tweede generatie spreekt amper nog een woord Nederlands.

De zes kinderen van Wil bijvoorbeeld, voelen zich volgens hun vader op en top Kiwi. Een paar keer nam hij ze mee op reis naar Nederland, maar Nieuw-Zeeland bleef voor hen thuis. "Nee, zij zullen hier op hun oude dag niet komen wonen", zegt Wil, terwijl we een wandelingetje maken naar de bowlsbaan en het Beatrix-paviljoen, een activiteitencentrum.

Bij een van de huisjes houdt Wil even halt om een praatje te maken met wat andere bewoners. Daar wordt duidelijk dat vooral tv-station BVN, de internationale zender met Nederlandse programma's, van belang is om de band met Nederland te behouden. De uitslagen van het Nederlandse eredivisievoetbal worden hier net zo nauwkeurig gevolgd als de Nieuw-Zeelandse cricket- en rugbycompetitie.

Op diezelfde zender kijkt Wil Verheijen nog dagelijks naar het NOS-journaal, zegt hij, terwijl hij hoofdschuddend naar zijn kamer loopt. "Wát een gedoe is het daar altijd, man! Het is echt een land van zeurpieten geworden."

Als het om een potje klagen gaat blijven Nederlanders trouw aan hun roots, zelfs aan de andere kant van de wereld.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden