Een herijking van het woord

Pieter Boskma schept meeslepende slow poetry

Ooit waren ze jong en vonden ze de dichtkunst allemachtig verstoft. De bezem moest erdoor, poëzie zou de straat op. Die 'ze' dat waren de Maximalen, Pieter Boskma was er een van. Joost Zwagerman ook. Die laatste leeft niet meer, zoals veel andere dichtersvrienden overleden.

Boskma staat er in zijn nieuwe bundel meer dan eens bij stil. Maar behalve zijn vrienden gedenken, houdt hij ook de poëtica van de Maximale dichters uit de jaren tachtig nog eens tegen het licht: 'We verfoeiden het in dagen / dat de poëzie gevangen zat bij mottige geleerden / aan een ingedutte faculteit. Elke tuin was verdacht, / wie had er nou een tuin? Wij woonden hoog van de grond / in de binnenstad! / De ramen moesten open! Seks, drank / en straatrumoer, geen stofzang op een tuinhek!'

Na het verlies van zijn vrouw, en na zijn twee indrukwekkende rouwbundels, is Boskma's blik in 'Tsunami in de Amstel' weer naar buiten gericht. Jong is hij niet meer ('mijn hemel naar de zestig') en de idealen van toen zijn misschien wel tot in den treure gerealiseerd ('kasten vol stadsgedichten').

Maar de dichter is niet met de armen over elkaar gaan zitten. Hij stelt meteen in het openingsgedicht de kloof tussen 'enthousiaste burger' en 'gezag' aan de orde. Niet om daar vervolgens een politiek correcte klaagzang over af te steken. Nee, Boskma zoekt te midden van verval naar een herrijzenis van de poëzie, naar een herijking van het woord.

In wat hij wel slow poetry noemt: poëzie die beweegt en stilstaat tegelijk. In ritmische, klankrijke en evengoed dromerige verzen waarin de zo verleidelijke stad, vol terrassen, bier en vrouwen, onontkoombaar ineen vloeit met de overweldigende natuur van een 'machtig voorjaar' en 'in zilvergoud gevatte wolken'. De actualiteit prikt daar af en toe venijnig doorheen: 'Steeds als ik geniet van een simpel tafereel, / kringen op een vijver, het zingen van een meisje, het verglijden / van lichtvlekken op een zandpad in het bos, dan denk ik aan / explosies, het inslaan van de kogels, het gulpen van bloed / uit een doorgesneden keel'.

Kalm, verhalend, gaandeweg gelaagder en lyrisch loskomend van de pagina, somt Boskma ergens de kenmerken op van langzame poëzie. En die typering gaat zeker op voor deze bundel, die toewerkt naar een apocalyptisch einde: een hallucinerende tocht van een vrouw over een onder water gelopen Amsterdam. Haar bootje beweegt zich over het wassende water, terwijl op straatniveau het leven doorgaat, zij ook haar eigen gangen door de stad opnieuw beleeft. Ze drijft naar de Rembrandttoren waar ze de schilder treft aan wie de toren zijn naam ontleende. Die ontmoeting is niet per se het hoogtepunt van de verder zo meeslepende zangen waarin Boskma zijn lezer onderdompelt: 'de waarheid, de verbijsterende, die van het gedicht.'

Pieter Boskma: Tsunami in de Amstel De Bezige Bij; 80 blz. euro 17,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden