Een herder voor de herders

Piet Suurmond. Beeld
Piet Suurmond.

Piet Suurmond werd in 1971 de eerste predikant voor de werkbegeleiding van predikanten in Nederland. De studentenrevolte van 1968 lag toen nog maar net achter ons. Een nieuwe mentaliteit diende zich aan: weg met de spruitjeslucht!

Niet alleen rond het Lievertje in Amsterdam, maar ook in de dorpen kent men al ‘de fiere drugsgebruiker’. Het zijn roerige tijden. Het worden de jaren van “Stop de bombardementen op Vietnam!” gevolgd door “Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland!”. Politieke avondgebeden leggen de verbinding tussen actie en geloof. Op de ene kansel wordt socialistisch-pacifistisch gepreekt, op de andere houdt men het bij God Nederland en Oranje en een derde heeft” liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken”. De kerkelijke gemeenten raken verdeeld: de ene helft vindt al die politiek in de kerk maar niks, voor anderen gaat het eindelijk ergens over. In leerhuizen gaat men onder leiding van rabbijnen op zoek naar de joodse wortels van het christelijk geloven.En intussen is er in de gemeenten veel oprecht conventioneel geloof.

Predikanten staan midden in deze ontwikkelingen en worden geregeld uitgedaagd kleur te bekennen en soms gaat dat hard toe. Een dominee moet maar zien zijn weg te vinden in het struikgewas van meningen, via studie of gesprekken met vrienden. Maar die laatste zijn soms schaars en veel predikanten zijn vrij eenzaam in hun beroep. De overgeërfde traditie blijkt niet altijd erg helpend en is soms regelrecht beklemmend. Herbezinning is nodig, maar nieuwe inzichten komen traag en zijn soms ook weer zo achterhaald. De woestijn was voor menigeen niet ver weg.

Dit is het klimaat waarin Piet Suurmond werkbegeleider wordt, aanvankelijk alleen voor beginnende predikanten. Hij beseft dat hij dit niet alleen kan en zet het mentoraat op. Een meer ervaren predikant wordt als mentor toegewezen aan een beginnende collega tijdens diens eerste jaar in de pastorie. Hij ontwikkelt samen met Jelle van Nijen een model, waarmee de beginnende predikant aan de hand van vragen zelf kan ontdekken hoe hij of zij in het werk staat. Voor de mentoren zet hij trainingen op waarbij zij geoefend worden in het geven van feedback. Zo ontstaat binnen de gereformeerde kerken langzaam een uniek steunnetwerk voor beginnende predikanten.

Na een paar jaar beginnen ook ervaren predikanten steeds meer een beroep op hem te doen. Door de synode wordt hiervoor ruimte gecreëerd : zo ontstaat de “werkbegeleiding op verzoek”.

Piet was geen onervaren groentje toen hij aan deze klus begon. Hij was gemeentepredikant geweest in Oppenhuizen en daarna in Makkum. Hij werkte als predikant in Sorong (toenmalig Nieuw Guinea). Terug in Nederland werd hij dominee in de Glind, bij de jongeren van de Rudolfstichting. Later werd hij predikant in algemene dienst bij de Gereformeerde Kerken en kreeg een toerustingfunctie met het oog op de missionaire roeping dichtbij huis : de evangelisatie. Al deze ervaring nam hij mee in zijn nieuwe rol en hij groeide na een aantal jaren uit tot ‘pastor pastorum’: een herder voor de herders.

Hij reisde stad en land af om predikanten en hun vrouwen / partners thuis te bezoeken.Hij leed aan chronisch tijdgebrek, kwam geregeld te laat, bleef langer dan gepland, want was volstrekt aanwezig met zijn volle aandacht bij z’n gesprekspartners. De ontmoetingen bestonden vooral uit luisteren en nog weer dieper luisteren. Zelf had hij daar een woord voor gevonden: iemand tevoorschijn luisteren. Dat was wat hij deed. Was hij vertrokken, dan bleef er a.h.w. iets van zijn aanwezigheid hangen: iets van vrede of hoop of ruimte of alledrie tegelijk. Het had te maken met de realiteit van God in het alledaagse leven.

Piet was klein van stuk, maar niet voor een kleintje vervaard. Hij had lef.

Tussen twee predikanten,die elkaar graag mochten en goed samenwerkten, kon het soms opeens knetteren en vonken. Dan waren er heftige, maar ook een beetje vreemde storingen. Piet stelde voor, toen zich weer zo’n storing voordeed, om een sessie te beleggen, waarin elk alle grieven en woede tegen de ander mocht zeggen. Hij was daar zelf bij en het ging tussen die twee niet zachtzinnig toe. Het was heftig en er kwamen diepe gevoelens en emoties boven. Net zo lang tot elk van beiden iets begon te verstaan van wat er tussen hen speelde aan overdracht en projecties. Zo werd de ban gebroken en kwam er nieuwe ruimte. Elk van beide had een dot huiswerk, maar de collegialiteit en vriendschap waren gered.

Predikanten voelen zich vaak met lege handen staan bij mensen in verdriet of crisis.

Wat moet je zeggen? Wat kun je doen? Aan de hand van een kleine gelijkenis uit Lucas 11 bracht Piet ons een nieuwe wijze van in het ambt staan bij. Het verhaal vertelt van een man, die in verlegenheid raakt, doordat midden in de nacht een vriend op doorreis bij hem aanklopt en onderdak vraagt. Hij heeft daar niet op gerekend, het overvalt hem en hij heeft niets in huis om die ander voor te zetten.

Wat moet hij doen? Hij trekt de stoute schoenen aan , gaat naar een vriend vlakbij , vertelt hem zijn probleem en vraagt hém om hem iets te geven wat hij die ander voor kan zetten, want zegt hij : “ik heb niks!” .Om die attitude gaat het, bracht Piet ons bij. Een attitude van armoede, het niet weten voor de ander, weten dat jij het antwoord niet hebt. Maar wel beseffen dat je een beroep mag doen op die andere Vriend, van wie Jezus zegt dat Hij je niet teleur zal stellen. Hem vragen dat Hij je iets aanreikt voor de ander. Dan gaat het in een pastoraal gesprek dus om een dubbele openheid : al je aandacht voor deze mens, die je ontmoeten mag en tegelijk op een dieper niveau open zijn voor de fluisteringen van de Geest, of die je iets aanreikt.

Theologisch zocht Piet zijn eigen weg. Dat werd aanvankelijk duidelijk in lezingen, die hij hield voor collega’s binnen de Cursus Charismatisch Pastoraat. Hij bracht een heel eigen spiritualiteit mee. Die was minder uitbundig dan de charismatische bij tijden kan zijn, maar ze had een stralende kern : God is enkel liefde. Dat was voor hem meer dan een theologisch concept. In 1984 , het jaar van zijn emeritaat, verschijnt : “God is machtig – maar hoe? “, met als ondertitel : Relaas van een Godservaring. Daarin vertelt hij hoe hij al vroeg overhoop lag met de macht en zeker met de almacht van God. Want een almachtige God, die alles in de hand heeft en alle lijden en verdriet niet alleen toelaat , maar ook wil , is een monster. Een God met een Januskop en daarmee onbetrouwbaar. Hij praatte daarover met zijn vader en die antwoordt op zijn redeneren met : “ik kan er geen speld tussen krijgen, maar ergens moeten we een fout maken, want als Hij zo was, dan zou Hij nooit naar beneden gekomen zijn om aan een kruis heel deze verschrikkelijke wereld vast te houden.” Dáár begint voor Piet de verandering. Als in een flits zíet hij als het ware: God is als Jezus aan het kruis. Enkel liefde. En de enige macht die Hij heeft is de zachte macht van de liefde.

Zo’n manier van theologiseren met inbreng van eigen ervaring was nieuw.

De voorafgaande jaren was het vooral gegaan over actie. Maar het koninkrijk van God bleek minder maakbaar dan wij ons hadden verbeeld.Dat gaf een leegte.

In dat vacuüm hielp de spirituele ervaringstheologie van Piet ons verder.

De dominee zelf bleef daarbij ook niet buiten schot. Zijn eerste boekje “Tussen liefde en macht’ uit 1983 heeft als ondertitel : “Gedachten over genezing van het machtsdenken in het pastoraat”. Dat was wel even schrikken: machtsdenken in je pastoraat? Maar de schrik was heilzaam en verhelderend en het effect reinigend. Het boekje begint met : “Menszijn is lijken op God, die liefde is.” Dat was ook een terugkerend thema van hem.Zeven jaar na dit eerste boekje verschijnt in 1990 nog : “Waar is uw God? Vragen rond Gods aanwezigheid in het lijden”. Tekenend was dat een recensent die ondertitel weergaf als : Vragen over Gods afwezigheid in het lijden. Maar het ging Piet om iets anders. Hij verzette zich aan de ene kant tegen het theologisch wegredeneren van het concrete lijden en de pijn van mensen en aan de andere kant zocht hij naar de wijze waarop God mensen dan toch nog nabij is. Ook hierbij oriënteerde hij zich op de gestalte van Jezus. Als het waar is dat God is als Jezus, wat zie je dan ? Een mens die meelijdt, strijdt tegen het lijden en het uiteindelijk in liefde overwint. Zó is God en zo worden mensen geroepen op Hem te lijken. In het spoor van Jezus nabij zijn in het lijden van anderen, levend uit dezelfde bron en Geest als hij. In hun aanwezigheid komt God naderbij.

Al zijn thema’s hangen samen. Want hoe kan een mens in vredesnaam in liefde op God gaan lijken ? Alleen wanneer hij deze liefde durft te ontvangen en toe te laten.

In een lezing tekent hij de nauwe samenhang tussen het kunnen toe laten van de liefde van God, het durven vertrouwen dat je ten diepste aanvaard bent én de zelfaanvaarding. Met als karikatuur daartegenover de zelfrechtvaardiging, zoals die in kleine trekjes van ons gedrag zomaar kan blijken.

Het besef werkelijk aanvaard te zijn is een zegen. Soms vroeg Piet aan het eind van een gesprek of hij voor je mocht bidden. En een enkele keer, als de ander dat goed vond, legde hij na zo’n voorbede de handen op je hoofd en sprak een zegen. Daarin werd iets van Gods aanvaarding in liefde bemiddeld en je ging anders naar huis.

Na zijn emeritaat bleef Piet nog jaren actief, met lezingen, met schrijven en vooral ook via brieven. Tot het laatst van zijn leven bleef hij sterk betrokken bij het wel en wee van mensen. Het ging hem aan z’n hart dat zijn krachten minder werden, waardoor hij aan die betrokkenheid minder uiting kon geven. In 2003 stierf Anneke, zijn vrouw van wie hij zielsveel hield. In diezelfde tijd begonnen de nierdialyses, die hem inderdaad in leven hielden maar tegelijk slopend waren. Tot z’n verdriet had hij de kracht niet meer om brieven te schrijven, ook niet aan mensen om wie hij veel gaf. Zelfs voor de telefoon werd hij langzaamaan te moe. Niet meer daadwerkelijk mee kunnen leven met anderen was voor hem één van de moeilijkste dingen om te aanvaarden. Maar tot het laatst toe bleef hij het leven de moeite waard vinden. Piet Suurmond, pastor pastorum. Zijn gedachtenis zij tot zegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden