Een hele jeugd opgesloten zonder liefde

Op het moment dat de Oostenrijkse Natascha Kampusch zich wist te bevrijden van haar ontvoerder, was kunstenares Cora Roorda van Eijsinga bezig met de voorbereidingen voor een tentoonstelling over het meisje Genie, dat net als Kampusch jarenlang opgesloten zat. „Een heel vreemd toeval”, zegt Roorda.

Hoewel de situatie waarin Kampusch verkeerde in veel opzichten anders was dan die van Genie, dringen zich toch dezelfde vragen op. Wat doet het met een kind, als het geïsoleerd opgroeit, zonder sociale omgeving en zonder de liefde en zorg van ouders? In hoeverre zijn onze voorkeuren, angsten en gewoonten aangeboren? En in hoeverre zijn ze ons van onze vroegste jeugd ingeprent? Deze vragen zijn het thema van een expositie van kunstenares Cora Roorda van Eijsinga in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem.

Zesendertig jaar geleden werd het meisje Genie gevonden, in een buitenwijk van Los Angeles. Genie was dertien, maar zag er uit als een kind van zeven. Ze was mismaakt, incontinent, sterk verwaarloosd en kon niet praten. Vanaf het moment dat ze twintig maanden was, had haar vader haar opgesloten in een kamertje zonder daglicht, vastgebonden op een stoel of aan de spijlen van haar bed.

Haar vader praatte nooit met haar, maar blafte en gromde. Haar blinde moeder, die eveneens mishandeld werd en doodsbang was voor haar man, mocht Genie geen genegenheid tonen. Het meisje werd grotendeels verzorgd door haar broer, die van zijn vader ook alleen mocht blaffen en grommen als hij haar eten kwam brengen.

Nadat ze gevonden was en haar vader zelfmoord had gepleegd, werd Genie opnieuw een soort gevangene, deze keer van wetenschappers die haar een uniek geval vonden voor onderzoek naar de vraag wat bepalend is voor de ontwikkeling van de mens: erfelijke eigenschappen of de omgeving en opvoeding.

Wie zonder deze voorkennis de tentoonstelling gaat bekijken, die voor een groot deel bestaat uit filmfragmenten en videobeelden, zal waarschijnlijk niet meteen doorgronden wat de link is tussen de schokkerige beelden van een angstig meisje dat heen en weer wiegt en volledig in zichzelf gekeerd lijkt, en die van een al even schuw en autistisch aapje, dat zich in een laboratorium vastklampt aan de ’vacht’ van een nepaap.

Op de volgende videofilm loopt het meisje op het strand, met een vreemd konijnenloopje. Af en toe raapt ze een schelp op om er aan te snuffelen. Ze lijkt al wat gelukkiger dan op het eerste filmpje. Vervolgens zien we een meisje in bed liggen, omringd door mannen in witte jassen en machines. Het zou Genie kunnen zijn, maar dat blijft onduidelijk. „Het duurt maar eventjes”, belooft één van de mannen, terwijl hij haar armen vast spalkt. Ze krijgt met een injectienaald vloeistof in haar hals ingespoten. Haar gezicht vertrekt van pijn en angst. Op het volgende shot zijn foto’s te zien die zijn gemaakt van haar hersenen.

Al jaren verzamelt Cora Roorda van Eijsinga (1967) materiaal over het thema ’het moederloze kind’, oftewel het kind dat zonder liefde en warmte opgroeit, verstoken van een sociale omgeving. Het waargebeurde verhaal van Genie heeft ze nu verwerkt in een tentoonstelling. In drie zalen in het Arnhems museum combineert de kunstenares fragmenten uit de gedramatiseerde film ’Mockingbird don’t sing’ (2001) over het levensverhaal van Genie, met beelden van laboratoriumaapjes die Amerikaanse onderzoekers midden jaren vijftig gebruikten voor allerlei experimenten.

Hun onderzoek leidde onder meer tot de conclusie dat baby’s en kinderen een aangeboren behoefte hebben aan warmte en moederliefde. En dat de aanwezigheid van een ouder voor een kind meer betekent dan een bron van voedsel. Ze baseerden dat op het gegeven dat de aapjes de voorkeur gaven aan een surrogaatmoederaap gemaakt van lappen boven een aap gemaakt van gaas die melk gaf. Voedsel bleek voor de aapjes minder belangrijk dan de koestering van een zacht lijf.

Bezoekers worden ondergedompeld in de ’totaal-installatie’ die de kunstenares heeft gemaakt en waarin filmbeelden, geluiden, muziek, teksten, foto’s en videofragmenten, maar ook gevonden voorwerpen en dingen die ze zelf heeft gemaakt, elkaar afwisselen.

Roorda: „Ik probeer daarmee een bepaald verhaal te vertellen en een sfeer op te roepen, waardoor mensen vanaf het begin gegrepen worden, ook al begrijpen ze soms niet meteen de bedoeling. Ik hou er niet van om alles meteen uit te leggen. Je moet ook iets aan de verbeeldingskracht overlaten en mensen zo prikkelen tot nadenken. Sommige bezoekers halen er heel veel uit, anderen minder. Het zij zo, daar moet je als kunstenaar mee leren leven.”

Roorda laat fictie, werkelijkheid en dramatisering door elkaar heen lopen door documentaire beelden van de aapjes te mengen met fragmenten uit speelfilms. Naast beelden uit ’Mockingbird don’t sing’ zijn er ook beelden uit de film ’The Exorcist’ waaronder een scène in het ziekenhuis, waarin artsen een hersenscan maken van een meisje dat door de duivel bezeten lijkt. Het is natuurlijk niet Genie die in dat bed ligt, maar de link is duidelijk.

Met een fragment uit de film ’Little Women’, waarin een moeder ’s avonds laat met een lamp langs de slaapkamers van haar dochters gaat, symboliseert Roorda het fenomeen ware moederliefde. Maar door deze scène eindeloos te herhalen, lijkt het alsof de moeder verstrikt raakt in een doolhof van slaapkamers en daarmee in de zorg voor haar kinderen.

Roorda heeft dit gegeven ook verwerkt in de vormgeving van de expositie, waar de bezoekers eveneens van de ene naar de andere kamer lopen.

In de kamer waar de beelden te zien zijn van Genie op het strand, ligt ook een berg zand met daarop een enorme hoeveelheid plastic emmertjes en schepjes. Het is een verwijzing naar de twee plastic regenjassen die in het kamertje van Genie hingen en die al die jaren haar enige ’speelgoed’ vormden. Dit verband leg je pas aan het eind van de tentoonstelling, waar je de complete films kunt bekijken, en waar ook boeken staan met titels als ’Het misverstand opvoeding’ en ’Wat een mens maakt’. Maar het boek dat het meest tot de verbeelding spreekt en je ook veel meer laat begrijpen van de tentoonstelling is ’Genie – A psycholinguistic study of a modern-day ’wild child’’, waarin Susan Curtiss de treurige en dramatische jeugd van Genie beschrijft.

Cora Roorda van Eijsinga heeft met haar ’totaal-installaties’ niet de makkelijkste weg gekozen. Bezoekers worden ondergedompeld in een baaierd van beelden, geluiden, voorwerpen en special effects, waartussen ze zelf de verbanden moeten leggen. Fictie en werkelijkheid lopen daarbij ook nog eens door elkaar heen. Maar Roorda’s tentoonstelling prikkelt wel voortdurend. De expositie daagt uit en laat de bezoeker met veel vragen en denkrimpels achter.

De expositie ’Ik begon aan mijn theorie te twijfelen...’ van Cora Roorda van Eijsinga is tot 7 januari 2007 te zien in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, www.mmkarnhem.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden