Een hele Bijbel in z'n eentje

Twee berichten deze week lijken nauwelijks te verzoenen. Eenmansuitgever Jan de Vlieger, predikant te Vught, zit met de handen in het haar: de eerste druk van zijn lijvige 'Naardense Bijbel', 3100 gram zwaar, 66 euro, het levensproject van ds. Pieter Oussoren, is binnen een week uitverkocht.

Pas in november kan de nieuwe druk klaar zijn. Gisteren kwam deze krant met onthutsende cijfers: de Nederlander taalt niet meer naar de Bijbel, het aantal huishoudens-zonder neemt fors toe, idem het aantal mensen dat het boek ongelezen laat of hoogstens als curieus naslagwerk openslaat. De bijbel uitverkocht; de bijbel verwaarloosd.

Uitgeven is kennelijk een vak. Hoe voorkom je dat je papier voor De Slegte produceert? Maar ook: hoe voorkom je dat je het momentum hebt gemist, dat je gek wordt gebeld door boekhandels 1 u x Jan de Vlieger is overrompeld.

Pieter Oussoren (61), uit een gereformeerde-bondsnest, deugde niet voor boer. Hij werd dominee. Met zijn homoseksuele geaardheid kon hij eerst alleen terecht bij de lutheranen, maar zijn laatste posten waren weer gewoon hervormd predikant; eerst in Bussum, later in Utrecht.

Een bescheiden, lieve man, goede kwalificaties voor een dominee trouwens. Hij is absoluut niet de kribbebijter, de haantjepik, het superego dat je wel moet zijn om je aan een vertaling van de ganse Schrift te wagen. En toch zal zijn naam de eeuw overleven, niet als dominee te Bussum, wel als vertaler van de 'Naardense Bijbel'.

Dertig jaar, met onderbrekingen, heeft hij erover gedaan. Dagelijks een uur, anderhalf uur, 's ochtends vroeg, thuis of op reis, altijd. Een heilige, om zoiets te kunnen? Een bezetene, een neuroot om zoiets vol te houden -ondanks de ziekte en dood van een levenspartner, ondanks de stress van een gemeente en hartklachten? Pieter Oussoren vindt zijn prestatie niet typisch iets voor een heilige; hij is daarin nog steeds de gereformeerde bonder, die zichzelf niet snel op de borst klopt. Eerder is hij iemand die een wat morsig schilderij heeft gevonden, bedekt onder vuil en vernis, en die dat eraf wil krabben, de heldere kleuren en diepte weer te voorschijn wil toveren, zonder de aanslag van dogma, moraal, vroomheid.

Bij de presentatie van zijn bijbel, vorige week in Naarden, was Oussoren stemmig gekleed in zwart en grijs met een rood accent. Een bezoekster merkte het op: het waren dezelfde kleuren als waarin het kloeke werk is uitgevoerd. Alsof de vertaler één is met zijn werk -en het herinnert enigszins aan al die anonieme kopieerders in de middeleeuwse abdijen en scriptoria, die jaar in jaar uit hun monnikenarbeid verrichtten, de eeuwenoude teksten overschreven, zorgvuldig kleurrijke miniatuurtjes toevoegden, opdat nieuwe lezers weer fris de oude letters konden smaken. Oussoren schijnt niet te kunnen typen, schrijft alles met de hand.

De vertaler is niet in de leeuwenkuil getuimeld door te loeren en af te geven op andere vertalingen, recente ook, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling die volgende week verschijnt. Zelfs de presentatie vorige week, pal vóór het nationale gebeuren ronddom de NBV, was maar een plagerijtje van Calimero of op z'n ergst de arglist van twee duiven. Aan vinnige schimpscheuten bezondigt hij zich niet. Niet dat wat polemiek bij bijbelvertalen of theologie niet zou mogen, maar het past niet bij deze dominee op zijn scriptorium in zijn serene grachtenpand. Hij had er trouwens genoeg van ervaren bij zijn opleiding in de 'Amsterdamse School' van Breukelman. Voor Oussoren mogen de bijbelvertalingen bloeien als honderd bloemen. Is één bijbel in huis genoeg om niet bij de grote minderheid van Nederlandse relibeten te horen? Oussoren zal je eerder aanraden er een paar op de plank aan te houden, de ene om de andere te verhelderen, de andere om liefst hardop te laten klinken, alsof de tekst werkelijk hier en nu aan jou gebeurt.

Bij de NBV hebben de vertalers, toetsers, meelezers, supervisoren en commentatoren tien jaar lang alle woorden gewikt, gewogen. Was het brontekstgetrouw genoeg? Was het doeltaalgericht genoeg? Oussoren had geen last van zo'n reeks commissies van bemoeials; hij deed het in de laatste fase alleen met zijn jonge sparring partner en uitgever Jan de Vlieger. Hij zat ook niet in die vertaalspagaat, omdat zijn eerste loyaliteit toch is aan de bron, het Hebreeuws, wat mag doorklinken in het Nederlands. Oussoren hoefde ook niet krampachtig modern te zijn. Onbekommerd liet hij de vertrouwde woorden uit de traditie staan: drievoudig snoer, herberg, kribbe.

Maar te dubben viel er genoeg. Het Hebreeuwse 'chesed' bijvoorbeeld. 'Goedertierenheid'? Oussoren vond het wel mooi, maar Jan de Vlieger vindt dat te Bas van der Vlies-achtig. 'Solidariteit' dan, zoals oud-testamenticus Karel Deurloo doet? Dat klinkt dan weer te Jan Marijnissen-achtig en Oussoren wil toch dat zijn vertaling wat langer meegaat. Hij koos uiteindelijk voor 'vriendschap'.

Kan Pieter Oussoren met zijn vertaling het tij keren in Nederland, waar ze zo snel hun oor voor de tale Kanaüns verliezen? Of wordt de Naardense Bijbel een hebbedingetje voor de fijnproevers? We weten het niet, maar Pieter Oussoren heeft zich beslist niet enkel voor dit laatste doel van achter de ossen van zijn vader laten wegroepen voor dertig jaar monnikenarbeid in de uren van de dageraad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden