Boekrecensie

Een heerlijk boek voor hbs'ers met minderwaardigheidsgevoelens

Hbs-leraren waren goed - en goedbetaald. Afbeelding uit het besproken boek. Beeld rv

Bouwman en Steenhuis schreven een (over)enthousiaste geschiedenis van de Hogere Burgerschool, nu 50 jaar ter ziele.

Het lyceum dat ik in de jaren zestig bezocht, hield de leerlingen subtiel voor dat de hogere burgerschool - de hbs - duidelijk van minder allooi was dan het gymnasium, zeker als het om de a-afdeling ging. Aan het eind van het eerste jaar, toen je moest kiezen tussen deze twee opleidingen, kregen we een overzicht van de mogelijkheden die je met het diploma had. Het hoogste was gymnasium-bèta, daarmee lagen zo’n beetje alle universitaire studies binnen je bereik; met het papiertje hbs-a op zak stond eigenlijk alleen de faculteit sociale wetenschappen open, met modestudies als politicologie en (niet-westerse) sociologie. Kortom, van meet af aan werd hbs’ers onder de neus gewreven dat ze toch wel ver achterliepen op de gymnasiasten.

Maar wie de geschiedenis van de school bekijkt, en dat kan in het vrolijke boek ‘Wij van de hbs’, komt tot een heel andere conclusie. De hogere burgerschool, ingevoerd door de liberale staatsman Thorbecke in 1863, was van begin af aan een daverend succes. Het schooltype groeide uit tot ‘de parel uit de Nederlandse onderwijsgeschiedenis’. Het trok, zeker in de begintijd, de crème de la crème van de jongens uit de burgerstand aan (meisjes gingen veelal naar de mms). Het leidde de leerlingen via een breed vakkenpakket op tot gewilde arbeidskrachten die hun talen spraken, die konden handelsrekenen en boekhouden of die alles wisten van meetkunde en algebra en die geen tijd hoefden te verdoen met dode talen als Latijn en Grieks. Dat kwam allemaal goed uit in het Nederland van de tweede helft van de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw, dat sterk aan het industrialiseren en moderniseren was.

Dit soort opbeurende teksten gaan er natuurlijk prima in bij hbs’ers die al decennialang rondlopen met een minderwaardigheidscomplex. Voor hen kan dit boek niet meer stuk.

De hbs was eigenlijk bedoeld als eindonderwijs maar bleek ook een prima voorbereiding te zijn voor de universiteit. Aanvankelijk waren vooral de Polytechnische school in Delft en de Rijkslandbouwschool in Wageningen populair bij de gediplomeerden, maar later, toen de toegangseisen daar werden versoepeld, ook de ‘gewone’ universiteiten. Hbs’ers kregen ook het recht om te promoveren.

De docenten aan de hbs werden goed betaald. Volgens de twee auteurs van het boek waren de salarissen op de eerste opleiding (in Groningen) zelfs ‘riant’, leraren kregen het dubbele van hun collega’s op de gymnasia. “Geen wonder dus dat de hbs de docenten voor het uitzoeken had en scherp kon selecteren op vakbekwaamheid.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS. Terug naar de beste school van Nederland Meulenhoff; 280 blz. €19,99 Beeld rv

Ook de arbeidsomstandigheden waren prima. Menig hbs kon bogen op een prachtig nieuw en modern onderkomen. Je kunt dat nog steeds zien: veel Nederlandse steden en provinciestadjes tellen een gebouw ‘van onalledaagse allure’: daar zat vroeger de hbs in. Al hebben er ook hele generaties hbs’ers jarenlang les gehad in treurige barakken met in de winter ijskoude en in de zomer bloedhete lokalen.

Onderscheiden

De hbs heeft nogal wat Nobelprijswinnaars voortgebracht, melden de schrijvers trots, vooral aan het begin van de vorige eeuw. Van 1901 tot 1913 sleepten vijf Nederlanders een Nobelprijs voor natuur- of scheikunde in de wacht, vier van hen hadden met succes de hbs doorlopen, de vijfde had ook een link met deze onderwijsinstelling, want hij had er les gegeven. “Van toponderwijs kreeg je toponderwijs”, concluderen de auteurs juichend. De meest recente laureaat is Ben Feringa, die vorig jaar de prijs won en een paar weken later als een held werd onthaald op de reünie van de rk hbs in Emmen waar hij in de jaren zestig op had gezeten.

Ook op andere terreinen hebben hbs’ers zich onderscheiden. De politiek bijvoorbeeld. Willem Drees, Jelle Zijlstra, Piet de Jong, Joop den Uyl, Wim Kok, ze waren alle vijf minister-president en hadden alle vijf de hbs bezocht. Dat is misschien leuk om te weten, maar zo’n rijtje zegt natuurlijk helemaal niks. Waarschijnlijk is er een langere lijst te maken van premiers die het gymnasium hebben doorlopen, inclusief de huidige premier Mark Rutte (die overigens te jong is om ooit op de hbs gezeten te hebben).

Het boek laat een stoet bn’ers aan het woord over hun hbs-tijd. Daar zitten leuke vragen en opvallende antwoorden bij (‘Op de hbs ben ik een stuk zelfverzekerder geworden’, zegt Gerrit Zalm, oud-minister van financiën en nu informateur), maar ze slaan lang niet allemaal op deze specifieke school - ze geven de oudere lezer wel veel heimwee naar die prachtige jaren zestig.

Ongenuanceerd verhaal

Er zijn hoofdstukken over de hbs in het voormalige Nederlands-Indië, over de architectuur van de schoolgebouwen, en over de rol van de school in de Nederlandse literatuur. Notoire zittenblijvers mogen uitleggen waarom ze lang op school hebben gezeten, Freek de Jonge zelfs negen jaar! En toch nog goed terechtgekomen.

Het slothoofdstuk belicht het droevig einde van de hbs. In 1967 begon de laatste lichting scholieren aan dit schooltype, vijftig jaar geleden, vandaar dat dit boek nu verschijnt. Opvolgers waren het zesjarige atheneum (voor wie daarna naar de universiteit wilde) en de vijfjarige havo (vooral voor hbo’ers). Dat is een flinke achteruitgang gebleken, vinden de schrijvers van dit boek. Het is het bekende geklaag van babyboomers dat het vroeger allemaal beter was. Vooral het feit dat het aantal verplichte vakken danig is teruggeschroefd zint de heren niet. Wie spreekt er nog fatsoenlijk een vreemde taal, of kan vertellen wie er ooit bij Dokkum is vermoord? De middelmaat is troef.

Het is een behoorlijk ongenuanceerd verhaal. Hbs’ers moesten weliswaar in veel meer vakken examen doen dan de havisten en vwo’ers van nu, maar om nou te zeggen dat ze daarbij flink de diepte in gingen, nou nee.

Al met al is het een leuk boek om te lezen, maar dan vooral voor mensen die zelf op de hbs hebben gezeten, zij zullen veel herkennen. De hoofdstukken zijn wisselend van kwaliteit (het eerste is het beste) en geven bij elkaar een aardig beeld van wat deze schoolopleiding was. Het boek is als de hbs zelf: veelzijdig, afwisselend, maar nogal oppervlakkig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden