Een heerlijk avondje

Daar werd aan de deur geklopt - en niet zo zacht ook. Het was 5 december 1971 of 1972, ik was 9 of 10 jaar oud. Het gezin Heeresma woonde op zijn laatste officiële adres: Haag en Veld 187, Amsterdam-Bijlmermeer. Een hoekflat op de negende verdieping.

Mijn moeder en ik zaten in de huiskamer televisie te kijken, mijn vader lag in bed. Hij bracht een groot deel van de dag slapend door, als een roofdier.

Op die klop op de deur had ik moeten reageren als een dom, blank kind. Ik had naar de voordeur moeten rennen om daarachter een grote vuilniszak met Sinterklaascadeaus aan te treffen.

Maar zo dom en blank was dit kind nou ook weer niet. Ik rende niet naar de voordeur, maar naar de slaapkamer van mijn ouders. Daar zag ik mijn vader van de galerij door het raam naar binnen klimmen. Ik geloof dat ik "Betrapt!" heb geroepen, want dat deed hij ook altijd.

Ik ging terug naar de huiskamer.

"Het was pappa," zei ik triomfantelijk tegen mijn moeder, die de bui al zag hangen. En inderdaad, even later kwam mijn vader binnen met een gezicht alsof hij twee 25 kilo-gewichten aan zijn mondhoeken had gehangen.

Hij ging op de bank liggen (mijn vader zat niet op een stoel, maar lag op een bank, als een Romein) terwijl hij hoofdschuddend herhaalde: "Als mijn thuisfront niet goed is, als mijn thuisfront niet goed is..."

Mijn moeder had de zak met cadeaus naar binnengehaald en was bezig ze onder het slaken van enthousiaste kreten uit te pakken.

Het mocht niet baten. Mijn vader stond op en liep terug naar de slaapkamer. In het voorbijgaan gaf hij met een beslofte voet een schop tegen een van de uitgepakte cadeaus: een donkerbruin kopje zonder oor waaruit ik nog jarenlang koffie zou drinken.

Als het over Zwarte Piet gaat, moet ik altijd aan dit heerlijk avondje denken. Ik schreef eerder dat ik niet over Zwarte Piet praat, omdat ik daar boven sta. Dat is ook zo, maar dat kan ook niet anders in deze moerasdelta waarin men tot zijn middel is weggezakt, terwijl men elkaar wurgend bij de keel heeft.

Aan de ene kant de tegenstanders die zich het aura van racismebestrijders aanmeten, aan de andere kant de voorstanders die Zwarte Piet traditie noemen. Ik veracht ze in gelijke mate. Maar van een columnist op de opiniepagina mag de lezer een standpunt verwachten. Daarom zal ik uit mijn ivoren wachttoren afdalen en met mijn poten in de modder van de Zwarte Pietdiscussie gaan staan.

Bij de voorstanders zie ik vooral domheid. Als je Zwarte Piet traditie noemt, stellen je tradities niet veel voor. Bij de tegenstanders zie ik veeleer doortraptheid. Als je Zwarte Piet racistisch noemt, terwijl je elders in de wereld daadwerkelijk racisme, onderdrukking en slavernij hebt - in Afrika, bijvoorbeeld - dan ben je een gratuite poseur.

Als ik moet kiezen tussen domheid of doortraptheid, dan heb ik liever met domheid te maken.

Het is goed om met gevoeligheden rekening te houden. Het is ook goed om met tradities rekening te houden. Het is echter niet goed om "Racisme!" te roepen waar geen racisme is.

En, werd het nog gezellig in huize Heeresma? Tuurlijk, na een uurtje was alles vergeten. We gingen beginnen aan een avontuurlijke tijd in de illegaliteit en een paar jaar later kreeg ik van Sinterklaas en zijn trouwe knecht Zwarte Piet een prachtig pistool.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden