Een heel behoorlijk orkest

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Met vlammende energie, vette swing en een broertje dood aan kringloop- en vingerknipjazz, heeft het Jazz Orchestra of the Concertgebouw (JOC) de bigbandmuziek weer hip en hot gemaakt.

Armand Serpenti

Onlangs verscheen het boek ’10 jaar Jazz Orchestra of the Concertgebouw 1999-2009’ met de bescheiden ondertitel ’Een heel behoorlijk orkest’. Een vlotgeschreven portret door journaliste Judith Olthuis van de achttienkoppige formatie, ingeleid met een doorwrocht essay van jazzpublicist Frits Lagerwerff over de plaats van het orkest in de (inter)nationale bigbandcultuur. Aan de hand van interviews met bandleden, gastsolisten, regelaars en voor de band belangrijke sleutelfiguren, verhaalt het boek van het leven in en rond een bigband, van artistieke keuzes en legendarische concerten die het orkest speelde met een bonte stoet illustere musici, onder wie de Britse zanger en toetsenist Georgie Fame, hogeschool-Amerikanen als bigbanddrummer Dennis Mackrel en tenorsaxofonist Joe Lovano, en nationale hoogvliegers als Ellen ten Damme en Misha Mengelberg.

De veelzijdigheid, veerkracht en flexibiliteit van de band wordt krachtig, innemend en swingend verklankt op de bij het boek ingesloten compilatie-cd met niet eerder uitgebrachte opnames van het jazzorkest. Alleen al de moeite van het aanschaffen waard zijn steengoede tracks als ’SM’ met trombonist Andy Bruce, ’Miles’ en Powells ’Budo’ met verbazingwekkend altwerk van Lee Konitz en de door JOC-dirigent/arrangeur Henk Meutgeert in Ellington-stijl en jazz manouche gezette traditional ’Les Yeux Noirs’ met solo’s van de virtuoze violist Florin Niculescu en JOC-pianist Peter Beets in een moderne ’stride’-rol.

Ook de niet zelden geuite kritiek op de naam van het orkest – ’Ik krijg er een acute maagomdraaiing van’, roept Misha Mengelberg – wordt in het boek helder gepareerd. Het was immers een slim en praktisch advies van toenmalig Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders die in 1999 voorstelde de bandnaam aan die van zijn wereldberoemde concertzaal te koppelen. Dat hielp het orkest niet alleen internationaal serieus te worden genomen, maar opende, mede dankzij de goede contacten van Sanders, vele deuren. In eigen land kreeg het orkest er met de Grote Zaal – waar sinds de roemruchte middernachtconcerten in de jaren ’50 en ’60 geen geïmproviseerde noot meer klonk – een legendarisch podium bij. En ook in het buitenland lagen de gevestigde planken te wachten op dit polderorkest met internationale allure. Medio vorig jaar speelde de band het eerste jazzconcert ooit in het vermaarde Chinese National Centre of the Performing Arts in Peking – waarvan in het boek een geanimeerd sfeerverslag.

„Toen we in 1996 als de New Concert Big Band begonnen in het Amsterdamse Bimhuis, was er nauwelijks nog belangstelling voor bigbandmuziek”, vertelt Juan Martinez, baritonsaxofonist en artistiek leider van het JOC. „Ik kwam er wel eens luisteren naar het Dutch Jazz Orchestra dat een jaar lang een woensdagavondserie speelde. Ik was zo ongeveer de enige betalende bezoeker. Een puik orkest hoor, met goede solisten, maar het zocht te weinig aansluiting bij de actualiteit en viel mede daardoor uit de gratie bij het Bimhuis-publiek. Dat wilde spannende experimenten, innovatieve impro.”

„Dat het ons wel lukte volle zalen te trekken, kwam doordat we ons toen al breed opstelden, niet alleen teruggrepen op de Amerikaanse bigbandtraditie, maar ook onze oren spitsten naar nieuwe geluiden. We speelden net zo graag met de die hards uit de Amsterdamse improvisatie-scene als met buitenlandse solisten uit alle hoeken, genres en stijlen. We lieten swingjazz samenkomen met idioom uit de wereldmuziek en de nieuwe muziek. Ik durf te stellen dat wij daarmee de tanende belangstelling voor bigbandmuziek weer hebben aangewakkerd. Er zijn sindsdien behoorlijk wat grote bands bij gekomen, zoals het Rotterdam Jazz Orchestra, de New Generation Big Band en een hoop educatieve orkesten. Maar ook kleinere bigbands als Tetzepi en Bik Bent Braam. Allemaal exponenten van een nieuwe markt voor bigbandmuziek die mede door het succes van JOC – en laten we de New Cool Collective Bigband niet vergeten – een bestaansrecht hebben verworven.”

Het JOC bewerkte en speelde muziek van de Duitse componist/regisseur Heiner Goebbels tot Count Basie en Duke Ellington, deed projecten met rappers, harmonie-, fanfare- en symfonieorkesten en nodigt regelmatig gastsolisten uit die hun eigen composities aandragen, waar Meutgeert en mede-arrangeur Rob Horsting dan de tanden in zetten. Deze week komt het Amerikaanse multitalent Chris Potter naar ons land voor een tweetal concerten met het orkest, waarvoor hij zes nieuwe stukken schreef en arrangeerde.

In het veelkleurig oeuvre van het JOC ligt altijd een herkenbare, tamelijk unieke ensembleklank besloten, met aan de basis authentieke bigbandswing, vormgegeven in een traditionele jazzorkestbezetting met een ritmesectie van piano, gitaar, bas en drums, een viermans trombonesectie, vijf saxen en vijf trompetten, een meer dan gebruikelijk

„Zo kunnen we wisselen tussen twee leads in het hoge register”, verklaart Martinez. „Dat geeft ons de mogelijkheid in de fortissimo’s nog meer uit te pakken, de orkestklank nog meer te laten stralen. Daarbij zijn onze bandleden uitgesproken karakters, solisten die hun eigen stempel drukken en verrassende composities aanleveren. Met elk project willen we een totaal nieuw programma brengen, dat doet geen enkele andere bigband. Wat betreft tijd en geld kunnen we ons voor elke concertserie slechts een repetitie veroorloven. Dat heeft ook voordelen: je leert meteen tot de kern te komen, houdt de muziek vitaal en geeft haar een oorspronkelijke energie mee die op het publiek afstraalt.”

„Het grote verschil tussen het JOC en veel buitenlandse bigbands is dat bij ons niemand in vaste dienst is. Dat kunnen we niet financieren, we moeten het doen met karige tweejarige projectsubsidies. Met zijn laboratoriumfunctie voor innovatieve bigbandmuziek, zijn bereik van een nieuw en gemêleerd publiek in het Concertgebouw (telkens meer dan 1500 betalende bezoekers) en de ophanden zijnde concertreeksen in poptempels als Paradiso, Tivoli, 013 en het Paard (volgende maand met souljazzveteraan Dr. Lonnie Smith), heeft het JOC zijn belang voor het Nederlandse muziekleven ruimschoots bewezen. Het is daarom hoog tijd voor een structurele financiering van ons orkest. Dat is vooralsnog slechts weggelegd voor de gevestigde vertolkers van 19de-eeuws repertoire. Natuurlijk zijn dat nog steeds de grote publiekstrekkers, maar we leven in de 21ste eeuw. Je kunt toch niet je oren blijven afwenden van al die muzikale verworvenheden die de afgelopen honderd jaar tot ons kwamen: contemporain klassiek, jazz, wereldmuziek en al die cross-overs daartussen? Ik verwacht dat ook hier de naam van ons orkest als breekijzer kan dienen.”

Het JOC met dirigent Henk Meutgeert tijdens een optreden in de Melkweg in Amsterdam. ( FOTO RONALD KNAPP) Beeld
Het JOC met dirigent Henk Meutgeert tijdens een optreden in de Melkweg in Amsterdam. ( FOTO RONALD KNAPP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden