Een halve eeuw verzorgingstehuizen in Amsterdam

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - De Amsterdamse ouderenzorg bestaat vijftig jaar. Het boek 'Kapsalon, koffie en kritiek' van Catharina Th. Bakker beschrijft de veranderingen die verzorgingstehuizen gedurende een halve eeuw hebben ondergaan.

De titel van het boek is ontleend aan drie terugkerende pilaren van verzorgingstehuizen: zorg ('kapsalon'), gezelligheid ('koffie') en 'kritiek' van bewoners, deskundigen en andere betrokkenen op het gemeentelijke beleid voor de verzorgingstehuizen.

Het boek is volgens de schrijfster vooral geschreven voor politici, beleidsmedewerkers, directies, stafmedewerkers en uitvoerenden in de ouderenzorg. Voor de bewoners zelf noemt ze het een 'uniek document dat veel herinneringen zal oproepen.' Daarnaast is het leuk om te lezen voor iedereen die meer wil weten over de historie van Amsterdam.

In het boek staan veel foto's en anekdotes, of fragmenten daaruit, van bewoners en medewerkers. Deze geven een goed beeld van de geschiedenis van binnenuit. Zo vertelt de heer N. van 79 jaar over zijn tantes in de Amstelhof: 'We namen wel eens wat mee, aardbeien of zo. En dan legden ze er vier apart. 'Anders krijgen we besogne met de zusters.' Dat is pure realiteit! En pas dertig jaar geleden!'

Voor de Tweede Wereldoorlog was de ouderenzorg vooral een kwestie van armenzorg. De rijken bleven tot hun dood zelfstandig wonen. Zij konden zich een hulp in huis veroorloven. De minder bedeelden verdienden niet genoeg om geld weg te zetten voor hun oude dag.

Na de Tweede Wereldoorlog konden de oudere armen geen geld meer verdienen om een huis te bouwen. Bovendien hadden zij het in de oorlog wegens gebrek aan geld al extra zwaar gehad. In 1947 maakte een groep Amsterdamse sociaal-democraten plannen om met overheidssteun een groot tehuis te bouwen in de Watergraafsmeer.

Begin 1951 riepen zij de 'Willem Drees Stichting' in het leven. De Algemene Woningbouwvereniging bouwde het huis. Willem Drees sloeg in 1955 de eerste paal de grond in en knipte twee jaar later bij de opening het lint door van het naar hem vernoemde tehuis. Het resultaat was erg modern voor die tijd. Alle bewoners hadden een zit-slaapkamer. De wastafel was met de klep dicht als tafel te gebruiken en op de gang stonden keukenblokjes voor een kopje thee of soep.

Het initiatief voor een niet-kerkelijke opvang voor bejaarden werd al snel overgenomen. In 1949 was de A.H. Gerhard Stichting opgericht, genoemd naar de stichter van het Humanistisch Verbond. Het A.H. Gerhardhuis opende in 1959. Nieuw daarbij was een aantal appartementen waar mensen zelfstandig konden wonen en toch gebruik konden maken van de voorzieningen in het tehuis. Het was de eerste vorm van de huidige 'aanleunwoningen.'

De beschrijving van het ontstaan van de ouderenzorg begint al in de 17e eeuw. De auteur schrijft over de opkomst en de aftocht van vele Amsterdamse verzorgingstehuizen. De meest recente is de heropening van het Flevohuis na een grootscheepse renovatie.

Bakker geeft daarnaast een beeld van de wetswijzigingen door de jaren heen en van de verschillende organen die zich inzetten voor de bejaardenzorg. Zoals de titel belooft, is er natuurlijk ook aandacht voor de kritiek op de tehuizen, de wetten en de instanties. Lange wachtlijsten en personeelsgebrek zijn daar goede voorbeelden van. Het personeel komt ook zelf aan het woord in de vorm van anekdotes en een speciaal hoofdstuk dat helemaal aan de geschiedenis van hun werk is gewijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden