Een halve eeuw muzikale eruditie

Vanmiddag genereert de ZaterdagMatinee waarschijnlijk weer veel opwinding met de complete uitvoering van de opera ’Roméo et Juliette’ van Charles Gounod. Maar er zal waarschijnlijk ook emotie in het Concertgebouw rondwaren.

Het zou me namelijk niets verbazen als er aan het begin van de uitvoering kort wordt stilgestaan bij de dood van de Franse dirigent Jean Fournet. Afgelopen maandag overleed hij op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats Hilversum. Vanmorgen wordt de eminente maître gecremeerd in Bilthoven.

De laatste keer dat Gounods romantische opera in Nederland tot klinken kwam, was in dezelfde Matinee, op 22 januari 1966. Dirigent op die zaterdag, 42 jaar geleden, was Jean Fournet. Hij voerde het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor aan, en had de beschikking over grote solisten als Alain Vanzo, Erna Spoorenberg, Elisabeth Cooymans en Peter van der Bilt. De latere cd-opname van die gedenkwaardige middag getuigt van Fournets stijl en klasse in dit repertoire. Het is een prachtige coïncidentie, dat er via Gounods ’Roméo et Juliette’ vanmiddag een link gelegd wordt met het afscheid, eerder vandaag, van Fournet.

Jean Fournet is als chef-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest uitermate belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de zaterdagserie zoals die nu is. Het was Fournet die de allereerste matinee – toen nog ’Matinee op de vrije zaterdag’ geheten – dirigeerde. Dat was op 23 september 1961. Fournet leidde het RFO en het Omroepkoor in een programma waarop ook Wagenaars ’Cyrano de Bergerac’-ouverture prijkte. Fournet zette zich in voor Nederlandse muziek (die van Badings bijvoorbeeld) en introduceerde in Nederland werk van zijn landgenoot Olivier Messiaen. Van diens meesterwerk, de ’Turangalîla’ symfonie verzorgde hij de Nederlandse première; ook die vond plaats tijdens een Matinee op de vrije zaterdag (22 april 1967).

Fournet, die in Hilversum Bernard Haitink opvolgde, vervulde de functie van chef-dirigent van het RFO van 1961 tot 1978, maar dirigeerde er al in 1950. Tussendoor was hij ook nog chef bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest (1968-1973). Een belangrijke, haast onopvallende aanwezigheid van een halve eeuw. In een gesprek eind jaren negentig – hij kon toen al bijna niets meer zien – viel mij zijn muzikale eruditie en bescheidenheid op. Hij sprak toen over de discipline en de vormelijkheid in Japan, waar hij veel dirigeerde. Hij leek me daar meer op zijn plaats dan in het brutale en schreeuwerige Nederland.

Toch kreeg hij bij het RFO – en hij was er zeer vereerd mee – de titel ’Chef d’Orchestre Permanent Invité’, wat zoveel betekende dat hij kon komen dirigeren wanneer hij wilde. Die permanente invitatie is met zijn dood komen te vervallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden