Een halve eeuw afgeschreven

Noem de namen van Drees, Den Uyl en Lubbers. Dikke kans dat de reactie zal zijn: dat zijn in tijdsvolgorde de belangrijkste premiers die we na de oorlog hebben gehad. Met excuus aan al die andere premiers, die eveneens een belangrijke rol hebben gespeeld, maar wier namen toch een beetje op de achtergrond zijn geraakt, zoals Schermerhorn, Beel, Marijnen, De Quay, Zijlstra, De Jong, Biesheuvel en Van Agt.

Tot zover niets aan de hand. Daarentegen mag je toch hopen dat er op z'n minst een paar mensen de wenkbrauwen zouden ophalen, als we dit drietal in één adem door zouden promoveren tot de spraakmakendste en invloedrijkste politici van de afgelopen eeuw. Toch is dat de uitkomst van een enquête onder kamerleden, die de dagbladen van het VNU-concern dezer dagen presenteerde. Alsof voor kamerleden de eerste helft van deze eeuw niet heeft bestaan, zoals NRC Handelsblad columnist J. L. Heldring terecht constateerde.

Het is inderdaad vreemd dat iemand als Abraham Kuyper, die wel de architect van onze samenleving is genoemd, kennelijk geen enkel gewicht in de schaal legt. Maar ook Colijn komt er niet in te pas, terwijl deze politicus zich tijdens het interbellum krachtig heeft geweerd. Hij mag dan na de oorlog zijn verguisd wegens zijn achteraf als onjuist gekwalificeerde harde-gulden-politiek. Dat neemt niet weg dat hij toen in brede kring respect afdwong, iemand die bovendien kans zag op het internationale toneel een rol van gewicht te spelen als een vooraanstaand staatsman van (toen nog) een middelgrote natie.

Zelfs als tegenwoordige kamerleden deze twee politici hardnekkig blijven zien als onbetekenende representanten van het protestantse deel der natie, dan nog is het verbazingwekkend dat kennelijk niemand het de moeite waard vond om mensen te noemen als Troelstra, Nolens, Schaepman, Oud of Ruys de Beerenbrouck. We stuiten hier op het fenomeen van de omgekeerde verrekijker, die ons dwingt om alles van voor de oorlog naar de prehistorie te verwijzen en wat van na de oorlog dateert juist naar ons toe te halen. Alsof de jaren '40-'45 zoiets als een breuklijn markeren, terwijl iedereen met een beetje historisch besef weet dat de politiek na de oorlog de draad gewoon weer oppakte. Tot verdriet van de PvdA, die mede om die reden de doorbraak compleet zag mislukken.

In zijn column vraagt Heldring zich af of we het moeten betreuren dat hedendaagse politici van zo weinig historisch besef blijk geven. Zo zou je je kunnen voorstellen dat je van de geschiedenis wijzer wordt, omdat je er lessen uit kunt trekken. Maar dat is volgens hem twijfelachtig. Heldring is het eens met Tocqueville die in de vorige eeuw al tot de conclusie kwam dat de mensheid misschien dezelfde blijft, maar de omstandigheden steeds anders zijn. Dat bracht Heldring weer tot de troostrijke gedachte dat geschiedenis daarom tenminste nuttig is om de mensheid te leren kennen.

Dat is waar. De lijn doortrekkend betekent dit echter dat hedendaagse politici hun vroegere collega's óf niet kennen en ook niet de moeite hebben willen nemen hen te leren kennen. Dan wel - en dat is in theorie ook mogelijk - dat men hen wel degelijk uit de geschriften heeft leren kennen, maar er niets mee te maken wil hebben, gewoon omdat men zich niet met hen kan identificeren. Het zou kunnen, maar als dat zo is begrijp ik niet dat je daar dan klakkeloos het oordeel aan verbindt dat ze om die reden onmogelijk invloedrijk of spraakmakend kunnen zijn geweest. Dat zou van onvermogen getuigen om te kunnen objectiveren en feiten en omstandigheden op hun juiste waarde te schatten. Nee, laten we het er daarom maar gewoon op houden dat onze kamerleden hun geschiedenis niet kennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden