Een haast onmogelijke verzoening

Het kleine houten richtingaanwijzertje met het opschrift Camp David is weggehaald. Het buitenverblijf van de president van Amerika in het bosrijke Maryland is volledig afgezet. Gisteren arriveerden de gasten, premier Ehoed Barak van Israël en de Palestijnse leider Jasser Arafat, elk volgens Amerikaanse instructies met een kleine delegatie.

Ook 22 jaar geleden zaten hier gasten uit het Midden-Oosten: de president van Egypte, Anwar Sadat, en de premier van Israël, Menachem Begin. Boetroes Boetroes Ghali, de latere VN-baas, toen lid van de Egyptische delegatie, beschreef het als 'een raar gebeuren'. ,,We waren gewend netjes aangekleed achter tafels te zitten onderhandelen. Hier zagen we elkaar in pyjama, sportkleren en fietsend op bospaadjes.'

Het was tactiek van de Amerikanen een ongedwongen sfeer te scheppen, net zo goed als ze - nog niet geplaagd door de mobieltjes - de deelnemers zoveel mogelijk van de buitenwereld wilden isoleren. In de Israëlische delegatie toonde Begin zich de meest onverzoenlijke. Achteraf wordt wel beweerd dat Begin uiteindelijk instemde omdat hij geheel geïsoleerd was van zijn rechtse strijdmakkers uit het verzet. Zijn ministers Dajan en Weizman praatten op hem in, president Jimmy Carter waarschuwde hem telkens weer voor de catastrofale gevolgen van een mislukking.

Aan Egyptische zijde was juist Sadat het meest flexibel, terwijl vele leden van zijn delegatie het hele Camp David van het begin af aan niet zagen zitten. Meerdere ministers stapten - ook toen - op.

De vergelijking met 22 jaar geleden is aantrekkelijk vanwege de plek van samenzijn, dezelfde Amerikaanse inzet en vooral vanwege de goede afloop. Maar de vergelijking gaat mank. Begin en Sadat waren sterke leiders en ze waren al overeengekomen dat Israël Egypte de Sinaï-woestijn zou teruggeven. Het betekende niet dat er nog maar weinig te bespreken viel. Het lot van de Israëlische nederzettingen in de Sinaï zorgde voor de nodige crises. Voor Sadat was het bovendien essentieel dat hij geen afzonderlijk Egyptisch-Israëlisch akkoord zou sluiten, maar de basis legde voor 'vrede in het Midden-Oosten'. Centraal daarin stond het Palestijnse vraagstuk.

Tweeëntwintig jaar later is het nog altijd een haast onmogelijke opgave Israël en de Palestijnen te verzoenen. ,,Ik vraag niet om de maan', luidt de gevleugelde uitspraak van Jasser Arafat in zijn streven naar een eigen onafhankelijke staat. President Clinton beschreef het conflict deze week als 'het moeilijkst oplosbare conflict ter wereld'. ,,Het raakt de ziel, de identiteit, het wezen van beide volken.' Premier Barak hamert al een jaar op de noodzaak van een échte top: ,,Zeven jaar na het begin van de onderhandelingen, veertien jaar na de intifada, 36 jaar na het oprichten van de PLO (...) weten we alles over elkaar wat er te weten valt. Het is tijd voor beslissingen.'

Het ABC

A Arafat, Jasser - Leider van het Palestijnse volk, geboren in 1929. Al meer dan veertig jaar leidt Arafat de strijd van zijn volk voor een onafhankelijke Palestijnse staat zowel als guerrillaleider als politiek leider, als hoofd van de Fatah en de Palestijnse bevrijdingsbeweging PLO, en als president van het Palestijnse bestuur.

B Barak, Ehoed - Premier van Israël, geboren in 1942. Voor hij zijn politieke carrière in 1995 begon was hij drie decennia lang beroepssoldaat. Hij diende als commandant van Israëls elite-eenheid, was hoofd militaire inlichtingendienst en ten slotte opperbevelhebber. Hij is leider van de Israëlische Arbeiderspartij en het Eén Israël-blok en werd vorig jaar tot premier gekozen.

C Clinton, Bill - President van de Verenigde Staten, geboren in 1946. Is bezig aan de laatste etappe van zijn tweede termijn. Hij was van het begin van zijn presidentschap nauw betrokken bij het vredesoverleg in het Midden-Oosten. Hij is de gastheer, bemiddelaar en supervisor in Camp David.

D David - Camp David. Franklin D. Roosevelt was de eerste president die in 1938 kwam uitrusten in het loofrijke 'kamp' in Maryland, niet ver van Washington, dat tot dan als rustoord voor overheidsbeambten diende. Roosevelt noemde de plek

Shangri-la (het verborgen paradijs). President Eisenhower doopte het oord om en noemde het naar zijn kleinzoon.

E Eli Rubinstein - Deze juridisch adviseur van de Israëlische regering is de enige die er 22 jaar geleden ook bij was in Camp David, toen als kabinetssecretaris en een door Begin bewonderd veelbelovend jong jurist. Hij hielp bij het opstellen van de meer dan twintig ontwerp-voorstellen en het uiteindelijke vredesakkoord tussen Israël en Egypte.

F Fatah - Al-Fatah is de beweging die in de jaren vijftig ontstond onder Palestijnse studenten in Koeweit en onder leiding van Jasser Arafat uitgroeide tot de belangrijkste guerrillabeweging die streed voor de bevrijding van Palestina.

G Grenzen - De Palestijnen eisen dat Israël zich terugtrekt naar de grenzen van vier juni 1967. Dat zijn de grenzen zoals die bestonden voordat Israël in de Zesdaagse oorlog de westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook veroverde. De Palestijnen willen in dit gebied hun staat vestigen. Tot nu toe hebben de Palestijnen slechts veertig procent van dit gebied teruggekregen. In de onderhandelingen zou Israël zich bereid hebben verklaard tussen de 86 en 92 procent op te geven (Zie ook N - nederzettingen) en de Palestijnen te compenseren met Israëlisch gebied grenzend aan Gaza. Problematisch is ook de Jordaanvallei, de oostelijke grens met Jordanië. Israël heeft die altijd opgeëist om veiligheidsredenen, maar lijkt daar nu minder hard aan vast te houden.

H Handvest - Het Palestijnse Handvest werd in 1964 aangenomen als het politieke programma van de PLO, en riep op tot de bevrijding van Palestina. In het kader van de Oslo-akkoorden verplichtten de Palestijnen zich enkele passages te schrappen waaronder de passages die oproepen tot de vernietiging van Israël ('de zionistische entiteit'). Dit gebeurde eind 1998 in Gaza in aanwezigheid van president Clinton.

I 'If I were a rich man' - Het lied uit de musical Anatevka. In Camp David I vroeg de toenmalige president Jimmy Carter op een gezellig avondje aan de Israëlische delegatie een 'joods liedje' te zingen. Ze vroegen hem welke hij kende. Dat was 'If I were a rich man', hetgeen ze vervolgens gezamenlijk zongen.

J Jeruzalem - Israël veroverde Oost-Jeruzalem op Jordanië in de Zesdaagse Oorlog. Het annexeerde het stadsdeel en breidde gedurende de jaren de stad uit en rekte ook zijn grenzen op. Het beschouwt geheel Jeruzalem als zijn 'eeuwige ondeelbare hoofdstad'.

De Palestijnen eisen echter hun 'Al Koeds', heilige Jeruzalem op als toekomstige hoofdstad van de Palestijnse staat. In de meest vergaande Israëlische voorstellen is Israël hooguit bereid ze zeggenschap te geven over enkele buitenwijken en blijft de status-quo op de Tempelberg, die bestuurd wordt door de Palestijnse Wakf. De stad telt bijna 400 000 Joodse inwoners, van wie er inmiddels 180 000 in nieuwe wijken van het (Arabische) oostelijk deel wonen, en ruim 200 000 Arabische inwoners.

K Kader voor vrede in het Midden-Oosten - Dit was de titel van het akkoord dat Israël en Egypte in 1978 uitwerkten. De Egyptische president Sadat wilde er absoluut niet van beticht worden een apart akkoord met Israël te sluiten, vandaar dit 'kader' dat voorzag in Palestijnse autonomie. Het leverde de Israëlische premier Begin thuis de beschuldiging op dat hij in Camp David de Palestijnse staat had gevestigd, een parafrase op het gevleugelde gezegde dat Theodor Herzl begin deze eeuw de Joodse staat had gevestigd. Hoewel er nog jaren over Palestijnse autonomie is onderhandeld kwam er niets van tot de doorbraak in Oslo in 1993.

L Levi, David - Israëls minister van buitenlandse zaken die niet mee wilde naar Camp David omdat hij geen fiducie heeft in de uitkomst. Als waarnemend premier is hij nu de baas in Israël

M Motie van wantrouwen - Aan de vooravond van het topoverleg haalde de Israëlische oppositie een bijna-overwinning met haar motie van wantrouwen tegen de regering-Barak. Voor de motie stemden 54 parlementsleden, tegen 52. Er was echter een absolute meerderheid van 61 van de 120 stemmen nodig om de regering ten val te brengen.

N Nederzettingen - Bijna 200 000 Joodse kolonisten wonen in nederzettingen op de westelijke Jor-daanoever en de Gazastrook, gebieden die Israël in 1967 veroverde op Jordanië en die de Palestijnen in hun geheel opeisen, zonder kolonisten. In de geheime onderhandelingen die in Stockholm zijn gevoerd zou Israël hebben voorgesteld het grootste blok nederzettingen vlak aan de grens bij Israël te voegen. Daardoor zou nog slechts een beperkt aantal nederzettingen en veertigduizend kolonisten in Palestijns gebied overblijven. (Zie ook G - grenzen).

O Oslo-akkoorden - In september 1993 ondertekenden premier Rabin van Israël en de Palestijnse leider Arafat een principe-akkoord dat voorzag in Palestijns zelfbestuur als overgangsfase. Daaraan vooraf gegaan waren zes maanden van geheime onderhandelingen in Oslo, die uitmondden in wederzijdse erkenning, bezegeld door de handdruk tussen Rabin en Arafat op het gazon van het Witte Huis. De Oslo-akkoorden gingen uit van een stapsgewijs proces, met aan het eind ervan onderhandelingen over de definitieve regeling tussen de Palestijnen en Israëliers. Het is inmiddels opgevolgd door tal van akkoorden die een uitwerking van Oslo vormden.

P Palestijnse staat - De Palestijnen hebben 13 september uitgeroepen als dag waarop zij hun Palestijnse staat 'verwezenlijken', die zij in wezen al in 1988 hebben uitgeroepen. Die dag is de einddatum die Barak en Arafat hebben afgesproken voor hun overleg. In hun laatste verklaring stellen de Palestijnen dat de staat komt in het gebied dat Israël in 1967 veroverde, met Jeruzalem als hoofdstad. Israël is fel gekant tegen een unilateraal uitroepen van de staat door de Palestijnen, en heeft al met tegenactie gedreigd. Maar Barak lijkt niet a priori gekant tegen een Palestijnse staat.

Q Quote - 'Nu moet jij', waren de woorden die de Israëlische premier Jitschak Rabin zijn minister van buitenlandse zaken Sjimon Peres toefluisterde. Het was bij de ceremonie ter ere van de Oslo-akkoorden, toen Rabin voor het oog van de wereld de uitgestrekte hand van Arafat wel moest schudden.

R Resoluties - De Palestijnen beroepen zich bij hun eis tot volledige Israëlische terugtrekking op de VN Veiligheidsraad-resoluties 242 en 338, die respectievelijk na de oorlog van '67 en '73 zijn aangenomen. Daarnaast beroepen zij zich op resolutie 181, die uit 1947 dateert en waarin het Britse mandaatgebied Palestina wordt opgedeeld in een Joodse en een Arabische staat. Vooral rechts in Israël ziet hierin het bewijs dat de Palestijnen geen genoegen nemen met terugkeer naar de grenzen van 1967 maar nog veel meer willen. Voor het recht op terugkeer van de vluchtelingen verwijzen de Palestijnen naar resolutie 194 die dateert uit 1948.

S Slotovereenkomst - Volgens de akkoorden van Oslo hadden Israël en de Palestijnen al na drie jaar de onderhandelingen moeten beginnen over de definitieve status. Veel is daar niet van terechtgekomen.

De Palestijnen eisten dat Israël eerst nog al zijn verplichtingen nakomt uit de interimfase, waaronder een derde terugtrekking. Barak wil dat, net als zijn voorganger, liever overslaan. Hij hamerde er constant op dat het zaak is om de grote vraagstukken aan te pakken en knopen door te hakken. Het is de bedoeling dat dat nu in Camp David gebeurt, al kan het wel eens veel minder worden. Clinton spreekt al over het vaststellen van de contouren van een slotovereenkomst. En mogelijk zijn zelfs daarvoor meerdere Camp Davids nodig.

V Vluchtelingen - Het hoogste orgaan van de PLO heeft begin deze maand opnieuw het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen tot hoofdeis in de onderhandelingen gesteld. Over de cijfers is geen overeenstemming, maar het gaat om naar schatting 3 tot 4 miljoen Pales-tijnen (en hun nazaten) die in de oorlogen van 1948 en 1967 zijn verdreven. Het recht op terugkeer geldt volgens de Palestijnen niet alleen naar de uit te roepen Palestijnse staat, maar ook naar wat nu Israël is. Voor Israël is dit onaanvaardbaar. Het zou eventueel wel willen praten over compensatie en terugkeer van enkele tienduizenden Palestijnen.

Voor de Palestijnen is erkenning van hun recht een principiële zaak, al beweren sommige cynici dat ook Arafat zijn rivalen uit de kampen in Libanon en Syrië niet echt bij hem thuis wil.

W Water - De verdeling van water en de waterbronnen is een van de meest gevoeligste kwesties. Israël heeft de afgelopen jaren flink geput uit de reservoirs die onder de bezette gebieden liggen. De Palestijnen beschouwen die als deel van hun gebied en eisen ze niet alleen terug, maar ook als compensatie voor het door Israël gebruikte water. Israël is slechts bereid tot een verdeling van het water.

Z Zbigniew Brzezinski - Hij was veiligheidsadviseur van president Carter en actief betrokken bij het vredesoverleg tussen Israël en Egypte in Camp David in 1978.

In Le Figaro trok hij gisteren een vergelijking tussen de twee Camp Davids die Clinton, Arafat en Barak als muziek in de oren zullen klinken. Vandaar als uitsmijter: ,,Israël en de Palestijnen zijn dichter bij een akkoord dan Egypte en Israël dat waren aan de vooravond van Camp David in 1978.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden