Een Haagse dame van de straat

Yvonne Keuls, pionier van de sociale roman, wordt vandaag 80. Dat wordt gevierd met een schrijversprentenboek en een tentoonstelling. De jarige toont zich nog net zo gedreven als in de tijd van 'Jan Rap en z'n maat': 'Het moet ergens om gaan, anders kan ik mij er geen dag mee bezighouden.'

De buurt, het soort huis, het dressoir vol foto's, de sofa's met kussens, de raskat voor de open haard; het klopt exact met het beeld dat je hebt van Yvonne Keuls. Hier woont een keurige Haagse dame. Maar dan wel een keurige Haagse dame die ook van de straat is. En je geeft haar geen 80. Zo scherp van geest en zwierig van lijf is ze.

U ziet er nog goed uit. U beweegt zich ook nog goed.
"Ik heb twee nieuwe heupen, dus wat wil je. Elke dag, zodra het kan, ga ik even wandelen op het strand. Dat is zo heerlijk aan Den Haag, hè, dat het aan zee ligt. Ik zal het wel hebben van de kant van mijn moeder, dat is een sterke kant, dat zijn allemaal ouwe dames geworden. Maar het kan ook morgen allemaal afgelopen zijn."

Dat kan ook als je zestien bent.
"Ja, maar toch: dat gevoel van oneindigheid, ik heb dat nooit gehad. En dat komt door de oorlog. Als je van je achtste tot je dertiende dat ongewisse gevoel hebt gehad, dat bedreigde gevoel, dan is dat ook logisch. Daarom zeg ik altijd: maak gebruik van je leven, zoek wat je kunt, buit dat uit, ga ermee aan de slag. Het ene kan ophouden, maar dat kan een opstap zijn voor weer iets nieuws. En koester wat je hebt. Ik heb altijd dat gevoel gehad van: ze kunnen me alles afnemen, behalve mijn talent. Dat blijft lekker voor altijd bij mij."

Veel schrijvers wonen in Amsterdam. Waarom bent u daar nooit naartoe gegaan?
"Toen de grootste drukte rondom mijn werk wat afnam, zeiden ze wel eens tegen mij: weet je wat jij moet doen? Jij moet in Amsterdam gaan wonen. Maar dat is zo'n gesloten wereld, waarom zou ik daar al die moeite voor doen? Ik vind het hier allemaal veel te genoeglijk, ben ook altijd een Haagse columnist geweest. Bovendien pas ik niet zo in die schrijverswereld, ik heb vooral vrienden die acteur zijn. Ik ben een acteursschrijver. Hier in de Koninklijke Schouwburg, waar ik vier keer een première heb gehad, hangt mijn portret. Als enige schrijver."

Wie 80 is, kijkt doorgaans vaak terug. Doet u dat ook?
"Nee, dat is niet nodig. Alles wat ik gedaan heb neem ik toch mee. Het schrijven over Indië, dat kun je niet even wegwissen. 350 jaar koloniale tijd! Dat is wereldgeschiedenis. En niet de minste schrijvers hebben erover geschreven, hè. Ik ben blij dat ik daaraan heb bijgedragen. En ik zou er nog steeds eindeloos over kunnen schrijven, want het gaat altijd door. Dat is met alles zo wat ik gedaan heb in mijn leven, het heeft altijd een verbinding gehad. Als ik vroeger nooit les had gegeven, was ik nooit in aanraking met drugs gekomen. Dan had ik nooit dat opvangtehuis opgericht en had ik dus ook nooit een basis gehad om die sociale romans te schrijven."

Wat was die basis? Woede?
"Als je toch eens wist hoeveel politici ik destijds heb aangesproken, toen ik met al die misstanden te maken kreeg. Niemand wist in die tijd van zwerfkinderen. Die bestonden niet! Drugs, zwerfjongeren, prostitutie, het ging helemaal de verkeerde kant op met die kinderen. Maar denk je dat ze naar me luisterden? Denk je dat er één politicus bereid was om met mij mee te gaan? Ben je mal, dat was electoraal helemaal niet interessant voor ze. En nog steeds niet. Daar is de politiek niet voor. Daarom ben ik die boeken gaan schrijven."

Zo werd u de pionier van de sociale roman.
"Volgens literaire critici heb ik voor dat genre wel de basis gelegd, ja. Mijn boeken hebben in ieder geval navolging gekregen en een heleboel teweeggebracht, ook als toneelbewerking. Op een gegeven moment draaide 'Jan Rap en z'n maat' elke avond wel ergens in Europa. Wenen, Rome, Parijs. Théâtre des Champs Elysées. Dat zijn 1600 man, hoor!"

Zijn de inzichten over de thema's waar u over schreef door de jaren heen veranderd?
"Ik was de eerste die over loverboys schreef. In 'Het verrotte leven van Floortje Bloem' was dat. Die loverboys zijn niet een verschijnsel van nu; die bestonden toen al. Alleen werd dat probleem toen nooit erkend. Nu zie je eindelijk dat men wél gaat onderkennen wat er aan de hand is. De enorme problemen met de loverboys, maar ook die met cannabis-spul dat steeds sterker wordt. Het is niet de heroïne, het is dat constante blowen dat altijd onderschat is. Het roken van die joints is een gedragspatroon geworden. En omdat dat patroon zo sluipend is zoeken ze er geen hulp voor. In 'De moeder van David S.' laat ik niet voor niets juist Bennie, die alleen blowde, doodgaan. Dat was heel bewust."

Ze onderbreekt het gesprek en pakt er een brief bij, die naast haar op tafel ligt. De brief is van een advocaat, die Keuls vraagt om voor zijn cliënt - een inmiddels volwassen slachtoffer van misbruik in de jeugdzorg - te getuigen. "En dat ga ik doen. Natuurlijk ga ik getuigen. Dit soort brieven krijg ik heel regelmatig. Het komt allemaal los, het komt allemaal uit. Het misbruik in de katholieke kerk? Ik wist dat allang. Daardoor gaat nu ook die andere groep zich roeren, de groep die misbruikt is in de jeugdzorg. Helaas zijn de daders vaak te machtig, ze dekken elkaar. Ik denk wel eens: die mensen van de commissie-Samsom, die het misbruik onderzoeken, waar blijven die? Als er toch iemand die wereld goed kent, dan ben ik het. Nou, ik heb ze hier nog niet gezien."

Ziet u die sociale romans als uw belangrijkste boeken?
"Het een is niet belangrijker dan het andere. Ik ben nu 50 jaar schrijfster en die 50 jaar beslaat in wezen vijf blokken van tien jaar. Al die blokken zijn een gelijkwaardige trap in mijn schrijversontwikkeling en die loopt synchroon met mijn menselijke ontwikkeling. Ik ben van nature erg ontplooiend. Maar ik kan ook mijn geschiedenis niet ontkennen, met een moeder die tijdloos leefde en een vader die mathematicus was. Dat kan niet anders dan tweespalt opleveren. Die dubbelheid zit ook in mijn werk. Met toneel werk ik met een vast kader, bij columns zit je nergens aan vast."

Waarom wordt uw werk door de critici niet gezien als literatuur?
"In de toneelwereld wel. Ik heb toch maar mooi de belangrijkste prijs voor toneelliteratuur gekregen. Maar ik weet niet waarom het is. Misschien omdat ik ongrijpbaar ben, omdat ik niet in een hokje te plaatsen ben. En er is te veel te lachen in mijn werk. In de Nederlandse literatuur is natuurlijk weinig te lachen. Terwijl het bij mij echt wel ergens om gaat. Het moet ergens om gaan, anders kan ik mij er geen dag mee bezighouden. Dat breng ik vervolgens met humor, want als het om te lachen is onthou je het."

Misschien had u pure fictie moeten schrijven om 'erbij te horen'.
"Ja, of ik had toch naar Amsterdam gemoeten. Ik denk dat niemand helemaal fictie schrijft. Het is altijd een combinatie van werkelijkheid, fantasie en herinnering. Zelfs Roald Dahl dacht er zo over."

Terugkijken doet u niet, zei u net. Kijkt u dan eens vooruit?
"Ik heb het idee dat ik een nieuwe fase in ben gegaan. Voorheen schreef ik de scenario's van het werk van anderen; het wordt nu tijd dat mijn eigen boeken worden verfilmd. Het scenario van mijn novelle 'Daniël Maandag' heb ik af. Daarna denk ik dat 'Floortje Bloem' aan de beurt is. Nu kan ik het nog doen. Bovendien blijf ik toch een didacticus. Ik breng graag over. En ik heb er vreselijk veel zin in."

Prijs, tentoonstelling, prentenboek
Het kostbaarste verjaardagscadeau kreeg Yvonne Keuls deze week van haar geliefde stad. Van de gemeente ontving zij de Haagse Cultuurprijs. Deze bestaat uit een geldbedrag van € 25.000 te besteden aan een project van de laureaat en een kunstwerk. De prijs is bedoeld als 'kroon op een Haagse cultuurcarrière'. Het Letterkundig Museum grijpt de verjaardag van Keuls aan voor de tentoonstelling '80 jaar Yvonne Keuls'. Aan de hand van jeugdfoto's, portretten, knipsels, handschriften en kiekjes uit het privé-archief van Keuls krijgt de bezoeker inzicht in haar leven en werk. Het museum stelde bovendien speciaal voor de jarige, als eerbetoon, het Schrijversprentenboek 'Gedragen op de wind' samen.

Romans, toneel en tehuizen
Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931) verwierf de meeste bekendheid met sociale romans als 'Het verrotte leven van Floortje Bloem', 'De moeder van David S.' en 'Jan Rap en z'n maat'. Later ging zij over haar Nederlands-Indische familie-achtergrond schrijven. Keuls bewerkte haar sociale romans voor toneel. Ook maakte ze tv-scenario's van bekende werken van collega-schrijvers, waaronder 'Boeken der kleine zielen' van Louis Couperus en 'De koperen tuin' van Simon Vestdijk. Keuls zette verschillende kindertehuizen (mede) op en zit onder meer in het bestuur van een kindertehuis op Bali.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden