Een grote boom schrikt zich dood

Sinds het technisch mogelijk is ook grote bomen te verplanten, nemen bewoners van nieuwbouwwijken geen genoegen meer met van die jonge, iele 'werphengels' voor hun deur. Ze willen een volwaardige iep of eik bij het huis, precies zoals deze op de bouwtekening stond aangegeven. Maar die grote kosten veel meer, en worden snel ingehaald door de kleintjes.

Hans Kaljee heeft een niet alledaags beroep, maar wel een functie die in opmars is. Hij is hoofdstedelijk bomenconsulent en waakt als het ware over het groen in de stad. Als bewoners van steden in enquêtes een lijstje moeten maken met wat zij onder natuur verstaan, zetten ze de boom bovenaan. Een veenweidegebied spreekt minder tot hun verbeelding.

De dienst Ruimtelijke Ordening van de relatief groene stad Amsterdam vond dat met de hang naar 'natuur' enerzijds, en de druk op de vegetatie anderzijds - met name door het gekrioel van leidingen óndergronds - een bomenconsulent hard nodig was, die de over alle stadsdelen versnipperde deskundigheid kon samenbrengen. Meer steden willen nu overgaan tot de aanstelling van zo'n centrale figuur, want voorlopig is Kaljee in Nederland nog de enige boomconsulent in dienst van een stad.

Veel mensen hebben een band met bomen, heeft Kaljee de laatste jaren gemerkt, en iedereen heeft er een mening over. Vaak ook slaat de liefde door en knopen mensen met een boom bijna menselijke betrekkingen aan. Niet alleen de bekentenis van prinses Irene van Lippe in haar boek 'Dialoog met de natuur' dat zij een geliefde dumpte op advies van een beuk, droeg daaraan bij. Ook uitspraken van de toenmalige Amsterdamse wijkwethouder Ojas de Ronde (Buitenveldert) dat zijn beleid mede werd beïnvloed door het contact dat hij heeft met een forse eik in het Amstelpark.

Als bomen menselijke eigenschappen toegedicht krijgen, moet een gemeente niet staan te kijken van vragen als: 'Wethouder, hoe zou u het vinden om in stukken gezaagd te worden?' Kaljee moet daar niets van hebben. Soms kun je bomen verplanten, soms moet je ze kappen, vindt hij. Heldere keuzes, daar gaat het om. En aan sentimenten, om in de gedachtegang van de houthumanisten te blijven, daar heeft een boom niets aan.

Het gesleep met bomen van de afgelopen jaren en de voor iedereen zichtbaar toegenomen expertise op het gebied van de boomverplaatsingen, heeft ertoe geleid dat bewoners van Amsterdamse nieuwbouwwijken als Nieuw-Sloten of KNSM-eiland niet langer genoegen namen met nieuwe, jonge aanplant. Op de tekening van hun huis stond een boom die tot de nok van hun droomhuis reikte, en bij oplevering bleek er niet meer dan een drie meter hoge spriet te staan. 'Wat mot ik met die werphengel?', kregen de gemeente en ontwikkelaars steeds vaker in goed Amsterdams te horen.

,,Er is een tendens steeds grotere bomen te planten'', zegt Kaljee, zodat een nieuwbouwwijk niet hoeft 'in te groeien', maar direct 'af' is. ,,Net als bij het televisieprogramma 'Eigen Huis en Tuin' op RTL 4, waar de tuin na een bezoekje van tuinman Rob 'klaar' is. De grote vraag is echter of dit wenselijk is. In ieder geval blijkt dat als je als gemeente hier níet in meegaat, er kritiek ontstaat.''

Kaljee heeft daarom in opdracht van de gemeente onderzocht hoe in de toekomst met de vraag naar bomen moet worden omgegaan. En hij deed dat met diezelfde instelling: geen emotie, maar heldere keuzes. Allereerst inventariseerde hij de kosten en vergeleek de aanschafprijzen van jonge en oudere kweekbomen. ,,Een linde bijvoorbeeld met een stamdoorsnede van 6 centimeter kost, als het transport en het planten niet worden meegerekend, 350 euro. Een linde met een stamdoorsnede van 16 centimeter kost tien keer zoveel: 3500 euro. Daar komt nog eens het inrichten van de ondergrond bij, dat ook nog eens 1500 euro kost. Ook voor andere bomen geldt dat het planten van een 'volwassen' exemplaar drie keer zo duur is als relatief jonge aanplant.'' Zeer jonge bomen komen niet eens in aanmerking omdat deze in Amsterdam vernield worden.

Het voordeel van het plaatsen van grote bomen is natuurlijk dat een nieuwe wijk direct 'groen' is, maar, zegt Kaljee, dat is een zeer betrekkelijk voordeel. Grote bomen die worden verplant verliezen zoveel wortels, dat er na overzetting sprake is van 'plantschok', zeg maar shockschade voor bomen. De boom heeft in zijn nieuwe omgeving tijd nodig voor herstel, waardoor de groei een paar jaar lang minimaal is. Jonge bomen raken minder wortels kwijt, en beginnen vrijwel direct na de overplanting met de groei. Daardoor, rekent Kaljee uit, lopen zij de voorsprong van zwaardere bomen snel in. Een boom van vijf jaar oud heeft een maatje van 10 jaar dat verplant is, al na zeven jaar in grootte benaderd (zie illustratie). De vraag is dan of de grote bomen de investering wel waard zijn.

In zijn voorbeelden is Kaljee uitgegaan van kweekbomen, bomen die jarenlang zijn voorbereid op hun vertrek. Elk seizoen worden de wortels in een cirkel afgestoken, zodat de boom een compact en fijn wortelstelsel ontwikkelt. Een ander verhaal vormen de bomen die van de ene plek in de stad naar de andere gaan, of zelfs van stad verhuizen - al dan niet met een tussenstop bij de Nationale Bomenbank in Bleskensgraaf die zich heeft gespecialiseerd in de verplaatsing van grote bomen.

Volgens Kaljee is geen boom ooit te dik of te groot voor verplaatsing - al kun je soorten als de berk beter laten staan - als hij maar de tijd krijgt om zich met zijn wortels op zijn verhuizing voor te bereiden. ,,Maar die tijd wordt hem meestal niet gegund. Net als kweekbomen moeten bomen in de stad voor de verhuizing hun wortelkluit verfijnen. Daar staat vier jaar voor. Maar politici kunnen daar vaak niet op wachten. De boom moet weg, de bewoners willen geen kap, dus wordt de boom overhaast weggehaald.''

Kaljee noemt bijvoorbeeld de 92 bomen die in 1997 voor een kapitaal van het Museumplein naar het Arena-gebied zijn verplaatst, onder druk van omwonenden en uiteindelijk ook van de politiek. ,,Doodzonde'', zegt Kaljee. ,,Ze staan daar nu treurig te wezen van de plantschok. Je had ze veel beter kunnen laten staan of kappen en nieuwe bij de Arena kunnen neerzetten, die hadden nu fier staan wuiven.''

De grotere exemplaren, of ze nu van de kweker of elders uit de stad komen, kunnen volgens Kaljee wel een rol spelen in de nieuwbouwwijken. ,,Ik zou voorstellen grotere exemplaren te planten op de hoofdstructuren en markante plekken als pleinen. Zo krijgen de wijken een groene uitstraling, terwijl de straten en plantsoenen met opkomend jong groen kunnen volstaan.''

Maar daar zit wat Kaljee betreft één maar aan. De nieuwe, maar vooral de oude bomen, moeten wel de ruimte hebben. En dan denkt hij vooral aan ruimte ónder het maaiveld. ,,Als je kijkt naar bouwtekeningen zie je vaak schetsen van wijken, waar op het laatst wat bomen aan zijn toegevoegd. Iedereen ziet wat voor een groen de kruin brengt, maar niemand heeft oog voor het worstelstelsel. In het ontwerp is daarvoor geen ruimte gecreëerd.''

Door de toegenomen drukte onder de grond - funderingslagen, riolering, bekabeling - komen bomen letterlijk in de knel, zegt Kaljee. Hun wortels kunnen geen kant meer op, drukken leidingen kapot en het plaveisel omhoog. Straatbomen als linden en iepen hebben minimaal 25 kubieke meter wortelruimte nodig om uit te kunnen groeien tot volwassen exemplaren in de eerste decennia. Daarna is veel meer ruimte nodig. Een ruim honderd jaar oude plataan legt zelfs beslag op 100 kubieke meter.

,,Een boom op het platteland of in het park kan met gemak honderd jaar worden, terwijl een boom in een straat vaak niet eens de 35 jaar haalt. Ze groeien uit, om vervolgens heel langzaam weg te kwijnen. De Amsterdamse bomen lijden, en niemand die het ziet. Van onderen is dat lijden ook niet waarneembaar, ikzelf zie het aan de top, die sterft in. Een boom gaat namelijk dood van boven naar beneden. De beuk is eigenlijk de enige die na lichte aanrijdingschade of wortelbreuk direct het loodje legt, maar de andere zijn zo sterk. Ik denk wel eens, gingen ze maar dood, dan werden onze tekortkomingen duidelijk, maar ze zijn zo taai.''

Alleen bij een goede storm, zoals die van vorig jaar oktober, is te zien hoe slecht het met de bomen gaat. ,,Ik schat dat zo'n dertig procent van de uitval niet zozeer door de kracht van de storm wordt veroorzaakt, maar door de zwakte van de wortels. Je ziet het op de dag na de storm aan de kluiten van de gekantelde slachtoffers. Ze hebben door gebrek aan ruimte zich vooral vlak onder het plaveisel uitgebreid en daar zijn ze door graafwerkzaamheden in het verleden vaak zwaar beschadigd. ''

Langzaam maar zeker ontstaat in verschillende steden, ook in Amsterdam, het besef dat er onder de grond ruimte moet worden geschapen. Apeldoorn bijvoorbeeld is gaan experimenteren met zogenaamde 'wortelkratten'. Rondom de boom worden plastic doorlaatbare kratten ingegraven met voedzame aarde, zodat de boom als het ware een eigen box heeft waarin hij zijn wortels kan ontwikkelen. Dat is ook het uitgangspunt van de wortelbunker, een ondergrondse betonnen bak met deksel waarin de boom wordt geplaatst, en waarin geen leidingen lopen. Door de deksel kunnen rondom de stam wel parkeerplaatsen of wegdek aangelegd worden, zonder dat er druk op de wortels ontstaat.

Weer een variant daarop zijn de wortelstraten, afgescheiden goten onder het straatprofiel waarin leidingen taboe zijn - die hebben hun eigen goot. En als blijkt, zoals in de Amsterdamse Van der Hoopstraat, dat er ondergronds gewoonweg geen ruimte meer is, dan kunnen nog langzaam groeiende krentenboompjes in bloembakken worden geplaatst. Zodra ze te groot worden, worden ze vervangen door kleintjes. Alleen weten de bewoners dat nog niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden