Een groot dichter, een zwak visionair

In juni 1876 wordt Jacques Fabrice Herman Perk 17 jaar. Een puber. Steeds verliefd. Druk doende met zijn toekomst. Die toekomst ziet er goed uit. Beter dan een jaar tevoren. Toen bleef hij in de derde klas van de HBS zitten.

Hij deelde dit lot met Frank van der Goes, die zakte voor zijn herexamen wiskunde. Frank en Jacques worden vrienden. Zij zitten naast elkaar in de klas. Ze zullen het wel redden. Het overgangsexamen kan geen probleem meer zijn. De vierde klas van de HBS ligt in het verschiet. Jacques kan vertrouwen in de toekomst hebben. In die stemming bedenkt hij een aardigheidje, een grap. Hij bepaalt zijn eigen sterfdag. Zo zou het gaan:

Jacques Fabrice Herman Perk

Amsterdam

In Juny des jaren 1876. Geboren den 10den Juni 1859 te Dordrecht. Gestorven den 31sten November 1923 te 's Gravenhage thans wonende op het Haarlemmerplein bij de Wagen- en de Vinkstraat No 17 Wijk U.U. Bovenste verdieping des huizes van den Waalschen predikant Ds. Marie, Adrien Perk en zijne echtgenoote Jkvr. Justine, Georgette, Conradine Clifford Kocq van Breugel, de eerste geboren te Delft 23 April 1835, de laatste te ter Beek bij Elburg 15 September 1836.

Jammer, er staan wat foutjes in. Zijn ouders zijn beiden een jaar ouder. En november heeft maar 30 dagen. Dat wist Jacques ongetwijfeld ook. Zijn eigen sterfjaar was natuurlijk gokken. De 65 zal ik wel niet halen, heeft hij gedacht. Hoge ouderdom ambieerde hij kennelijk niet. Oud zal hij inderdaad niet worden. En natuurlijk 's Gravenhage. Want voor Jacques Perk was, in de traditie van zijn moeder, een Clifford Kocq van Breugel, een militaire loopbaan gepland. Voor een hoge militair is Den Haag de woonplaats. Oom Ederlein, minister van oorlog, woont er ook.

Stemmingen kunnen omslaan, zeker bij pubers. School speelt daarbij een belangrijke rol. Het gaat niet goed met Jacques in de vierde. Wiskunde wil maar niet lukken. Zijn groeiende literaire belangstelling gaat uit naar andere vakken. Maar juist in die vakken wordt beroerd les gegeven.

In de kost

Het kan ook anders, volwassener, weet Jacques. Sinds kort deelt hij, op de zolder van het grote huis aan het Haarlemmerplein zijn slaapkamer met de een jaar oudere Eduard Samson. Samson was, evenals zijn broer Henri, uit Suriname naar Amsterdam gekomen. Henri studeerde medicijnen. Eduard zou notaris worden. De familie Perk nam hem in de kost. Dominee Perk had na een financieel verlies door speculatie, het huis aan het Haarlemmerplein betrokken. Daar was voldoende ruimte om jongens in de kost te nemen.

Een volwassen, zelfstandig leven wil Jacques ook. Hij gaat de school haten. Hij wil er weg. In een uitgebreid schrijven aan zijn vader zet hij zijn gevoelens op papier. Hij beschrijft onder andere de wanorde tijdens de lessen Frans: “Piet houdt zich bezig met een lucifer af te steken (vooral onder de bank, dan ziet hij het niet); Jan amuseert zich dol met het maken van een pijl van papier en dien naar een zijner kameraden te gooien. Deze licht aangeraakt, geeft een ontzettende gil en maakt den leeraar woedend, onderwijl het gelach van den ander hem geheel Des Duivels maakt”.

Ook heeft de jonge Perk veel kritiek op de lessen Duits en Engels. Taaldocenten werken er naar zijn mening 'voor hun geld, niet om nut te stichten'. Dat zag Jacques scherp. Een aantal bekwame docenten verlaat de school en gaat les geven aan de Openbare Handelsschool, even verderop aan de Keizersgracht. Daar verdienen ze meer.

Jacques schrijft verder: “(. . .) Ware ik dichter of bezat ik slechts een tiende van wat nodig is om een poeet te zijn, ik vervaardigde hatelijke hekeldichten, waaruit naar alle zijden de puntigste pijlen der satyre schieten zouden, om hen te raken, te wonden, te doorboren. - Ik zou ze trachten vernietigen door mijn geest, te vergiftigen door mijne bitterheid (. . .). De bliksemende dolken van mijn vernuft zouden ze rijgen aan de moederaarde, ze spitsen in hun doodskist.”

Willem Kloos

In zijn scheldtirade verzucht hij: “Ware ik dichter (. . .)” en even verderop, “Maar ik ben nu eenmaal geen verzenmaker, noch schitter door schone ideen of ben vruchtbaar van geest.” Dat zal spoedig anders worden. Als Jacques op 1 maart 1877 van school gaat, begint voor hem het nieuwe leven. Om zich voor te bereiden op het toelatingsexamen voor de universiteit neemt Jacques privelessen. Een studentenleven leidt hij al. Dichter wordt hij ook. Ook is hij enige tijd intieme vriend van Willem Kloos. De 64 haalt hij niet.

Zijn fatale ziekte openbaart zich voor het eerst tijdens een concert in de Lutherse kerk. Hij zit daar, eind januari 1878, in de hoop Marie Champury te treffen, zijn vlam uit die dagen. Tijdens dat concert krijgt hij een heftige hoestaanval en bemerkt bloed op zijn zakdoek. De eerste twee dagen geeft Jacques nog bloed op. Daarna gaat de crisis voorbij. Hij schrijft aan zijn tante Betsy Perk: “(. . .) 'k heb wat bloed opgegeven op het kerkconcert. De dokter, die ik maar dadelijk ging opzoeken, bracht mij thuis. Verschrikt dus niet als u er van hoort, want gevaar is er niet voor.”

Hij weet wel beter: tuberculose is dodelijk. Maar hoop blijft, ook als meer aanvallen volgen. Juist als men denkt dat Jacques, evenals zijn vader vroeger, over de ziekte heen is gegroeid, wordt die hem noodlottig.

“Tot bittere droefheid van ons, van zijn zusters en zijn behuwdbroeder, is heden in den ouderdom van 22 jaar ontslapen onze innig geliefde eenige Zoon

Jacques Fabrice Herman,

Student in de Rechten aan de Universiteit alhier.

M. A. Perk.

J. G. C. Perk Clifford Kocq van Breugel

Amsterdam, 1 november 1881.

Het is niet de eerste keer in huize Perk dat iemand op jonge leeftijd sterft. Eduard Samson, Jacques' kamergenoot en vriend, was hem voorgegaan. Samson stierf in mei 1878, een paar dagen voor zijn twintigste verjaardag. Zelfmoord.

“Hij leeft: want in den zilverglans der stille nacht / Zie 'k zijn gelaat, nu maneschijn / Zweeft - als mijn liefde - over zijn dodeschrijn: / Dan rijst hij uit het graf . . . en lacht / En fluistert van ik weet niet wat, heel zacht . . . / En dan bevat ik niet, wanneer ik biddend wacht / Waarom of ik niet dood mag zijn!”

Zo verwoordt Jacques Perk zijn gevoelens bij het overlijden van zijn huisgenoot. Twee jaar tevoren had hij al fantaserend zijn eigen dood voorspeld. Jacques bedacht op die zaterdagmiddag van de 10e juni 1876, in het souterrain van het huis aan het Haarlemmerplein, waar hij zijn studeervertrek had, zelf, ongewild, de eerste mystificatie rond zijn dood. Het zal niet de laatste mystificatie zijn.

Met name Willem Kloos heeft het sterven van Jacques met verhalen omgeven. Perks dood is te wijten aan een combinatie van een verwaarloosde ziekte en liefdesverdriet. Willem Kloos schrijft in de jaren twintig in een brief: “In de zomer van 1881 was J. P. niet te A., maar logeerde bij zijn zwager J. Blancke (ik meen te Loenen aan de Vecht). En daar heeft hij toen zijn tuberculose (dispositie die zich vroeger, in 1879, aangekondigd had) tot ontwikkeling gebracht door met bloote beenen in het water staande, te visschen. Teruggekeerd te A. voelde hij zich ziek en daar hij niets om het leven gaf (hij zei eens tegen mij: 'Leven is wel prettig, maar doodgaan is ook lekker') nam hij zich ook verder niet in acht, zodat zijn ziekte op 22 september definitief doorbrak. (. . .) Ondanks zijn (. . .) opgewektheid was hij diep in melancholisch van nature en die aangeboren droefgeestigheid kreeg de overhand toen een meisje (de zuster van zijn zwager naar wier hand hij stond) niets van hem weten wou. Zij noemde hem 'een kind'. (. . .)” Joanna Blancke was Jacques' laatste liefde.

Kloppen

Verder vertelt hij met Jacques Perk te hebben afgesproken, hem, Willem Kloos, als het niet te veel zielerust zou kosten, na zijn lichamelijk sterven, enig teken te geven. En inderdaad: 's nachts werd hij tot tweemaal toe door kloppen uit zijn slaap gehaald. De volgende morgen komt hij langs het huis van de familie Perk en ziet dat de gordijnen gesloten zijn. Hij krijgt van de meid te horen dat Jacques die nacht tegen drieen is overleden. Een paar dagen later vertelt hij de familie wat hem die nacht is overkomen. Jacques' vader vindt het maar een vreemd verhaal. Jacques was immers die middag om vijf uur overleden. Volgens de dominee heeft de meid zich vergist. Dat gelooft Kloos niet.

In het verre Luik wordt tante Betsy Perk ook opgeschrikt. Drie dagen achtereen wordt zij om klokslag vijf door hevige slagen ontsteld. Op de derde dag, dinsdag 1 november, valt het kleine fotografietje van Jacques van de schoorsteenmantel. Het ligt daar met een gespleten omlijsting. 'Mijn lieveling is niet meer', weet tantetje.

Op hoge leeftijd maakt dominee Perk een overzicht van zijn publikaties. Enige schoolschriften vol. In een van deze schriften noteert hij bij het jaar 1881: “Hollandsche Illustratie voor de eerste helft des jaars met medewerking van Jacques Perk, overl. 31 oct. 1881.”

Over Jacques' sterfdatum is veel te doen geweest. Jacques bepaalt zijn sterven op 31 november 1923. Willem Kloos kennelijk in de nacht van 31 oktober op 1 november 1881 en vader Perk herinnert zich, vele jaren later, 31 oktober 1881. Tante Betsy noemt dinsdag 1 november 1881 's middags om vijf uur, dat is ook het officiele sterfuur van Jacques Fabrice Herman Perk.

VAN HET BESTUUR

Vak 1, links van de aula

De Oosterbegraafplaats is kort na de begrafenis gesloten en in de jaren van de eeuwwisseling geruimd. Het lichaam van Perk werd toen overgebracht naar de Nieuwe Oosterbegraafplaats in de Watergraafsmeer, waar het nog steeds ligt (in vak 1, links van de aula).

Van deze herbegrafenis hebben we een verslag van de hand van dr. P. H. Ritter jr. - in de jaren voor en na de oorlog een opmerkelijke verschijning door zijn wekelijkse, een half uur durende boekbesprekingen voor de Avro-radio.

In De Nieuwe Gids van november 1931, vijftig jaar na Perks overlijden, vertelt Ritter hoe zijn moeder in 1900, negentien jaar na Jacques' dood dus, nog steeds onder het verlies van haar zoon leed en hoe zij meende in de toen achttienjarige Ritter (“. . . wiens eenige literaire verdienste daarin bestond, dat hij zijn zakelijker studien verwaarloosde om dag in dag uit zich in de poezie van Perk te verdiepen . . .”) het beeld van Jacques terug te kunnen vinden.

Het is aan deze omstandigheid te danken dat Ritter op de 19e februari 1900 een van de vier aanwezigen was bij de herbegrafenis van Perk. De anderen waren Perks vader, diens schoonzoon Blancke en een broer van Blancke.

Ritter: “Waarom had men niet Kloos uitgenodigd? Waarom niet van der Goes? Dat waren toch de boezemvrienden van Jacques geweest, die kwamen toch het meest in aanmerking voor representatie. Neen, zoo heeft Jacques' Moeder geredeneerd: dat waren toen al mannen van zekeren leeftijd. Niet de historie moest aanwezig zijn op dat aangrijpende oogenblik, maar alleen het kind, de jonge man, die den leeftijd had van Jacques toen hij stierf en die toevallig als een openbaring van de jeugd in den familiekring der Perken was binnengewandeld. ”

Ritter vertelt hoe in een koets met de drie mannen en een bloemenkrans van Jacques' moeder op zijn schoot door de stad reed en hoe het begrafenispersoneel hen zwijgend naar het geopende graf leidde.

“Ineens zag ik het schrikkelijk beeld, dat mij heel mijn leven is bijgebleven. De doodenschrijn gaf zijn geheimnis prijs. Een ijl geraamte, in povere weefsels gewonden, tot strengen van verkleurde draden vergaan, lag weerloos onder den open hemel. Alleen de blonde baard was vol en uitgegroeid en golfde nog onbesmet over het tenger skelet. 'Die blonden baard!', riep de oude Perk opeens, en hij wendde zich af en steeg ijlings in het rijtuig terug. Een kreet van zoo namelooze smart heb ik sedert nooit meer van eenig sterveling gehoord.”

VAN HET BESTUUR

Kuyper

Door een onzorgvuldigheid die geheel voor rekening komt van het bestuur, dat een correctie niet doorvoerde, is in ons O. O., vijfde jaargang nr. 4, in de laatste zin van de studie 'Gehaspel van hartstochtelijke disputanten' een fout geslopen. Afnemers uit heel het land maakten ons erop attent, dat Abraham Kuyper niet in 1917 overleed, maar op 8 november 1920.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden