Een Gouden Eeuwer hoefde niet eerlijk te portretteren

Eenen houten schoorsteenmantel, vergult op eenen groenen gront, daerinne is staende eene schilderije van verscheyde vrijagien, door Anthony van Dijck tot Antwerpen gemaeckt.

In 1632 werd de inventaris van Frederik Hendrik (1584-1647) en Amalia van Solms (1602-1675) in het Stadhouderlijk kwartier aan het Binnenhof en het Paleis Noordeinde opgemaakt. In 'de garderobbe van Zijne Ex-cie' werd de Van Dijck gevonden, een historiestuk naar de Pastor Figo-sage. Het was één van de grofweg 600 schilderijen in het bezit van de Stadhouder. Onder de titel 'Vorstelijk Verzameld' probeert het Mauritshuis dit najaar een indruk te geven van de verzameldrift van Frederik Hendrik en zijn gemalin Amalia.

Van portrettisten in de Gouden Eeuw werd niet verwacht dat ze eerlijk waren. Als een adellijke dame een portret bestelde, verwachtte ze ook dat ze er adellijk op zou staan, hoe krom haar neus of grof haar gelaatstrekken ook waren. Rembrandt deed niet altijd mee met dit soort flauwekul. In 1632 schilderde hij Amalia van Solms en profil. De mond is een beetje grimmig, de neus nogal knobbelig, de blik in de ogen streng. Zo zal Amalia ongetwijfeld zijn geweest. Een jaar eerder had Frederik Hendrik een portret laten schilderen door 'huisschilder' Gerard van Honthorst, ook strak en profil. We zien een trotse man. De snor staat fier overeind, de sik is tot in de puntjes verzorgd, de ogen blikken doelbewust en zelfverzekerd de wereld in. Een prins tot in de kern van de verfstreken.

Rembrandts natuurgetrouwe portret van Amalia steekt vrij lomp af tegen Frederik Hendriks edele tronie. Erg tevreden is Amalia daar waarschijnlijk niet mee geweest, want een paar jaar na Rembrandt mocht Gerard van Honthorst een nieuw portret maken, weer en profil. Ditmaal kijkt Amalia wel als een gracieuze dame naar haar echtgenoot. De neus is recht en gaaf, de mond is minder stug en de ogen staan veel vriendelijker dan op het eerste portret. Als perfecte pendanten zitten ze nu in de privé-collectie van de koningin. Rembrandts visie op Amalia zit veilig weggeborgen in de verzameling van het Parijse Musée Jacquemart-André. In het Mauritshuis worden ze voor het eerst weer bij elkaar getoond, als een mooi voorbeeld van Amalia's opdrachtenbeleid.

De tentoonstelling 'Vorstelijk Verzameld' zit vol met dit soort petite histoires. Peter van der Ploeg is één van de samenstellers van de expositie: “Met de tentoonstelling proberen we een verhaal te vertellen. Waar de werken hingen, hoe Frederik Hendrik en Amalia kochten, welke opdrachten ze gaven, hoe ze werken cadeau kregen. Beiden hadden een eigen verdieping in de Stadhouderlijke vertrekken aan het Binnenhof en hadden dus ook hun eigen aanpak.”

Frederik Hendrik kon veel van zijn aankopen betalen uit de 10 procent die hij als stadhouder kreeg van de opbrengsten van de kaapvaart. Dat kon soms flink oplopen, neem alleen al de zilvervloot die een waarde van ongeveer 12 miljoen had. Grote uitgaven vielen samen met successen in de kaapvaart. 'Te betaelen uytte penningen vande zeeprinsen' staat er dan in de boeken.

De collectie van Frederik Hendrik was kwantitatief en kwalitatief de grootste in de Nederlanden van de zeventiende eeuw. Het stadhouderlijk paar kocht met zorg voor specifieke vertrekken, die vaak thematisch waren ingericht. In de verzameling zaten veel grote decorstukken over bijvoorbeeld de jacht of de liefde. Zoals Van Dijcks Pastor fido-historiestuk in Frederik Hendriks garderobe. In het pastorale verhaal heeft Amaryllis een kuswedstrijd uitgeschreven onder haar vriendinnen die door Mirtillo -verkleed als vrouw - wordt gewonnen. Van Dyck verbeeldt het moment dat Mirtillo de krans krijgt uitgerekt van Amaryllis. De scène is wulps en verleidelijk, geheel concentrerend op de sensualiteit van de figuren. Amalia had een eigen versie van het Pastor fido-verhaal: een serie van vier schilderijen gemaakt door Herman Saftleven, Cornelis van Poelenburch, Abraham Bloemaert en Dirck van der Lisse. Ze waren geïnstalleerd in één kamer met eronder bandvormige landschappen door Van der Lisse en Gysbert d'Hondecoeter en Adam Willaerts. Hierdoor werd het pastorale en landelijke aspect van de sage benadrukt en niet de erotische kant.

Het zou suggereren dat Frederik Hendrik alleen aandacht voor dit soort aardse verleidingen had. Niets is minder waar. De stadhouder gaf Rembrandt bijvoorbeeld opdracht voor een prachtige zevendelige serie over het Passie-verhaal, nu in het geheel in bezit van de Alte Pinakothek in München. Twee stukken eruit zijn op de tentoonstelling te zien: 'De hemelvaart' en 'De opstanding van Christus'. Rembrandt heeft vrij lang over de reeks gedaan. In één van de zeven brieven die van hem bekend zijn, schrijft hij aan Constantijn Huyghens - secretaris van Frederik Hendrik - over de vertraging. Voor het schilderij 'De opstanding van Christus' had hij 'die meeste ende die naetuereelste beweechgelickheijt geopserveert', waardoor 'die selvijge soo lang onder handen sij geweest'. Hij slaagde naar eigen zeggen pas na 'stuijdiose vlijt'.

Het is niet vreemd dat Rembrandts serie in Duitsland terecht is gekomen. Na de dood van Frederik Hendrik brak de collectie in tweeën. Het grootste deel ging naar Willem II, de troonopvolger. Amalia hield haar eigen deel van de collectie plus wat zich in Paleis Noordeinde en Huis ten Bosch bevond. Na de dood van Willem II in 1650 kwam de collectie door huwelijken volledig in Duitsland terecht.

Amalia's bezit ging na haar dood naar haar drie dochters. Ook daar zorgden huwelijken ervoor dat veel in Duitsland terecht kwam. Slechts een klein deel is via Amalia's dochter Henriëtte Amalia en haar zoon Johan Willem Friso in Nederlandse handen gebleven. Die werken zitten onder meer in het Mauritshuis, de collectie van de koningin en het Rijksmuseum in Amsterdam.

Frederik Hendrik had als stadhouder vorstelijke aspiraties. In 1631 kreeg hij het uiteindelijk ook gedaan dat het stadhouderschap erfelijk werd. Voor hem waren de hoven van Engeland en Duitsland een groot voorbeeld. De manier van verzamelen sloot hier op aan. Met kunstenaars als Rembrandt, Van Dijck, Rubens, Lievens, Jordaens en Van Honthorst ging hij voor de top, zoals hoort bij een 'koninklijke' verzameling. Vooral de series - zowel portretten als historiestukken - waren een dankbaar instrument om door middel van suggestieve voorstellingen de vorstenstatus van de stadhouder te bevestigen. Frederik Hendrik was slim, op het sluwe af, maar hij probeerde zijn doel wel met stijl te behalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden