Een goeie wielrenner is een slecht mens

'Wielrennen imiteert het leven zoals het zou zijn zonder de invloed van de beschaving'

Veel voetbalwedstrijden verlopen zo saai dat ze het aanzien nauwelijks waard zijn, laat staan dat je er naderhand een krantenverslag over wilt lezen. Om auto- en motorraces interessant te vinden, moet je wel belust zijn op een spectaculaire crash. Maar het grootste raadsel op het gebied van de passieve sportgenietingen is wel het plezier dat sommige mensen beleven aan zwemmen, roeien en kleiduivenschieten.

Dan wielrennen! Dat zit de rauwe werkelijkheid vlak op de huid. Luister even naar Tim Krabbé, in de jaren zeventig actief als coureur en naderhand auteur van de prachtroman 'De renner' en de onlangs verschenen verhalenbundel 'De veertiende etappe': "Wielrennen imiteert het leven zoals het zou zijn zonder de corrumperende invloed van de beschaving. Als je een vijand op de grond ziet liggen, wat is dan je meest natuurlijke reactie? Hem op de been helpen. Bij wielrennen schop je hem dood."

Tijdens de meest recente Ronde van Italië werd Krabbé's gelijk weer eens bevestigd . Toen klassementsleider Alberto Contador tijdens een bergrit lek reed, gaven zijn belagers Aru en Landa meteen gas (iets wat als buitengewoon onsportief geldt). Daags daarna serveerde Contador de twee matennaaiers een koekje van eigen deeg en baande zich definitief een weg naar zijn derde overwinning in de Giro.

Krabbé heeft een medestander in Herman Chevrolet. Vooruitlopend op de komende Tour de France verstrekt deze wielerscribent de deelnemende coureurs en hun ploegleiders in 'De kunst van het winnen' adviezen die zijn gebaseerd op oud-Chinese handboeken voor de oorlogsvoering. Training in list en bedrog wordt warm aanbevolen. Menslievendheid, solidariteit en kameraadschap daarentegen gelden als blijken van ernstige naïveteit, om de term 'domheid' maar niet te gebruiken. Zelfs binnen ploegverband ben je elkaars concurrent en potentiële vijand, zoals we weten van duo's als Hinault-Lemond en Armstrong-Contador. Chevrolet: "Een renner die geen slecht karakter heeft, haalt het niet in een wereld waar alleen maar haaien zijn. Hen tot vriend maken is een hopeloze missie, om de eenvoudige reden dat ze niet tot vriendschap in staat zijn."

In deze visie is het vooral dankzij het één tegen allen en allen tegen één dat de wielersport zo'n boeiend spektakel is. Een voorwaarde om als toeschouwer mee te leven en te genieten is wel dat je behalve van de namen en de rugnummers ook op de hoogte bent van palmares, ranglijsten, prestatiecurves en onderlinge krachtsverhoudingen. En bovendien gevoelig voor de dramatiek die het cyclisme in zijn meer dan honderdjarige bestaan eigen is.

Meer dan welke andere sport ook leent het wielrennen zich voor de epische vertelkunst. Vandaar dat de bekende literatuur- en cyclismefanaat Martin Ros - op zijn zeventiende winnaar van de Ronde van Uithoorn - zijn boek over legendarische coureurs als Coppi en Bartali 'Heldenlevens' (1987) noemde. En vandaar ook dat Bas Steman, als aspirant-wielrenner een generatiegenoot van Michael Boogerd, Servais Knaven en Léon van Bon, de hoofdpersoon van zijn autobiografische roman 'De aankomst' (2013) liet verzuchten dat het onmogelijk was om zijn vriendin uit te leggen "dat een wielerklassieker meer verhaallijnen kende dan al haar RTL-soaps samen. Niet alleen het spel ontging haar, de poëzie ook."

Mocht Homerus vandaag hebben geleefd en geschreven, hij zou niet over de strijd om Troje hebben gedicht, maar over de Tour. Daarom kon dichter Jan Kal onmogelijk voorbijgaan aan het drama van Tom Simpson, de prof die tijdens de Tour van 1967 omkwam op de hellingen van de Mont Ventoux, ten gevolge van een fatale combinatie van verzengende hitte, peppillen en alcohol. Omdat Kal niet van de straat was, verwerkte hij in zijn sonnetten wat verwijzingen naar de middeleeuwse dichter Petrarca, zich wel bewust dat deze voorganger in 1336 de 'Winderige Berg' beklom en er een beroemde brief over schreef (Jan Kal: 'Fietsen op de Mont Ventoux', 1974).

De Ventoux is zozeer synoniem geworden met hard bergop fietsen dat sportjournalist Bert Wagendorp bij voorbaat een gewonnen race reed toen hij er een inmiddels met succes verfilmde bestseller situeerde. 'Ventoux' speelt bekwaam in op de jongensdroom van de rijpere fietstoerist die zich ooit heeft ingeleefd in de heldenlevens van legendarische coureurs als Wout Wagtmans, Federico Bahamontes, Wim van Est en Jacques Anquetil.

Dat rijpere fietstoeristen ervoor moeten waken hun identificatiedrang al te ver door te drijven, is de boodschap die besloten ligt in de titel van het nuttigste van de vele wielerboeken die de laatste tijd zijn uitgekomen. In 'Draag nooit een gele trui' legt journalist Alex van der Hulst uit dat je misschien wel kunt denken dat je even goed had kunnen worden als Eddy Merckx of Joop Zoetemelk, maar dat je vooral niet moet doen alsof je de Tour de France gewonnen hebt.

Ook zeer af te raden is de neiging om tijdens een zondagochtendrit over de Posbank aan te klampen bij een trainende wielerprof, mee te glijden in zijn slipstream en hem tijdens een venijnig klimmetje pardoes voorbij te steken. "Het ergste vind ik nog de misplaatste arrogantie als je wordt gepasseerd terwijl je het rustig aan doet", aldus de door Van der Hulsts geïnterviewde Karsten Kroon. "Zeker bejaarden op een elektrische fiets kunnen je soms met een enorm air voorbijrijden. Nou, dat is nog wel een graadje erger dan epo hoor, zo'n houding."

Met het woord 'epo' zijn we beland bij het even cruciale als heikele dopinghoofdstuk. Er zijn nogal wat commentatoren die het erop houden dat met de grootschalige doping het wielrennen van zijn laatste restje romantiek is beroofd. Journalist Peter Ouwerkerk, die in 'Bidon' getuigt van een levenslange verslaving aan de Tour de France, is daar vrij stellig in.

Tegelijk kan hij er niet onderuit dat de stimulerende middelen bij het wielrennen horen zoals het zout op het eitje en de jenever bij de Hollandse nieuwe. Bovendien is het altijd al de vraag geweest of al die amfetaminen, cortisonen, anabole steroïden, clenbuterol en extra liters bloed een renner echt wel sneller vooruit laten gaan. Het effect is meestal maar zeer tijdelijk en (afhankelijk van het middel) niet spectaculair anders dan wanneer je schoon koerst of een flesje bier van een toeschouwer aanpakt terwijl je Alpe d'Huez op rijdt (zoals Peter Winnen weleens deed).

Alle relativering van het dopingprobleem neemt natuurlijk niet weg dat de kunstmatige prestatiebevordering, net als carbonframes, hoogtestages, windtunnels, astronautenvoedsel en gestroomlijnde tijdritpakken, naadloos past in het technowielrentijdperk.

Volgens wielerhistoricus Benjo Maso en de Britse journalist William Fotheringham begon dat tijdperk toen de Franse zakenman en miljonair Bernard Tapie in 1984 een zeer royaal opgezette, in hippe Mondriaantruien gestoken ploeg rond viervoudig Tourwinnaar Bernard Hinault formeerde. Een van de door Tapie gecontracteerde renners was de jonge Amerikaan Greg Lemond, die in 1986 als eerste niet-Europeaan de gele trui naar Parijs zou brengen en daarmee de stoot gaf tot de ultieme internationalisering van de Ronde van Frankrijk. Binnen een paar jaar ging het wereldwijde televisiepubliek van vijftig miljoen naar een miljard.

Nu we dertig jaar verder zijn, is het wielrennen nog steviger in de greep van het grote geld geraakt. Er zijn nu miljonairs die liever een wielrenploeg dan een voetbalclub als speeltje (en uithangbord) hebben. Een van hen, de Russische zakenman Oleg Tinkoff, is niet alleen verantwoordelijk voor de financiering van de naar hem genoemde equipe, maar bemoeit zich ook met het sportieve beleid. Zo stuurde hij een paar maanden geleden ploegleider Bjarne Riis (Tourwinnaar 1996) de laan uit en oefende sterke druk uit op Contador om dit jaar alle grote ronden (Italië, Frankrijk en Spanje) te rijden én te winnen. Daar heeft Contador na een aanvankelijk 'ja' toch beleefd voor bedankt. Wel verschijnt hij op 4 juli in Utrecht om er in de Tour de France te starten.

Naar verluidt had de Domstad voor de komst van het Tourcircus niet alleen een jarenlange lobby over, maar ook een bedrag van tussen de twaalf en vijftien miljoen euro, te betalen aan de machtige sportorganisatie ASO. In ruil voor dat entreegeld worden de Utrechtenaren drie dagen lang gegijzeld in eigen stad en mogen ze hooguit zwaaien naar de televisiecamera's.

Niettemin kraait menige lobbyist victorie, hoofdlobbyist Jeroen Wielaert voorop. Die mocht ter gelegenheid van de aanstaande Tourstart een boekje vol babbelen met toeristische prietpraat en triomfantelijke peptalk. Of hij er behalve van de lokale middenstand en horeca de handen voor op elkaar krijgt, waag ik ernstig te betwijfelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden