Een 'goede' advocaat denkt niet alleen aan zijn eigen portemonnee, maar ook aan een ander. De opkomst van ProBono, iets doen voor de samenleving.

Commerciële advocatenkantoren werken sinds een paar jaar met een nieuwe In navolging van Amerika willen zij 'iets' terug doen voor de samenleving, door hun juridische expertise en middelen gratis in dienst te stellen van ideële organisaties en kansarme burgers. Niet om een utopische wereld uit te dragen, maar voor het bevorderen van de 'gemeenschapszin'.

Op de achtste etage van het advocatenkantoor Allen & Overy zit mr. G. Kinnegim (30), samen met de communicatieadviseur van het bedrijf J. Olijrhook (32). De twee dragen het zogeheten ProBonobeleid uit - 'het goede' van hun bedrijf. Zij zijn ervan overtuigd dat als 'zij wat voor de maatschappij doen, de maatschappij wat voor hen doet'.

Dat werken voor het goede, daar worden de ruim vierhonderd personeelsleden tijdens hun functionerinsgesprekken mede op beoordeeld. Kinnegim: ,,Niet dat iedereen iets goeds moet doen, maar het geldt wel als een pluspunt. Het wordt binnen het bedrijf gewaardeerd.”

Allen & Overy was vroeger het advocatenkantoor Loeff, Claeys en Verbeke. Vijf jaar geleden kwam dit Nederlandse kantoor deels in Engelse handen. De bedrijfscultuur van uitgebreid overleggen maakte plaats voor een meer korte-metten-beleid. De nieuwe directie legde targets op die binnen een bepaald termijn moesten worden bereikt. Ook leerden de overgenomen personeelsleden een nieuwe werkhouding aan: belasting betalen en denken dat de overheid de rest doet, is niet de juiste pose.

De honderden werknemers leren sindsdien niet alleen een economische positie te verwerven in de samenleving, maar ook een sociale. Het bedrijf als middelpunt van de samenleving, ingebed in de omgeving waar het opereert. De advocaten en hun ondersteuners stellen daarom incidenteel hun expertise kosteloos ter beschikking.

Kinnigim: ,,Als stichting Warchild bijvoorbeeld na een wervingscampagne zo'n duizend nieuwe leden trekt, verlenen wij ze administratieve bijstand. Het secretariaat werkt dan een paar dagen in de avonduren om de bulk aan nieuwe aanmeldingen te registreren. Die uren worden afgetrokken van de tijd die zij anders voor het advocatenkantoor zouden werken.”

Maar ook de juristen zetten zich voor het goede in. ,,Onze notaris verleent zijn diensten incidenteel aan de Stichting Lezen en Schrijven, waarvan prinses Laurentien voorzitter is. Je moet dan denken dat als er een bestuurswisseling is, hij aktes opmaakt en de wijziging inschrijft bij de Kamer van Koophandel. Wij leveren ook postadressen aan ideële organisaties die wij kennen.”

Bestaat ProBono nu uit onbaatzuchtige hulp of houdt het in de praktijk een uitwisseling in van vriendendiensten uit (invloedrijke) netwerken? Een andere activiteit die onder het begrip 'voor het goede' valt, is namelijk deelname aan de stichting Giving Back. Deze organisatie 'helpt middelbare scholieren van wie de carrièreperspectieven achterblijven'. De stichting richt zich overwegend op allochtone jongeren in de laatste klassen van een VWO-opleiding in Amsterdam en Den Haag. Giving Back noemt hen 'hipo's', high potentials. Daar-naast worden bedrijven gezocht die mee willen doen. ABN Amro, overheidsdiensten, maar ook gerenommeerde advocatenkantoren. Kinnigim: ,,We koppelen de pupillen aan een mentor. De jongens aan een mannelijke collega, de meisjes aan een vrouw. Wij leveren vergaderruimtes, secretaresses, onze PR-afdeling en briefpapier. Ons bedrijf telt op dit moment drie mentoren, van wie er één jurist is.”

,,Eén dagdeel per twee weken moet de mentor met zijn pupil optrekken of in ieder geval zijn telefoon openstellen. Als de pupil weet welke vervolgstudie hij of zij wil doen, zoeken zij samen naar een geschikte universiteit.” Ook nodigt de mentor de pupil een keer thuis uit om te komen eten. Zo hoopt hij de jongere omgangsvormen bij te brengen die in het bedrijfsleven essentieel zijn. Zit de pupil met vragen of heeft hij problemen, dan boort de collega zijn eigen netwerk aan om de jongen of het meisje van dienst te zijn.

Met de scholieren wordt een overeenkomst opgesteld, wat hen verplicht eens per maand een workshop te volgen met vakken als 'etiquette', economie en rechten. Verder gaan de scholieren een dag naar Brussel om wat 'politiek gevoel' op te doen. De pakweg dertig scholieren slapen daar jaarlijks in een duur hotel om hen te laten wennen aan de (voor hen onbekende) luxe. De stichting betaalt dit met sponsorgeld van bedrijven.

Kinnigim: ,,Het is geen kweekvijver. Je moet het zien als éénrichtingsverkeer. Wij willen de samenleving iets terug geven.

Het project heet Giving Back, niet Receiving Back.”

Kinnigim, advocaat en belastingadviseur, heeft niet het gevoel dat hij de samenleving iets moet teruggeven, omdat hij de burgers aan de onderkant van de ladder iets heeft ontnomen. ,,Als je enigszins succesvol bent, wil je mensen daarin laten delen. Misschien is 'geven' een beter woord dan 'teruggeven'.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden