Eén God, één keizer, één rijk

Keizer Constantijn dacht 1700 jaar geleden meer kans te maken op het slagveld als hij christen werd. De keizer bekeerde zich - en overwon. Heel het Romeinse Rijk werd christelijk in de eeuw die daarop volgde, maar de manier waarop laat tot vandaag sporen na.

Het zou wellicht overdreven zijn te zeggen dat u dagblad Trouw nu niet zou zitten lezen indien niet, komende week 1700 jaar geleden, de Romeinse keizer Constantijn christen was geworden. Maar het staat wel vast dat zijn overgang naar het christendom de geschiedenis diepgaand en blijvend heeft beïnvloed.

Het is niet zo - zoals vaak gedacht wordt - dat Constantijn het christendom tot staatsreligie maakte. Dat gebeurde pas zo'n tachtig jaar later onder keizer Theodosius I. Het is ook niet zo dat zonder Constantijn het christendom weer ten onder zou zijn gegaan. Maar zonder hem zou de geschiedenis van de christenheid er toch dramatisch anders uitgezien hebben. Want zijn overgang betekende het einde van de laatste grote christenvervolging in het Romeinse Rijk. Voor het eerst kregen de christenen in het rijk de volledige vrijheid om hun godsdienst openlijk te belijden. Daardoor kreeg de christianisering van Europa en het Midden-Oosten een geweldige impuls. Maar wie was deze Constantijn?

Die vraag is niet zo gemakkelijk te beantwoorden, omdat alle informatie over zijn leven zo sterk gekleurd is. Zijn medestanders schilderen hem af als een heilige, zijn tegenstanders als een meedogenloze machtswellusteling. Voor de historicus is het een hele toer uit deze conflicterende beelden de heerschappij van Constantijn te reconstrueren.

Een van de belangrijkste bronnen voor onze kennis van Constantijns leven is de Vita Constantini (Leven van Constantijn), kort na zijn dood in 337 geschreven door Eusebius. Die was bisschop van Caesarea in Palestina en heeft de keizer persoonlijk gekend. Als Eusebius schrijft dat Constantijn "de onder mensen hoogst mogelijke graad van volmaaktheid heeft bereikt en in alle denkbare goede eigenschappen uitblonk", weten we al direct dat we van hem geen objectief beeld van Constantijn te verwachten hebben. Uit propagandistische motieven heeft Eusebius het beeld van Constantijn als zeer vrome vorst sterk geïdealiseerd.

Toch is Eusebius' geschrift van groot belang om Constantijn beter te kunnen begrijpen. Daar komt nog bij dat Eusebius' portrettering van Constantijn als ideale christelijke vorst grote invloed heeft gehad op latere middeleeuwse vorsten, bijvoorbeeld op Karel de Grote en vele Byzantijnse keizers (die zich dan ook vaak Constantijn noemden).

Constantijn werd rond 273 in Naïssus (in het huidige Servië) geboren uit de verbintenis van de hoge officier Constantius Chlorus met zijn concubine Helena. Niet lang daarna reorganiseerde keizer Diocletianus (284-305) het bestuur van het Romeinse Rijk door het op te delen in een oostelijk en een westelijk deel. Over elk deel werd zowel een Augustus (senior keizer) als een Caesar (junior keizer) aangesteld. Bij het overlijden van een Augustus zou zijn Caesar hem automatisch opvolgen als senior keizer en een nieuwe junior aanwijzen. In 293 werd Constantius de nieuwe Caesar in het Westen. Toen hij in 306 plotseling overleed, werd Constantijn door het leger van zijn vader uitgeroepen tot diens opvolger, geheel tegen de regels van het nieuwe opvolgingssysteem in.

Constantijn begon zijn keizerlijke carrière dus als usurpator. Omdat de zittende keizers hem niet of nauwelijks erkenden, leken oorlogen onvermijdelijk. De eerste jaren beperkte hij zich tot grensoorlogen tegen Franken en Germanen in zijn eigen gebied (het Iberisch schiereiland, Gallië en Brittannië). Maar een confrontatie met de andere keizers kon niet lang uitblijven. In 312 trok hij Italië binnen.

Daar had Maximianus' zoon Maxentius de macht. Eusebius doet het voorkomen alsof Constantijn deze Maxentius wilde verdrijven omdat die christenen vervolgde. Maar dat is zeer onwaarschijnlijk; hij wilde in feite uitbreiding van zijn machtsgebied.

Op 28 oktober 312 - volgende week zondag dus precies zeventien eeuwen geleden - versloeg hij zijn tegenstander in de beroemde slag bij de Milvische brug over de Tiber, iets ten noorden van Rome. Die slag is zo beroemd geworden omdat Constantijn volgens Eusebius enige tijd daarvoor een visioen had gehad. Midden op de dag zou hij boven de zon een uit licht bestaand kruisvormig teken hebben gezien met daarbij de woorden 'hiermee moet je overwinnen' (of 'met dit teken zul je overwinnen').

Constantijn liet zich dit teken, mogelijk een zonne-halo, naderhand uitleggen als een teken van de christelijke god en besloot voortaan de legervaandels in de vorm van het kruisteken en voorzien van het Christusmonogram voor zijn troepen uit te laten dragen. Zo hoopte hij met behulp van dit christelijke symbool overwinningen te behalen.

Inderdaad versloeg Constantijn daar bij die brug Maxentius en trok hij in triomf de stad Rome binnen. Enkele maanden later (in februari 313) kondigde hij het tolerantie-edict van Milaan af, waarin algehele godsdienstvrijheid werd gegarandeerd.

Nieuwe overwinningen volgden: in de periode van 312 tot 324 versloeg hij in een reeks van imperialistische oorlogen in het oostelijke rijksdeel ook de andere Romeinse keizers. Zo werd hij in 324 de absolute alleenheerser van het gehele Imperium Romanum, en dat was precies wat hij wilde.

In de jaren daarna, tot zijn dood in 337, heeft Constantijn zich behalve met oorlogen tegen Gothen, Sarmaten en Perzen vooral ook met kerkpolitiek bemoeid. Hij ervoer zijn overwinningen als geschenken van zijn God en ging zich als aardse alleenheerser gaandeweg meer en meer als de representant van de hemelse alleenheerser beschouwen.

Daardoor ontstond een volstrekt nieuwe situatie. Voor het eerst ging een wereldse vorst zich intensief bemoeien met wat er in de kerk gebeurde. Sterker nog, de wil van de keizer werd ook wet in de kerk. Het hoogste wereldlijke gezag en het hoogste kerkelijke gezag werden in één persoon verenigd; van een scheiding van kerk en staat was geen sprake.

Constantijn heeft bijvoorbeeld het beroemde concilie van Nicaea (in 325) bijeen geroepen. Onder meer door bisschoppen te manipuleren en zelfs te bedreigen drukte hij ook een zwaar stempel op de besluitvorming. Het grote theologische conflict dat daar speelde, ging over het arianisme. Dat is de leer dat Jezus een creatie van God was, en dus ondergeschikt was aan hem en niet van hetzelfde wezen als God. Maar uit de brieven die Constantijn daarover na afloop zelf schreef (en die Eusebius gelukkig letterlijk citeert), blijkt zonneklaar dat hij dat conflict totaal niet van belang vond of wellicht niet begreep. Hij bagatelliseert het als een onnodige ruzie over een volstrekt onbenullige kwestie.

Het ging Constantijn voornamelijk om het bezweren van tweedracht, hij lijkt geobsedeerd door eenheid, eendracht, eensgezindheid, harmonie. Er was één God in de hemel, gerepresenteerd door één monarch op aarde die het hoofd was van één staat en één kerk, en niets mocht afbreuk doen aan deze verticale keten van eenheid. Verdeeldheid in de kerk tastte het gezag van de ene monarch aan. Erger nog, schisma's in Gods kerk zouden het Constantijn moeilijk maken de God te vriend te houden die hem zijn overwinningen bezorgde. Vandaar zijn inspanningen om eenheid te bewerkstelligen.

Dat het Constantijn weinig kon schelen als iemand er onorthodoxe ideeën op na hield, blijkt wellicht ook uit het feit dat hij zich aan het eind van zijn leven liet dopen door een bisschop die juist het in Nicaea veroordeelde arianisme aanhing. Zolang onenigheid zich maar niet uitte in schisma, maakte het de keizer niet uit. Waar het om gaat is: één God, één keizer, één rijk, één kerk. Wie de onverhulde woede ziet waaraan Constantijn zich overgeeft in zijn brief aan de 'ketters', merkt dat het hem eigenlijk gaat om de scheuringen die door hun toedoen zijn ontstaan, niet om de ideeën zelf. Áls hij al theologische ideeën had, dan was het toch vooral een theologie van de overwinning.

Veelzeggend is dat Constantijn zijn legercommandanten opdracht gaf om alle, voornamelijk niet-christelijke, soldaten een door hemzelf geschreven gebed uit het hoofd te laten leren; dat moesten ze elke zondag opzeggen. De weinig christelijke gebedstekst luidt als volgt: "U alleen kennen wij als God, U erkennen wij als koning, U roepen wij aan als helper, dankzij U behaalden wij de overwinning, dankzij U waren we sterker dan de vijand, U betuigen wij dank voor de zegeningen van het verleden, en van U hopen wij dat U die ook in de toekomst zult geven, Uw smekelingen zijn wij allen, en wij smeken U onze keizer Constantijn en zijn godewelgevallige zonen nog heel lang ongeschonden en zegevierend voor ons te behouden."

Ook in dit korte gebed weet Constantijn tot twee keer toe het thema 'overwinning', in militaire zin, ter sprake te brengen. En hij gaat ervan uit dat ook een gebed van een niet-christen het gewenste effect heeft: de overwinning.

Was Constantijns bekering al met al wel een echte en oprechte overgang tot het christendom? Die veelbesproken vraag wordt onder andere ingegeven doordat hij in de jaren na 312 aantoonbaar niet brak met de verering van zijn favoriete god Sol Invictus, de Onoverwinnelijke Zon, die gezien kan worden als de zonnegod Helios of Apollo of Mithras.

Ook blijft Constantijn na 312 gewoon hogepriester van de Romeinse staatscultus (Pontifex Maximus). En als hij na 325 de stad Byzantium laat ombouwen tot de nieuwe keizerstad en laat omdopen tot Constantinopel ('stad van Constantijn', het huidige Istanbul), laat hij daar tempels voor Grieks-Romeinse goden bouwen en hun beelden in de stad opstellen. Hij laat zelfs een kolossaal standbeeld van zichzelf oprichten met de attributen van de zonnegod, en ook op zijn munten is hij zo afgebeeld.

Orthodoxie als principe sprak Constantijn niet aan, dat is wel duidelijk. De ethische consequenties van het geloof kennelijk evenmin, want kort na het concilie van Nicaea laat hij zowel zijn oudste zoon als zijn vrouw ombrengen, net als de tiran Herodes. Vermoedelijk verdacht hij hen ergens van, al weten we niet waarvan. Ook veroordeelde hij duizenden Frankische krijgsgevangenen tot een ellendige dood in de arena's. Dat werpt een schril licht op de door Eusebius' zo geprezen grote menslievendheid van de keizer, die er altijd op uit zou zijn geweest de levens van zijn vijanden te sparen. Constantijn was hierin niet anders dan andere Romeinse keizers, terwijl juist verwacht kon worden dat hij dat wél zou zijn (zoals Eusebius ons wil doen geloven, die uiteraard geen van zijn misdaden vermeldt).

Waarschijnlijk is het zo gegaan dat in 312 Constantijn (met of zonder visioen) ervan overtuigd is geraakt dat hij met de christelijke God aan zijn zijde de beste kansen op het slagveld maakte. Zijn tolerantie-edict van 313 is dan ook een oprechte maatregel om de christenen van de onderdrukking te bevrijden en zo hun God te vriend te houden. Maar een bekering in de zin van een radicale ommekeer (à la Paulus) was het niet.

Zoals voor velen in de oudheid gold, is bij Constantijn het proces van zijn eigen christianisering heel langzaam gegaan. Aanvankelijk werden God en Christus als het ware gewoon toegevoegd aan het bestaande pantheon. Constantijn werd veeleer henotheïst dan monotheïst; dat wil zeggen dat hij een hoogste god aanhing zonder het bestaan van andere goden te ontkennen.

In de jaren van 312 tot 325 propageerde Constantijn niet zozeer het christendom, maar vooral religieuze tolerantie. Pas door zijn veelvuldige contacten met bisschoppen en andere kerkelijke notabelen is bij hem waarschijnlijk gaandeweg een meer gezuiverde vorm van christelijk geloof uitgekristalliseerd die er op zijn sterfbed in 337 anders, meer 'christelijk,' uitzag dan in 312.

Zijn religieuze megalomanie is Constantijn echter nooit kwijtgeraakt. In zijn laatste jaren bedenkt hij nog het plan om een monumentale kerk voor de twaalf apostelen in Constantinopel te bouwen, die ook als zijn eigen begraafplaats moet dienen. Hij laat daarin twaalf lege graftombes opstellen in een cirkel, met in het midden daarvan zijn eigen tombe: Constantijn als dertiende apostel (of als een tweede Christus?)! Eerlijkheidshalve moet erbij gezegd worden dat we ook diverse andere monumentale kerken aan Constantijn te danken hebben, zoals de Sint Pieter en de Sint Jan van Lateranen in Rome, de Heilige Grafkerk en de Eleonakerk in Jeruzalem en de Geboortekerk in Bethlehem.

Door Constantijns optreden is in de christenheid van zijn tijd ook een nieuwe houding ten opzichte van het militaire bedrijf ontstaan. In de eerste drie eeuwen stonden de meeste christenen sterk afwijzend of op zijn minst gereserveerd tegenover militaire dienst. Maar de versmelting van wereldse en kerkelijke overheid die bij Constantijn begon, heeft een drastische omslag in die houding bewerkt. Met dat samengaan van kerk en leger begon wat de remonstrantse theoloog en pacifist G.J. Heering ooit 'de zondeval van het christendom' heeft genoemd - of men het daarmee eens moet zijn, zij daargelaten.

Zeker is dat de erfenis van Constantijn niet alleen maar positief is. Het tolerantie-edict dat hij heeft uitgevaardigd is van wereldhistorische betekenis geweest en daar kan men alleen maar blij mee zijn. Dat hij via Eusebius' beeldvorming van hem vele christelijke vorsten na hem heeft geïnspireerd staat ook buiten kijf. Maar voor de schaduwkanten van de regering van de eerste christelijke keizer mogen de ogen niet gesloten worden.

Pieter W. van der Horst is emeritus hoogleraar in het vroege christendom en jodendom van de voormalige Theologische Faculteit der Universiteit Utrecht.

Volgende week verschijnt van hem en Jan Willem Drijvers: Keizer Constantijn. Zijn levensbeschrijving door Eusebius van Caesarea, vertaald, ingeleid en toegelicht. Uitgeverij Verloren, Hilversum. 180 pag. ISBN 978-90-8704-313-1z

Zijn droom van een overwinning zorgde ervoor dat het Romeinse Rijk uiteindelijk christelijk werd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden