Een glimp van het elegante bestaan

DEN HAAG - Ze waren salonschilder van beroep en droegen namen als Alfred Stevens, Albert Roelofs en Willy Martens. Anders dan hun roemruchte tijdgenoten die de Haagse School op touw zetten, zijn ze nooit onsterfelijk geworden. Althans, niet in Nederland. In het buitenland is het thema van het salonstuk, het interieurstuk, nog altijd heel populair. Kennelijk houdt de Nederlandse kunstwereld niet van dit soort voyeurisme dat de kijker dwingt een blik te werpen in het boudoir van een elegante dame.

In Frankrijk, Engeland en ook België, waar sinds de 19de eeuw meer waardering is geweest voor dit destijds nogal pikante onderwerp, waren er genoeg schilders die een behoorlijk maandloon aan dit soort schilderijen overhielden. Om het negentiende-eeuwse interieurstuk weer terug in de belangstelling te krijgen, heeft Museum Mesdag in Den Haag een kleine, maar leuk verzorgde expositie samengesteld. Het gaat bij 'Interieur met dame' niet alleen om de Nederlandse huiskamer (dit thema kun je immers genoeg bij schilders als Jozef Israëls, Albert Neuhuys of Jacob Maris vinden), maar ook om die momentopname waarop de vrouw haar toilet maakt in de intimiteit van het boudoir of stilletjes van een kopje thee geniet in de salon.

Hoewel de vrouw een enkele keer geflankeerd wordt door een echtgenoot of een van haar kinderen, staat ze meestal alleen op het doek. Is deze vrouw te hebben? Wordt ze overgelaten aan de tot bezitsdrang opwekkende lust van de kijker? De schilder portretteert de vrouw meestal op de rug gezien, niet zelden terwijl ze in de spiegel staart, waarbij de kijker dus automatisch een dubbelbeeld krijgt. Hij mag zich voyeur wanen, maar wordt tegelijk ook bespied.

Museum Mesdag (niet te verwarren met het Panorama Mesdag in de Zeestraat) wil met deze eerste presentatie een heus expositiebeleid gaan voeren. Nu het woonhuis van de beroemdste schilder van de Haagse School in fraaie stijl gerenoveerd is en er ook ruimte voor wisseltentoonstellingen blijkt te zijn, is zo'n nieuw beleid geheel op zijn plaats. Te hopen valt dat de 19de eeuw en dan in het bijzonder de tijd waarin de zeeschilder Hendrik Mesdag bekend werd, in dit beleid tot uitdrukking komt. Aan deze periode is jarenlang in het Haags Gemeentemuseum onder conservator John Sillevis aandacht besteed, een belangstelling waar sinds het museum zijn nieuwe vleugel afstootte een einde aan kwam.

Gebleven is de publieke interesse voor deze tijd die in de residentie altijd zulke typische 'Haagse' trekjes had. De Haagse School verwijst immers niet voor niets naar de stad waarin dit schildersklimaat zo goed kon gedijen. Vergeten wordt dat de meeste Haagse Schoolschilders voor wat betreft hun landschappen en plasgezichten de Hofstad ontvluchtten en hun heil zochten aan bijvoorbeeld de Nieuwkoopse plassen, ver van het mondainere stadsleven. Een glimp van het elegante bestaan boden de Haagse schilders die voor hun onderwerp niet uit de stad wilden gaan. Een van de voormannen van de salonkunst was Albert Roelofs. Als zoon van de Haagse impressionist Willem Roelofs (1822-1897) had hij gezien hoe zijn vader een gevierd (en goed betaald) kunstenaar was geworden. Waarschijnlijk op grond daarvan had hij het besluit genomen om ook schilder te worden. Maar dan moest hij wel een onderwerp vinden waarmee hij zijn vader niet zou beconcurreren. Zo kwam hij op het interieurstuk, een onderwerp waarin hij tot grote hoogte zou komen.

Roelofs vond in zijn vrouw Tjieke een dankbaar model: talloze keren heeft hij haar op haar intiemste momenten gesnapt. Het portretteren van de eigen echtgenote kwam trouwens wel vaker voor. Voor Jan Toorop poseerde regelmatig zijn vrouw Annie Hall, waarbij hij haar in haar witte japon fel liet afsteken tegen het verder zo duistere decor van de huiskamer. Ook schilders van wie je niet direct 'een interieur met dame' zou wachten, zijn in Museum Mesdag aanwezig. Neem Hendrik Jan Weissenbruch, beroemd als landschapsschilder, maar onbekend als interieurschilder.

Een niet met name genoemde particulier leende het museum uit zijn collectie een prachtig verstild interieur waarbij de blik valt op de rug van een vrouw die haar vingers over een piano laat gaan.

Het is een van de weinige keren dat je als kijker niets van een portret te zien krijgt, met als gevolg dat het ook moeilijk wordt voor de kijker om zich met de afgebeelde persoon te identificeren. Want daar ging het de meeste salonschilders om: de (mannelijke geachte) kijker moest deelachtig worden aan dat intieme moment dat voor altijd werd vastgehouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden