Een glas om je neus in te steken Overzichtstentoonstelling in Leerdam haalt ontwerper Gerard Muller terecht uit vergetelheid vormgeving

'Voor alles BRUIKBAARHEID dan eerst het schone', tot 13 sept., Nationaal Glasmuseum, Lingedijk 28, Leerdam. divr 10-13 u en 14-17 u, za en zo 13-17 u. Daarna van 16 sept.-6 nov. Stedelijk Museum, Amsterdam.

FRANK KOOLS

De naam Gerard Muller is in de vergetelheid geraakt. Wie het over de geschiedenis van het Nederlandse moderne glas heeft, noemt niet hem, maar de Glasfabriek Leerdam of de Maastrichtse Kristalunie. Het Nationaal Glasmuseum in Leerdam wil in de lacune voorzien door voor het eerst een overzicht van zijn werk te presenteren.

Glashuis G. & A. Muller op het Rokin in Amsterdam was een begrip in vooroorlogs Nederland. Dit was voor de rijke burgerij van Amsterdam, het Gooi en Aerdenhout hèt adres voor serviezen en vazen. De zaak was smaakvol aangekleed met blauw fluwelen draperieën. In de etalage stond steeds één stuk op een marmeren zuil.

Klanten ontving Gerard Muller in jacquet. Hij bracht hen naar een stoel aan een van de twee lange tafels in het midden van de zaak. Daar konden ze hun keuze maken uit zijn eigen ontwerpen, die hij in glasblazerijen in Bohemen en België liet uitvoeren. Glas van andere firma's verkocht hij niet. Natuurlijk mochten klanten het glaswerk proberen. Op de tafels stonden altijd karaffen met port en sherry klaar. Een uitspraak van Muller, die tevens de titel van de expositie vormt, luidde: “Voor alles BRUIKBAARHEID dan eerst volgt het schoone.”

Muller zag zichzelf niet als 'artist'. Het is dan ook maar de vraag of hij blij zou zijn geweest met museale aandacht voor zijn in totaal 25 serviezen. Maar hij zou zeker tevreden zijn geweest over de inrichting van de tentoonstelling. Zijn glazen staan in Leerdam op damasten kleden, in een opstelling met eetserviezen uit de jaren twintig en bestek van edelsmid Jan Eisenloeffel. Het geheel ademt de sfeer van Glashuis Muller en zijn clientèle: modern, maar niet avangardistisch. En bovenal: voornaam.

Dat Muller juist in het museum dat gevestigd is in het voormalige woonhuis van directeur Cochius van Glasfabriek Leerdam zijn eerste overzichtstentoonstelling krijgt, is een rare speling van het lot. Want Mullers kritiek op glasfabrikanten die 'onwetende' kunstenaars ontwerpen lieten maken, gold vooral hem. Cochius trok in de jaren '20 en '30 bekende architecten aan als De Bazel, Berlage en Lloyd Wright. De idealistische directeur hoopte dat zij “de oorzaak zijn dat zich voor het bedrijf geheel nieuwe banen openen.”

Muller had weinig op met hun werk. Het zat vol “onnodige bochten, kronkelingen en nauwe halsopeningen tegenover te wijden omvang van het voorwerp”. Deze 'grapjes' konden op elk ander materiaal geprobeerd worden, maar niet op kristal. Hadden de heren niet door dat je nog geen doekje kon halen door hun vazen met ribbels?

In het Leerdamse museum is te zien hoe Muller het wèl graag zag. Zijn glazen hebben strakke lijnen en altijd wijde kelken. Zijn bekendste servies Cyrano verkocht hij onder de leuze 'Un verre où on peut se tremper le nez' (Een glas waar men zijn neus in kan steken).

Met versieringen was Muller erg spaarzaam. De kelken zijn altijd glad. De voeten van de glazen daarentegen zijn vaak wel gedecoreerd. Zij zijn vier-of zeskantig geslepen of hebben een geblazen bolletje erin. Een aantal vazen is versierd met opgelegde glasdraadjes.

Gevoel

Mullers serviezen vormen geen strakke eenheid, zoals bij de Glasfabriek Leerdam, waar glazen vaak dezelfde hoogte hebben of allemaal een even hoge stam. De verschillende glazen van het Cyrano-servies wijken in hoogte en in vorm sterk van elkaar af. Gerard Muller liet zich bij het ontwerpen puur door zijn gevoel leiden. “Theoretisch ontwerpen leidt tot teleurstellingen.”

Een aardig curiosum op de tentoonstelling zijn vier glazen uit het eerste servies dat Muller in opdracht van het Corps Diplomatique in 1936 ontwierp voor het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard. Op verzoek van de opdrachtgever graveerde hij er een kroontje in. Zeer tegen zijn zin en, naar zijn stellige overtuiging, ook tegen de smaak van het aanstaande bruidspaar. Hij kreeg gelijk. Toen Juliana en Bernhard hun geschenk kwamen bekijken, vroegen ze om een gladde versie. Muller hield de eerste versie toen voor eigen huiselijk gebruik. Glazen waren er immers allereerst om te gebruiken, of ze nu wel of niet een kroon hadden.

Het resultaat van het 'gevoel' en de goede smaak van Gerard Muller zoals te zien in Leerdam is eenvoudig glaswerk zonder veel franje, met binnen de serviezen ondanks alle onderlinge verschillen toch een duidelijke lijn en harmonie. Deftig is het zeker, soms een beetje te. Zoveel voornaamheid oogt dan wat braaf.

Hoezeer Gerard Muller echter met zijn pretentieloze ontwerpen een eigen plaats verdient in het moderne Nederlandse glas, is in september goed te zien. Halverwege die maand verhuist deze tentoonstelling naar het Stedelijk Museum in Amsterdam. Leerdam brengt dan een tentoonstelling van Mullers tegenpool, P.M. Cochius.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden