Een gezelschap dat wat durft

Champagne, drukte, enthousiast publiek, de presentatie van een jubileumboek: het hoort allemaal bij een feestje. Het Noord Nederlands Orkest bestaat 150 jaar.

Dit seizoen viert het Noord Nederlands Orkest (NNO) zijn 150-jarig jubileum. Een gelukkig jubileum, alleen al omdat het NNO als fusieorkest bijna ongeschonden uit de cultuurbezuinigingen is gekomen en de gevraagde rijkssubsidie van 6 miljoen euro heeft gekregen.

Al jaren wordt in rapportages de inventieve programmering van het orkest geprezen. Dit seizoen: film- en musicalmuziek uit 'Schindler's List' en 'Soldaat van Oranje'; The Beatles are back!; een Bachfestival; Mahlers Eerste symfonie samen met Berio's 'Sinfonia'. Philip Glass komt langs om de film 'Koyaanisqatsi' live te begeleiden met zijn eigen noten.

Een traditioneel symfonieorkest? Marcel Mandos, artistiek manager en programmeur: "De vanzelfsprekendheid in de orkestwereld is er niet meer. Je blijft niet zomaar bestaan. Op het moment dat je denkt: wij zijn een klassiek symfonieorkest met Beethoven en Brahms, ben je te laat voor de toekomst, dan mis je de boot. We reageren op de veranderende omgeving en hebben niet de luxe die het Concertgebouworkest kent: volle zalen met een vrij traditionele programmering. Dat werkt in de regio niet. Wij moeten draagvlak creëren, zichtbaar zijn, in de openlucht spelen en andere genres brengen dan alleen het klassieke ijzeren repertoire, zodat we divers publiek kunnen bereiken."

Het NNO bedient voornamelijk de drie noordelijke provincies. Het orkest zoals we dat nu kennen, is in 1989 ontstaan door het samengaan van het Frysk Orkest en het Noordelijk Filharmonisch Orkest. Maar de Groninger wortels gaan verder terug: de aanzet stamt uit 1862 toen het Orchest van de Vereeniging De Harmonie in het leven werd geroepen, het eerste symfonieorkest van Nederland. In het jubileumboek, '150 jaar symfonieorkest in Groningen' wordt die historie minutieus uit de doeken gedaan.

Wat is het geheim achter 150 jaar geschiedenis? Mandos: "Er is altijd behoefte geweest aan goede muziek, op hoog niveau uitgevoerd".

In het NNO spelen diverse nationaliteiten, en over een paar jaar vormt de groep het jongste orkest van Nederland. Mandos loopt er nu twaalf jaar rond, haalde hedendaagse componisten binnen - Birtwistle, Pärt, Goebaidoelina - naast Laurie Anderson en gitarist Steve Vai.

"Ik ben ook op zoek gegaan naar het ongehoorde. We hebben hier veel premières gespeeld. Vroeg werk van Verdi uit zijn conservatoriumtijd in Milaan, een première van Schönberg. Dat valt op: Wat?! Een première van Verdi in Groningen? Waar het mij om gaat, is het orkest een duidelijke plaats te geven in het Nederlandse muziekleven, en dat lukt het beste door programmatisch op te vallen."

Natuurlijk moet je ook streven naar kwaliteit, vervolgt Mandos. "Die is de laatste jaren gestegen, door de juiste dirigentkeuze en door het juiste beleid. Het orkest werkt hard, is consciëntieus en ook trots - uiteindelijk gaat het om de musici, zij vertalen alles in een avond waar het publiek hopelijk van geniet. Vorig jaar hebben we Stefan Asbury aangetrokken als chef-dirigent en opvolger van Michel Tabachnik. We zochten geen mainstream, maar een internationale topdirigent die echt wil werken met het orkest en die een verhaal heeft."

Vlak voor aanvang van een van de jubileumconcerten in de Groningse Oosterpoort, thuisbasis van de noordelijke troepen, treffen we Asbury in de dirigentenkamer. De Brit werkt tien weken per jaar met het orkest, naast lesactiviteiten aan het Tanglewood Music Center en diverse gastdirecties in Europa en daarbuiten.

Asbury komt al sinds de jaren negentig in Nederland. Zijn naam is vooral verbonden aan hedendaagse muziek. Bij het NNO neemt hij hoofdzakelijk het ijzeren repertoire voor zijn rekening; een wens van het orkest, en voor de dirigent een uitgelezen kans om ook deze werken uit te diepen.

Asbury: "De laatste maanden voelen heel anders dan het begin van onze samenwerking, toen we elkaar nog niet zo goed kenden. Ik heb het idee dat de musici me meer begrijpen. Iedere keer bouwen we verder vanaf waar we gebleven zijn, als in een relatie. De spelers komen ook naar me toe met vragen over de muziek: 'Wat vind je hiervan?', en: 'Zou je in de groep daar en daar iets over willen zeggen?'.

"Klassieke muziek heeft ambassadeurs nodig. Niet iedereen kent Brahms. Voorafgaand aan de concerten vertel ik iets over de muziek. Zo zijn we onderdeel van het educatieproces. Wat ook heel belangrijk is: het publiek hoort mijn stem en dat haalt de barrière weg tussen de luisteraars en het orkest op het podium. Op die manier werk je aan een band met je toehoorders."

Maar, is Groningen niet snel te klein voor een man van de wereld? "Dit orkest speelt veel programma's een aantal keren op rij. Bij de meeste niet-regionale orkesten komt dat nauwelijks voor. Vijf keer achter elkaar Brahms, heerlijk.

"De musici willen deze stukken erg graag uitvoeren, omdat ze een breed aanbod aan genres spelen waarin de klassieke muziek geen routineklus wordt. Ze laten me vrij, als musicus. Ze staan open voor ideeën, willen hard werken en hebben plezier in de muziek. Als een repetitie uitloopt, kijkt niemand op z'n horloge. Allemaal luxe."

Marcel Mandos concludeert dat de orkestklank voller en rijper is geworden, onder de voormalige chef-dirigenten Aleksandr Vedernikov en Michel Tabachnik. Waar wil Asbury aan werken? "Ik wil de musici uitnodigen om te spelen, niet zeggen dat ik die noot zus en die noot zo wil, maar eraan werken dat zij me verrassen, zich vrij voelen om te spelen, meer elasticiteit ontwikkelen."

Hoe Simon Rattle dat deed in Birmingham, spreekt Asbury aan: die bleef er zeventien jaar, bouwde echt iets op. Dat vormde voor hem bovendien een enorme leerschool. Wie weet wat de toekomst brengt.

Door de deur klinken steeds meer riedels van hout en koper, de musici zijn aan het inspelen. Wibi Soerjadi, die straks op het podium zit met het Tweede pianoconcert van Rachmaninov, test nog even de vingers. Ook Asbury moet aan de slag in een, zoals dat hoort bij een feestconcert, uitverkochte zaal.

Dubbel feest
Het Noord Nederlands Orkest (NNO) staat onder leiding van chef-dirigent Stefan Asbury. De wortels van het gezelschap gaan terug tot 1862.

Ter gelegenheid van het 150-jarig jubileum is er een boek verschenen: '150 jaar symfonieorkest in Groningen', geschreven door Jan Minderhoud en Heinz Wallisch.

Ook het Noord Nederlands Concertkoor, projectkoor van het NNO, viert feest, zij het iets bescheidener: het koor bestaat twintig jaar en voert onder leiding van Stefan Vladar muziek uit van Pergolesi, Purcell en Rossini (17/1 Drachten en 18/1 Groningen).

Info: www.nno.nu

Het jubileumboek is te bestellen via www.profiel.nl of telefonisch via 050 301 21 44

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden