EEN GEWONE MAN VOOR HET GEWONE PUBLIEK

Daar staat de nestor van het Nederlandse lied in een morsig zijzaaltje, uitgekleed tot op z'n onderbroek. Pierre Kartner en het schnabbelcircuit. In de zaal zwaaien vrouwen met inlegkruisjes, symbool voor zijn omstreden carnavalshit. Op Radio 2 wordt het liedje niet meer uitgezonden. “Maar mooi dat 'ie nu wel in één keer op 33 staat in de Megatop 50.” Always Vader Abraham.

JOOP BOUMA

Het reiskoffertje klapt open. Alles ligt door elkaar. Grijze pruik, bril zonder glazen, bolhoed, schmink-etui, cassettebandjes, handdoek. “Ja, het is een rotzooitje.” Pierre Kartner schuift stapeltjes ongesigneerde foto's opzij. Op vier na zal hij die straks weer mee terugnemen. Hij neuriet mee op de muziek van Cindy en Jimmy Davis, - 'bekend van radio en tv', liegt de folder - in de aangrenzende feestzaal van Partycentrum De Malle Jan in Maarssen.

Er zitten driehonderd mensen in de zaal. Ze hebben er zin in. Ze zingen mee, ze klappen, ze dansen, ze polonaisen. Ze zijn een dagje uit met Mercator-reizen. Een dagtrip voor ¿ 34,95 ('inkl. tocht met een komfortabele luxe touring-car door het prachtige Hollandse landschap, entree Vader Abraham-show, koffie, middageten, een reisherinnering' èn 'een informatieve en gezellige show over natuur- en gezondheidsprodukten'). Zo'n reis dus. Zes dagen per week, tien weken lang worden ze met honderden tegelijk aangevoerd naar De Malle Jan voor een drie uur durend feestprogramma met muziek, bingo (“Dàt willen de mensen”, zegt de organisator), een verloting en natuurlijk Vader Abraham.

Ze zijn 's ochtends om half zeven al opgestapt bij de R.K. pastorie in Espel, bij de Rabo-bank in Emst of bij het VVV-kantoor in Puiflijk. “Het zijn er te weinig vandaag. Dat kan niet uit”, zegt de organisator, die ook de artiesten aan elkaar praat, ook de meezingers zingt en ook op het drumstel slaat.

In een zijzaaltje probeert Pierre Kartner zijn kostuum netjes op te hangen. Kleedkamerleed, geen kapstok te zien. Hij blijft er vrolijk onder. Een filmploeg van de NDR uit Hamburg draait om hem heen. De lamp floept aan als hij aanstalten maakt zijn broek uit te trekken. Hij heeft iets verlegens. “Ze hebben me vanmorgen ook al zowat in m'n blote kont gefilmd.”

Geroutineerd brengt hij lichtbruine crème aan op zijn gezicht. Hij rommelt wat met de pruik. De NDR schuift dichterbij. Hij heeft 'm al op het hoofd voordat de camera goed en wel loopt. Nog een keer? Langzaam en met veel misbaar drapeert Kartner het lange grijze kunsthaar op zijn kalende kop. Nee, opnieuw, zo duurt het te lang, zegt de NDR. “Ze hebben nogal wat eisen, die jongens van de tv”, roept Kartner. “En ik ben dan zo'n lul die dat maar weer doet, hè?”

Een serveerster brengt koffie. Kartner, tegen het meisje: “Jullie komen toch maar weer mooi op de tv in Duitsland. Straks krijgen jullie allemaal Duitsers hier, let maar op.” Zij: “Nou, mooi toch?”

De NDR wil nog even precies weten wanneer Kartner straks zijn Duitse versie van zijn carnavalslied gaat zingen. Het is toch het derde liedje? “Nee, het vierde. Het derde ist 'Inlegkreuzjen', het vierde nummer is de Deutsche versie.” Twee dagen eerder is hij de studio ingegaan, om 'Als je inlegkruisje maar goed zit' nog schielijk in het Duits op te nemen. De oosterburen lopen de deur plat. Hij heeft vandaag z'n zesde tv-ploeg van deze week op bezoek. “Ik heb daar een jaar lang nummer 1 gestaan met de Smurfen. In Duitsland blííf je een ster.” Die vier gesigneerde foto's zullen dus later met de NDR-ploeg mee teruggaan naar Hamburg.

“Ik ga na dit nummer op”, zegt hij terloops tegen de organisator. “Oké, Pierre.” De bolhoed zit. Hij probeert nog gauw een slok te nemen van de koffie, maar gooit door een onhandige beweging de kop om. Zwaait wat ongemakkelijk met zijn handen. In de feestzaal zwelt het applaus aan. De organisator kondigt aan. Nog vlug een slokje uit een ander kopje. Het applaus davert door. Weg is 'ie.

De zaal joelt. Er gebeurt iets als de 60-jarige Pierre Kartner het podium betreedt. Sommigen gaan staan. Vader Abraham, de artiest, de man van 'Het kleine café aan de haven' en 'De clown'. De zaal zindert. Ze zingen mee, ze deinen mee. En: ze zwaaien met inlegkruisjes. “Hebben die mensen een prachtdag of niet?”, vraagt de organisator. Hij hoort het antwoord niet, de geluidsinstallatie staat op turbo. Driehonderd stemmen zingen 'Daar in dat kleine café . . ., daar zijn de mensen . . ., daar telt je geld of wie je bent . . .'

Het Smurfenlied. De zaal deint op het refrein: 'Lalalala.' Vader Abraham loopt met de microfoon langs de rijen. 'In het Engels!' Zaal: 'Lalalala.' 'In het Duits!' Zaal: 'Lalalala.' 'In het Italiaans!' Zaal: 'Lalalala.'

En dan het hoogtepunt. De NDR-camera zoemt:

Als je inlegkruisje maar goed zit hoef je nooit meer bang te zijn. Want als jouw inlegkruisje maar goed zit heb je zekerheid, meisje klein. Je voelt je vrij om te bewegen, jij bent altijd een grote meid. Als je inlegkruisje maar goed zit, kom je overal op tijd.

Zit je op je fiets, of als je korfbalt. Dan gebeurt je niets, ook niet als je valt. Een engel zul je zijn, vleugels van satijn. Dun en zacht, dag en nacht, ben je veilig meisje klein.

Drie vrouwen uit het publiek lopen dansend achter Vader Abraham aan. Eén van hen heeft een incontinentie-luier bij zich. De drie proberen Vader Abraham de luier om te doen, terwijl hij staat te zingen. De zanger probeert hen krampachtig lachend te ontwijken. De organisator grijpt in, hij maant de vrouwen terug te gaan naar hun stoel. Ze lopen gedwee weg. Na het optreden: “Nee, dat was niet leuk. Als je met zo'n ding komt, dan trek je het in het medische. Dat wil ik niet.” Maar de NDR is tevreden. Het was Kartner ontgaan dat de luiergrap was geënsceneerd door de NDR. De tv-verslaggeefster had de luier uit haar tas gehaald en even met de drie vrouwen gesmoesd.

Speciaal voor de NDR zingt Vader Abraham nog even de Duitse versie. Hij tuurt op een A-viertje waarop in grote drukletters de Duitse tekst staat. Hij kent de woorden nog niet uit het hoofd.

Wenn die Slipeinlage nur gut sitzt, musst du nie mehr üngstlich sein. Wenn deine Slipeinlage nur gut sitzt, das gibt sicherheit für gross und klein.

De zaal staat op z'n kop. Overal verschijnen inlegkruisjes. Op broekspijpen, op voorhoofden. Voor Vader Abraham is het even welletjes. “So, das war es”, zegt hij plots. Hij loopt naar de tv-ploeg toe, drukt handen en zegt: 'Gute reise, danke schön fur ihr Besuch.' De tv-ploeg raakt in verwarring. Hoezo, moeten we weg? Mooi niet. De NDR blijft.

Kartner maakt zich op voor - wat hij noemt - het leukste onderdeel van zijn dagelijkse optreden. Ooit heeft hij met het zangeresje Wilma een hit gemaakt: 'Zou het erg zijn lieve opa. . .' Hij vraagt drie dames uit het publiek om met hem het lied te zingen.

Beurtelings mogen ze bij hem op schoot een couplet van het duet zingen. De zaal ligt plat. De eerste vrijwilligster zingt feilloos mee. De tweede (“Als je de tekst niet kent, help ik je wel. Of je zingt gewoon Poessie mauw”) heeft wat meer moeite met juiste toon. De zaal joelt. De derde kandidate is dik ('Nou, u moet wel heel goed kunnen zingen. . .') en zingt zo vals en schel, dat het glaswerk in de bar dreigt te knappen. De zaal giert. “Tjonge, ik dacht even dat u zou opstijgen”, zegt de artiest. “Maar we hebben u niet uitgelachen, hoor. We hebben u tóegelachen.” Kartner ziet dat de NDR nog altijd rond het podium scharrelt. “Ja, kwaliteit verloochent zich niet, dass haben sie nicht in Deutschland, hè?”

De inlegkruisjes vliegen door de lucht. Nog is de NDR niet tevreden. De tv-ploeg plukt twee oudere vrouwen uit het publiek. Ze moeten buiten, zwaaiend met inlegkruisjes achter Pierre Kartner aanrennen, terwijl deze wegrijdt in zijn BMW. Kartner vervult de wens mopperend. “Ik heb vanavond nog een tv-opname. Als ik direct na een optreden de kou in ga, slaat het onmiddellijk op m'n keel. Maar dat interesseert die lui niks.” Hoofdschuddend beent de artiest achter het gezelschap aan.

Even wordt nog geprobeerd of inkt hecht aan inlegkruisjes, zodat Vader Abraham het damesverband wellicht nog kan signeren. Maar, absorberend vermogen ten spijt, het lukt niet met een balpen inlegkruisjes te beschrijven.

Begin deze maand besloot de muziekredactie van Radio 2 Kartners carnavalsnummer niet langer uit te zenden. De programmamakers vonden het lied 'beneden de maat en onsmakelijk.' Een radioboycot. Aanvankelijk was 'ie boos, maar langzamerhand begint hij het als een goeie grap te zien. Het effect is averechts aan wat de radiopresentatoren beoogden, stelt hij tevreden vast. De media lopen in en uit. “Uit Denemarken en Engeland krijg ik nu zelfs telefoontjes. Ze denken allemaal dat ik aan lager wal ben geraakt, dat ik uit nood mijn toevlucht heb genomen tot goedkope ranzigheid. Ze begrijpen er niks van. Het lijkt allemaal banaal, maar het is alleen maar gezellig. Het is niet meer dan een onschuldig carnavalsliedje.”

Het steekt hem wel dat op z'n zestigste, met een dijk van een carrière als producent, liedjesschrijver en zanger achter zich, voor potloodventer wordt uitgemaakt. “Maar het publiek vindt het prachtig. Ik zal misschien een paar fans, niet direct uit Urk, wel uit Meppel, zijn kwijtgeraakt. Maar echt veel negatieve reacties heb ik niet gehoord. De mensen vinden het leuk.”

“Ik vraag me wel af waarom ik dit op m'n ouwe dag nog moet meemaken. Zo'n boycot. Alsof ik de eerste de beste onbenul ben. Ik heb zestienhonderd liedjes gemaakt, 'Het kleine café' is gezongen door Peter Alexander, Roger Whittaker, Mireille Matthieu, Nana Mouskouri, meer dan 130 buitenlandse versies.”

Hij houdt vol dat het idee voor dit carnavalsnummer komt van zijn vrouw. “Ik had dit jaar geen onderwerp voor carnaval. Ik wilde niet meedoen. Toen zei mijn vrouw: waarom doe je niet iets met die vreselijke maandverband-reclame. Zij kijkt meer tv dan ik. Dus op een dag zie ik die reclame van die meid in een lift die zegt: 'Druk, druk, maar het geeft niet, als je inlegkruisje maar goed zit'. En opeens gaat die tekst door m'n hoofd 'Als je inlegkruisje maar goed zit' op muziek van 'The Rose' van Bette Midler. Dat smachtende. Toen heb ik het in de studio als een pater, heel devoot en vrij strak ingezonden. Dat is de kracht gebleken, zo'n wereldmelodie en dan zo'n sukkel als Vader Abraham die het zingt.”

“Ordinair? Misschien denken ze dat van me dat ik ordinair ben.” Is dat gek? Was er niet ooit, nog vóór Vader Abraham, het duo Penis & Venus, dat pikante liedjes op de plaat zette? 'Ik kwam klaar, klaar, klaartje tegen', was nog maar één van de onschuldigste teksten. Hij lacht. “Dat zal zo'n veertig jaar geleden zijn inmiddels. Dan heb je nul centen te makken en dan maak je één keer zo'n elpee, moet ik daarvoor nu nog de hel in? Ik praat hier toch ook niet over die disc-jockey's in Hilversum die onder een valse naam ranzige carnaval-cd'tjes maken? In m'n onbezonnen tijd heb ik een paar eenvoudige werkjes gemaakt, ja, werkjes met een knipoog.”

Amper twee uurtjes later zit Kartner aan een bak koffie in De Blokhut, cafeetje bij de skischans van safaripark De Beekse Bergen in Hilvarenbeek. Hij heeft er een opname voor de Tros-televisie, samen met Albert West. Ze gaan een medley van Vader Abraham-nummers zingen.

Het is er bloedheet. Leden van de fanclub zijn uitgenodigd door de Tros, zij zijn het publiek bij de opname. Pierre Kartner begroet ze allerhartelijkst. Maar intussen maakt hij zich zorgen hoe hij er straks fatsoenlijk tussenuit kan knijpen. “Hoe kom ik van ze af? Ze denken dat ik tot twee uur vannacht met ze kan doorzakken, maar morgenochtend om negen uur staat er weer een Duitse tv-ploeg voor de deur”, zegt hij. Iemand van het Tros-team geeft 'm een hand. “Het is een schandaal dat ze je carnavalsliedje boycotten, Pierre. Werkelijk, te gek voor woorden.”

Hij maakt zich niet echt meer nerveus over een optreden, of het nu voor een zaal of voor een tv-camera is. Alleen het theater, dat mijdt hij liever. De feesttenten en de partyhallen, dàt is zijn circuit. Hij heeft het ooit geprobeerd, nette optredens in schouwburgen - mede op advies van Toon Hermans. Zet die bolhoed nou eens af, probeer het eens als Pierre Kartner. “Maar ik miste de gezelligheid. Al dat pluche. Het liep ook niet zo goed, de mensen konden me niet meer vinden. Ik ben maar weer gauw m'n hoedje en m'n brilletje zonder glazen gaan opzetten. In dat theater dacht ik: nu ga ik eerder dood. Eigenlijk ben ik gewoon een broodbakker. Ik bak 's nachts en het liefst blijf ik dan wakker om de volgende morgen in m'n eigen winkeltje de mensen dat warme brood te kunnen uitventen. Ik leer niet veel bij, ik ben lui, geloof ik. Ik doe graag wat ik deed. Ik ben een man van een doorgebakken kotelet, met frites en doperwtjes. Een gewone man, voor het gewone publiek. Iemand die van z'n vader leerde dat niet het eerste applaus geldt, maar het laatste, als je weggaat.”

“Ze mogen me slecht vinden of goed, maar ik ben wèl een artiest. Ik ben uit het goede hout gesneden, ìk ben geen plastic geworden. Ik ben gewoon verslaafd aan het lied. Het leven is voor mij een tube tandpasta, er zit altijd nog wel iets in, als je er in knijpt. Tot er op een keer niets meer uitkomt. Ooit zal ik ergens in Giethoorn op een podium doodvallen, terwijl ik 'De clown' sta te zingen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden