Een gewone Amsterdamse buurt, waar iets vreselijks gebeurt

Het buurtvoetbaltoernooi op Hemelvaartsdag was dit jaar beladen, maar het ging goed. Beeld Patrick Post

Een jongen van 17 wordt doodgeschoten in een buurtgebouw. Vier maanden later zijn het verdriet en de angst in de Amsterdamse wijk nog niet weg. De bewoners van de Oostelijke Eilanden komen in actie.

De wc's zijn weer open en op zonnige dagen is in het speeltuintje ook gewoon weer kindergejoel te horen. Maar de rest van het gebouw ernaast moet nog gesloten blijven. De plek is nog te beladen, de schok nog niet verwerkt.

Hier, in het speeltuingebouw op Wittenburg in Amsterdam, is het gebeurd. Er waren heel wat mensen binnen: kinderen die kookles kregen, jongeren die aan het kickboksen waren of tafelvoetbal speelden, vrijwilligers en een paar welzijnswerkers die de gang van zaken in de gaten hielden. Niets aan de hand.

En dan stormen twee zwaarbewapende mannen met bivakmutsen het gebouw binnen en die beginnen te schieten. Ze raken een vrijwilligster, ze raken de jongen die later als het waarschijnlijke doelwit wordt aangewezen. En ze raken Mohammed Bouchikhi, een jongen van 17 uit de buurt, die stage liep in het speeltuingebouw.

Opgetogen

Vrijdagavond 26 januari, ongeveer kwart over zeven. Mohammed Bouchikhi overleeft het niet. Een paar uur daarvoor had hij nog een opgetogen whatsappje gestuurd aan iemand van zijn school: dat hij mocht blijven als stagiair.

Voor het speeltuingebouw staan nog steeds bloemen, de afgelopen maanden vaak ververst, nu verdroogd. Op de stoep staan in krijt de initialen van Mohammed, met een hartje ernaast, een paar stoelen erbij voor mensen die de overledene willen gedenken. De fanfare die hier altijd oefende, heeft al gevraagd wanneer ze weer terecht kan in het gebouw. Maar nee, dat kan dus nog niet.

Wittenburg is een gewone Amsterdamse buurt. Het is de middelste van de drie Oostelijke Eilanden, aan de rand van de binnenstad. Vroeger heerste er armoede, huizen waren verkrot, de bewoners stonden bekend als ruw volk, als oproerkraaiers.

Maar dat is lang geleden. In de jaren zeventig en tachtig ging bijna alles wat er stond tegen de vlakte, om plaats te maken voor nieuwbouw. Nu zijn de eilanden een buurt als vele andere: met arm en rijk, westers en niet-westers, jong en oud. Ja, er is criminaliteit, er is overlast van jongeren. Maar niet meer dan gemiddeld, blijkt uit de statistieken. De bewoners wonen er met plezier. Ze geven hun buurt het rapportcijfer 7,9, bijna een half punt hoger dan het Amsterdamse gemiddelde (cijfers van vorig jaar, trouwens).

Wie door de buurt wandelt, begrijpt waarom. De Oostelijke Eilanden liggen vlakbij de binnenstad, maar het is er rustig. Doorgaand verkeer gaat niet door de buurt, maar erlangs. De huizen staan er zo op het oog goed onderhouden bij. En overal is water, met bruggetjes erover, voetpaden erlangs en bankjes.

Vragen

Maar wáárom gebeurt hier dan zóiets? Wát is hier gaande? Hóe kan dit? De vragen staan bij wijze van spreken met grote letters geschreven op de gezichten van de bewoners die de zaterdagmiddag na de schietpartij bij elkaar komen op het plein achter de Oosterkerk. Zo'n zeventig mensen zijn het, vooral witte Nederlanders. Halverwege het plein komen ook vrouwen met een hoofddoek samen, vanaf de zijkant kijken jongeren-met-capuchon toe.

Meteen al gaat de naam van Gianni L. rond, een jongen van negentien die net buiten de buurt woont. Hij zou het doelwit van de aanslag zijn, hij raakte zwaar gewond. Met zijn indrukwekkende postuur, geschikt voor bepaalde 'klusjes', zou hij in criminele kringen zijn beland. Niemand weet er het fijne van, maar vast staat dat Gianni er eind november ook bij was toen bij een schietpartij op buureiland Kattenburg de 19-jarige Ayman Mouyah het leven liet, bij wat later een ruzie over een gestolen scooter bleek.

Dat is nog lang niet het hele verhaal. De lijst van mannen die op de Oostelijke Eilanden woonden of er familie hebben en betrokken zijn bij de zogeheten mocromaffia is lang. In die mocromaffia, waarin trouwens niet alleen mannen van Marokkaanse komaf een rol spelen, draait het om drugs. De betrokkenen zijn jong, roekeloos en gewelddadig. Jongens raken er soms snel in verwikkeld. De ene avond hangen ze nog rond op straat, heeft de politie weleens gezegd, de volgende plegen ze een inbraak en op dag drie voeren ze voor een paar duizend euro een liquidatie uit.

Dat gebeurt vaak zonder dat de mensen om hen heen, zoals hun ouders, het in de gaten hebben. Neem Nabil Amzieb, de man van 23 van wie in maart 2016 het hoofd werd gevonden op de stoep van een waterpijpcafé in Amsterdam-Zuid. Hij woonde op Kattenburg, had een mbo-diploma op zak en leek volkomen onschuldig. Pas maanden later ontdekte de politie dat hij waarschijnlijk zelf ook al een liquidatie had uitgevoerd.

Het maakt de vragen van de bewoners van de Oostelijke Eilanden des te dringender. Wat is hier aan de hand? En ook: hoe voorkomen we dat zoiets ooit nog een keer gebeurt?

Camera's

Zes dagen later, op een buurtbijeenkomst, hebben stadsdeelbestuurders, politie en welzijnswerk in de verste verte nog geen antwoorden. Wel worden er maatregelen aangekondigd. Her en der in de buurt worden camera's opgehangen. Er komt een mobiele politiepost. Het speeltuingebouw blijft gesloten, maar buurthuis de Witte Boei gaat in het weekend open voor jongeren.

Gianni L. krijgt een gebiedsverbod, hij mag zelfs z'n ouderlijk huis niet in. Basisschool de Kleine Boe krijgt een conciërge, zodat niet iedereen zomaar in en uit kan lopen - Gianni kwam er weleens om z'n neefje van school te halen, en de gedachte dat zo'n doelwit vlakbij hun kinderen rondhangt, jaagt ouders de stuipen op het lijf.

Die maatregelen nemen de angst niet weg. Moon Rijven woont al 26 jaar op Wittenburg en hoort de verhalen om zich heen. Dat de politie niet veel deed met bezorgde telefoontjes uit de buurt. Sterker nog, dat het wel is voorgekomen dat de politie aan jongens over wie geklaagd werd, doorgaf wie er precies gebeld had. "Of dat de politie vraagt, als je meldt dat je een auto ziet met verdacht gedrag eromheen: wat is het kenteken? Alsof je 's avonds dan even de deur uit gaat en afstapt op die auto die jou zo'n onveilig gevoel geeft ..."

De tekst gaat verder onder de afbeelding

Op de stoep staan in krijt de initialen van Mohammed, met een hartje ernaast, een paar stoelen erbij voor mensen die hem willen gedenken. Beeld Patrick Post

Nog zo'n symptoom dat de buurt geschrokken is: een Marokkaans gezin bij Rijven in de straat zorgde voor overlast en toen dat verhuisde, schreef een buurvrouw op Facebook dat ze daar blij om was. "Toen kreeg ze van andere buren te horen: zeg dat nou niet, straks krijg jij ook een kogel door de kop." Reëel? Waarschijnlijk niet. Maar wel veelzeggend, verzucht Rijven. "In wat voor buurt blijk ik nu te leven!?"

In wat voor buurt? In een gewone buurt waar iets bijzonders aan de hand is. Bart Uitdenbogaart is voorzitter van het Eilandenoverleg, een club van actieve buurtbewoners. Hij verwoordt wat velen de afgelopen maanden zijn gaan inzien. Precies wat de Oostelijke Eilanden zo aangenaam maakt, zorgt er ook voor dat ze een goede uitvalsbasis zijn voor drugsdealers: vlakbij de binnenstad, rustig, geen doorgaand verkeer, overal eromheen water.

"Door al het extra toezicht is het nu rustiger. Maar je zag het gebeuren. Auto's zoeken hier een stil plekje. Daar komen jongens op brommertjes naartoe. Zij pikken de drugs op die met die auto's worden gebracht. En brengen die naar hun klanten in de binnenstad. Veel overlast geeft dat niet. Er was wel eens ruzie, er werd wel eens gepist op straat. Maar het viel niet eens meer op, zo gewoon was het geworden."

En ja, dat het verleidelijk is, valt te begrijpen, zegt Uitdenbogaart. Deze jongeren dichten zichzelf weinig kansen toe op een goede baan en zien om zich heen hoe jongens uit de buurt snel geld verdienen. "Je zag ze soms met het geld in hun hand wegrijden."

Stille tocht

Precies drie weken na de schietpartij trekt er een stille tocht door de buurt. Langs het ouderlijk huis van Mohammed, langs de plek waar Ayman werd doodgeschoten, naar het speeltuingebouw. Daar branden kaarsjes, er staan bloemen. Jongeren beginnen luid islamitische gebeden uit te spreken. Een paar hoogblonde meisjes, klasgenoten van Mohammed misschien, omhelzen elkaar, in tranen. "Wie zorgt er voor deze jongeren, wie staat er om hen heen?", roept een vrouw uit.

Wie zorgt er voor deze jongeren? Ook die vraag wordt na 26 januari veel gesteld. Allereerst hun ouders toch zeker. In de Amsterdamse krant Het Parool roept journalist Samira el Kandoussi vooral de vaders op zich meer met de opvoeding te bemoeien. Sommige vaders zijn 'emotioneel absent', schrijft ze. "Ze staren voor zich uit, met de televisie aan, diep in gedachten verzonken, met hun hoofden ver weg, mijmerend over dromen die niet zijn uitgekomen. Teleurgesteld in hun kinderen die als het zand van hun geboortegrond door de vingers zijn geglipt, verloren aan de straatstenen van Nederland."

Maar El Kandoussi schrijft ook over de 'Marokkaanse schaamtecultuur' die het bespreken van gevoelige zaken in de weg staat. Wie de buurt in gaat en het de ouders vraagt, stuit op stilzwijgen. Ja, dit is een fijne buurt om te wonen, wordt er geknikt. Nee, dat geweld is niet goed. Maar ja... Er wordt gezwegen, er wordt gezucht. En nee, ze willen zeker niet met hun naam in de krant.

Wat wel opvalt, is dat Marokkaanse buurtbewoners sinds 26 januari vaker naar buurthuis de Witte Boei komen, bijvoorbeeld om samen te koken en te eten. En om te praten.

Minimaatschappij

Maar het zijn niet alleen de Marokkaanse ouders die zich om de jongeren moeten bekommeren. Ook het welzijnswerk speelt een rol en veel buurtbewoners vragen zich af of dat niet meer had kunnen doen. Sinds twee jaar wordt het welzijnswerk op de Oostelijke Eilanden, onder meer in de Witte Boei en het speeltuingebouw, uitgevoerd door de stichting Dock. Er zijn bewoners die vinden: die welzijnswerkers kennen de buurt niet goed genoeg.

Nog prangender is een andere vraag die nu op tafel ligt: was het verstandig om het jongerencentrum in de buurt, de Clutch, te sluiten? Dat gebeurde vorig jaar, omdat er bezuinigd moest worden. Het stadsdeel stond voor de keus: bezuinigen op mensen of op stenen, jongerenwerkers ontslaan of de Clutch dicht? Die beslissing was niet moeilijk, en daarom delen kinderen en jongeren sindsdien één ruimte, het speeltuingebouw.

De tekst gaat verder onder de afbeelding 

Net als in elke andere gewone Amsterdamse buurt spelen op zonnige dagen de kinderen buiten. Beeld Patrick Post

"Dat kon toch nooit goed gaan!?", zegt Bart Uitdenbogaart. Hij heeft enig recht van spreken, want namens het Eilandenoverleg uitte hij vorig jaar al zijn zorgen. Nee, deze schietpartij had ook hij niet voorzien. Maar hij vreesde dat jongeren die al met een half been in de drugshandel zitten ook de jongere jeugd de verkeerde kant op zouden trekken. "Nadat de Clutch is gesloten", voegt hij eraan toe, "zijn er jongeren uit beeld verdwenen."

Maar Frank van den Hoff van Dock staat er nog steeds achter. Allereerst omdat er in de Clutch veel gebeurde waar niemand iets van wist - en wat ook niet per se goed was. "De Clutch lag aan de rand van de buurt, in een zijstraatje, het was een gesloten bunker. Jongeren hingen er maar wat rond, doelloos. Dat is niet wat wij willen. Chillen, best. Maar dan wel chillen met een doel. Het gaat erom dat jongeren zich ontwikkelen."

Belangrijker nog voor de mensen van Dock is dat het in stand houden van een afgezonderde plek voor jongeren niet past bij hun visie op welzijnswerk. "Je leeft met elkaar in één buurt", zegt Van den Hoff. "Leer dan ook om met elkaar op te trekken. Een buurthuis moet een soort minimaatschappij zijn. Voor iedereen, jong en oud."

Maar goed, als straks het speeltuingebouw weer open gaat, is daar alleen de jonge jeugd welkom. Want als de oudere jongeren daar ook weer komen, zal geen enkele vader of moeder het erop wagen hun kinderen ernaartoe te sturen. Zo diep zit de angst nog. Daarom komt er voor die oudere groep een aparte plek, in een voormalig postkantoor. "Tijdelijk", zegt Van den Hoff. "Want we willen het dus eigenlijk anders."

Lieverdjes

Hadden we het anders moeten doen? Roeland Rengelink, PvdA'er en acht jaar lang bestuurder van stadsdeel Centrum, heeft zich de vraag de afgelopen maanden vaak, heel vaak gesteld. In die acht jaar is er zo'n twintig procent bezuinigd, ook op het jongerenwerk, en hij beseft: dat blijft niet zonder gevolgen. "Maar we dachten goed in de smiezen te hebben hoe deze buurt ervoor stond. En dan gebeurt dit." Hij is even stil. "Zo'n gebeurtenis dwingt je ertoe om alle beslissingen van de afgelopen jaren opnieuw te overwegen."

Al een tijdje had het stadsdeel een groep jongeren in beeld die als 'overlastgevend' te boek stond, achttien jongens van Nederlandse, Marokkaanse en Surinaamse komaf, Gianni L. is één van hen. Er was weleens gedoe, er werd weleens brand gesticht. "Geen lieverdjes", zegt Rengelink, "maar een link met drugscriminaliteit konden we niet hard maken."

De eerste harde les is dat zulke jongeren ongemerkt kunnen afglijden. "De netwerken van deze jongens zijn minder zichtbaar op straat, dat maakt ook dat klassiek jongerenwerk voor hen niet werkt. Hun netwerken zijn meer fluïde, meer virtueel ook. Op verschillende tijdstippen trekken verschillende mensen met elkaar op, verspreid over de stad. Want laat dat duidelijk zijn: drugscriminaliteit is een stadsprobleem, geen buurtprobleem."

Daarnaast breekt Rengelink zich het hoofd over de jeugdzorg. Die is in Amsterdam gekoppeld aan de school: als kinderen en jongeren problemen krijgen, is school de allereerste plek waar dat wordt opgemerkt en dan is de jeugdzorg er snel bij. Maar voor twaalfplussers is dat niet ideaal, want zij gaan meestal niet in hun eigen buurt naar school, op de Oostelijke Eilanden zeker niet, daar zijn alleen twee basisscholen.

"De plek waar deze kinderen problemen hebben is thuis, met broertjes, neefjes en nichtjes, of in de buurt, met vrienden", zegt Rengelink. "Maar als ze met jeugdzorg te maken krijgen, is dat meestal de jeugdzorg in de buurt waar hun school staat, met mensen die de buurt waar ze wonen niet kennen. Dat wreekt zich."

Op de korrel

Intussen heeft waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen iemand gemachtigd om namens hem op te treden in de buurt, dwars door alle ambtelijke lagen heen. Ook deze gemachtigde, Nelleke Hilhorst, heeft de achttien overlastgevers op de korrel. "We kenden hun namen. Maar veel meer wisten we niet", zegt ze. "Nu weten we alles: uit wat voor familie komen ze, gaan ze naar school, hebben ze schulden, met welke instanties hadden ze al eerder te maken."

De volgende stap is dat deze jongens onder de hoede komen van professionals die hen andere vooruitzichten bieden dan afglijden in de criminaliteit, met schuldhulpverlening, jeugdzorg of opvoedondersteuning voor de ouders.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

Beeld Sander Soewargana

De politie zet groot in op het opsporingsonderzoek. Of daar al schot in zit, wil ze 'in het belang van het onderzoek' niet zeggen. Half maart begon ze met een grote zoekactie in kelder- en garageboxen. Dat heeft alvast de vondst van wapens en drugs opgeleverd.

"Uiteindelijk is het een gewone Amsterdamse buurt", zegt ook wijkagent Saieda Kajouaa, iemand van het type dat zich niet gek laat maken. Ja, ze is de afgelopen tijd veel op straat geweest, zoals altijd. En ze is vaak aangesproken door bewoners, zoals altijd. Die gesprekken duurden de laatste tijd langer dan ze gewend was. "Mensen moesten hun emoties kwijt." Maar bijzonder?

Nu is het voorjaar. Mensen zijn vaker buiten op straat en ze hebben de ramen en balkondeuren open. "Dat botst dan wel eens. Zoals in elke andere Amsterdamse buurt, zoals in elk ander voorjaar."

Welkomstborden

Niets bijzonders? Misschien. Maar er gebeurt dit voorjaar meer dan ooit, vooral dankzij de bewoners zelf. Buurtvergaderingen trekken vele tientallen mensen en dat heeft een waslijst met grote en kleinere plannen opgeleverd. Zet welkomstborden bij de toegangsstraten, is er bijvoorbeeld geopperd, en hang affiches op met de tekst: wij groeten elkaar op het eiland. Zet een buurt-whatsappgroep op.

Maar ook: kunnen we niet zorgen voor meer huiswerkbegeleiding en kunnen we jongeren niet helpen bij het vinden van stageplekken, want dat lukt jongeren van niet-westerse komaf vaak niet? En: zou het niet goed zijn als iedereen die iets te maken heeft met veiligheid - politie, straatcoaches, jongerenwerkers, actieve bewoners - een netwerk vormde, met een eigen meldpunt?

Komt daar iets van terecht? Buurtbewoners zien zelf het gevaar dat het ent- housiasme verflauwt als de golf van aandacht die de buurt nu overspoelt is weggeëbd. Daarom is er een werkgroep opgezet, 'Buurt op de Kaart', die dat moet voorkomen. Die werkgroep is een afspiegeling van de buurt, met mensen met verschillende achtergronden.

"Mensen komen nu uit hun eigen bubbel", zegt Bart Uitdenbogaart van het Eilandenoverleg. "Er was al een groep buurtvaders, nu zie je ook Marokkaanse vrouwen naar de Witte Boei komen. Het zijn kleine stapjes. Maar het contact is gelegd."

Koffiekiosk

Moon Rijven, een van de leden van 'Buurt op de Kaart', heeft haar eerste resultaat al geboekt. Een jaar geleden had ze het stadsdeelbestuur voorgesteld om een kiosk in te richten op het plein achter de Oosterkerk, waar mensen koffie of thee kunnen drinken en de krant lezen. "Je kan dan het plein overzien, dus het geeft ook wat toezicht en veiligheid."

Nooit meer iets van gehoord. Tot begin deze maand. Ze is alvast maar een keer met een kleedje, koffie, thee en koekjes op het plein gaan zitten. "Kijken wat het mij en de buurt brengt", zegt ze zelf. Dat trok meteen bezoekers en daarom nam ze nog maar eens contact op met het stadsdeel. Toen kreeg ze ineens een bedrag toegezegd voor het uitvoeren van het plan. "Ik stond perplex!"

Voor Ilias is Hemelvaartsdag dit jaar een dag om niet snel te vergeten. Deze keer wordt het jaarlijkse voetbaltoernooi gehouden voor kinderen uit de buurt, op het plein achter de Oosterkerk. De dag begint bewolkt, maar tegen de tijd dat de finale wordt gespeeld, breekt de zon door.

Het wordt spannend. De wedstrijd eindigt in 1-1, er moeten penalty's worden genomen en ook dat gaat gelijk op. Het zal zo ongeveer de tiende penalty zijn als Ilias opstaat voor zijn heldenrol. Eerst stopt hij als keeper de penalty van de tegenstander, meteen daarna mag hij zelf de beslissende nemen. Hij schiet raak en vier, vijf teamgenootjes rollen uitgelaten over hem heen. Als hij onder die berg jongenslijven vandaan komt, glimlacht hij van oor tot oor.

Ook Michel Odjo is blij. Zeven keer eerder organiseerde hij dit buurttoernooi en deze achtste keer was bijzonder. Gewoonlijk vindt het toernooi plaats rond het speeltuingebouw, maar dat leek dit jaar niet gepast. "Het was beladen", zegt hij net na de finale, eveneens met een grote glimlach. "Maar het is goed gegaan."

Het toernooi begon met een minuut stilte. Bij heel wat toeschouwers liepen de tranen over de wangen. Niemand is het al vergeten.

Lees ook: Wittenburg vreest meer geweld na dodelijke schietpartij

In een Amsterdams buurthuis, met veel kinderen, werd een onschuldige stagiair gedood.

Lees ook: Amsterdamse wijk Wittenburg zoekt antwoord op bruut geweld

Waar vrijdagavond nog de kogels door speeltuin Wittenburg vlogen, wordt in het naburige wijkcentrum nu weer door de buurtbewoners koffie gedronken en speuren werkzoekenden op de pc's naar een baan. Nee, hier wordt even niet meer gesproken over de moordpartij waarbij buurtgenoot en stagiair Mohammed Bouchikhi (17) om het leven kwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden