Een gewiekst machtspoliticus

Dries van Agt had door zijn schelmenstreken de air van een non-politicus. Zijn drie biografen laten zien dat de oud-premier met zijn fratsen politiek veel bereikte. Van het CDA wist hij een zelfverzekerde middenpartij te maken, waarin zowel katholieken als protestanten zich thuis voelden, en hij doorbrak de dominantie van de progressieven.

Johan van Merriënboer, Peter Bootsma, Peter van Griensven: Van Agt, Biografie, Tour de ’Force. Boom, Amsterdam. ISBN 9789085065562; 592 blz. euro 25

Toen hij eens wegens ziekte het kabinetsberaad niet kon bijwonen, liet Dries van Agt aan premier Den Uyl een briefje bezorgen met de volgende tekst: „Amice, mijn corpus is in staking gegaan; vergeef mij daarom dat ik de steven thans wend naar moeder de vrouw in Nijmegen in plaats van naar mijn onverwoestbare broodheer in het Catshuis. Ik maak mij niet aan overdrijving schuldig wanneer ik stel dat de sociaal-economisch-financiële problematiek door mijn afwezigheid niet onoplosbaar wordt gemaakt. Vale, amice, iterumque vale. In vrije, doch verantwoorde vertaling: kop op, m’n beste, nog eens kop op.”

Een gewoon mens, zelfs een gewoon politicus, had zich kortweg tot zijn spijt absent gemeld, maar Van Agt gedroeg zich in vrijwel alles anders. Zijn biografen hebben het op gegeven moment niet voor niets over ’het verschijnsel Van Agt’, een fenomeen waarop politiek Den Haag in de jaren zeventig absoluut geen vat kon krijgen. Zijn haar zat vreemd, hij sprak in bommeliaanse volzinnen met een lang aangehouden zachte ’g’, waarbij hij zijn handen als een priester gevouwen voor zich hield, hij relativeerde de politiek, hij maakte zich dikwijls (quasi-) klein tegenover zijn tegenstrever Joop den Uyl, duidde zijn echtgenote Eugenie aan als ’het vrouwtje’ en betrok zonder gêne het grote publiek bij zijn politieke wel en wee.

Vermoedelijk is hierdoor toch een eenzijdig en – hoezeer ook hij daaraan zelf heeft bijgedragen – karikaturaal beeld van hem ontstaan. Het valt zelfs vandaag de dag nog niet mee dat beeld van rare snijboon in de politiek te verenigen met zijn ernstige ijveren voor de zaak van het Palestijnse volk. Niet minder staat het een objectieve kijk in de weg op zijn historische betekenis als christen-democratisch politicus, CDA-leider, minister van justitie en premier.

Een van de bevindingen na lezing van de vuistdikke biografie is dat die betekenis in elk geval niet kan worden losgekoppeld van zijn zonderlinge stijl. Door de populariteit die hij met zijn manier van optreden losmaakte, verwierf hij zich niet alleen een stevige machtsbasis, maar legde hij ook op een gevoelsmatig niveau de basis voor het CDA. Hij gaf de katholieke en – tot veler verbazing – ook de protestantse burgers boven de rivieren, die zich door de progressieve en anti-burgerlijke tijdgeest in het nauw gedreven voelden, weer stem en zelfvertrouwen.

Zijn adagium ’Wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts’ werd destijds vooral uitgelegd als een uitdrukking van typische katholieke centrumpolitiek, maar voor de eigen parochie werkte de klemtoon op de eigenheid van de partij-in-wording samenbindend. Daarmee is de betekenis van Van Agt als partijpoliticus aangegeven. De vorming van het CDA vulde het politieke midden weer op, dat in verdoolde en verdeelde staat even een prooi leek te worden van links en de opkomende VVD, en haalde een streep door de polarisatiestrategie van de PvdA, die beoogde de christelijke kiezers tot een keuze tussen progressief en conservatief te dwingen. Door wat de biografen mooi omschrijven als zijn ’ontregelende en onthaastende optreden’, doorbrak hij de dominantie van de progressieven, die op veel steunde behalve op het getal.

Na het vertrek van Van Agt uit Den Haag in 1982, stelde PvdA-leider Joop den Uyl vast dat zijn tegenstrever ’met de air van de non-politicus veel in de politiek had bereikt’. De snaaksheden en schelmenstreken waren dus politiek zeer doeltreffend. Het belang van de biografie van de historici Van Merriënboer, Bootsma en Van Griensven is dat zij de fratsen van de man, die zich na zijn aanwijzing tot eerste CDA-aanvoerder voelde als ’de kabouterkoning’ uit zijn kleuterjaren, in dit bredere perspectief plaatsen.

De auteurs zijn alle drie verbonden aan het Centrum voor parlementaire geschiedenis in Nijmegen, dat zich op dit vlak een stevige reputatie aan het verwerven is. Eerder kwam uit deze school een opzienbarende revisie op Piet de Jong, die aantoonde dat deze voor conservatief gehouden premier aan het eind van de roerige jaren zestig een verstandig en verrassend progressief beleid voerde. Ook met de nieuwe belichting van Van Agt presenteert de Nijmeegse school zich als een welkom tegenwicht aan de waan van de dag en dwingt zij de media verder te kijken dan de neus lang is en behoedzaam te zijn met oordelen.

In de afgelopen dagen is veel aandacht geschonken aan Van Agts taalgebruik. Hij is dat gaandeweg gaan cultiveren en maakte daarmee bij tegenstanders vaak wilde woede los, maar het is verrassend te lezen dat hij zich een behoedzame en zorgvuldige opbouw van zijn zinnen aanleerde om zijn drift te beteugelen. De jonge Van Agt, geboren in Geldrop, door hem omschreven als ’de oorschelp van de Heer’, was een emotioneel, driftig en koppig baasje. „Als ik me erg primair en in de meest simpele taal zou uiten, dan zou ik soms exploderen”, verklaarde hij later. Op zijn koppigheid liepen Den Uyl en diens politieke adjudant Van Thijn zich in de formatie van 1977 stuk.

Van Agt stond toen bij progressief Nederland al te boek als rechtse moraalridder, maar zijn standpunt over abortus laat zich nu teruglezen als genuanceerd. Dat hij destijds zijn hakken in het zand zette, daarmee de linkse hoon en woede over zich afroepend, kwam simpelweg voort uit zijn opvatting ’dat een foetus geen blindedarm is’ en als ongeboren leven bescherming verdient. Later is nog wel eens vergeten dat het afbreken van zwangerschappen is gelegaliseerd onder het kabinet-Van Agt. Dat gebeurde onder hevig verzet van de conservatieve bisschop Gijsen, van wie Van Agt dertig jaar later zei: „Terecht dat ze die man op IJsland hebben gezet.”

Ed van Thijn schreef afgelopen maandag bij de presentatie van de biografie de overmoed en verkeerde taxaties van links toe aan ’die krankzinnige tijd’. We waren allemaal stapelgek, zei hij. Hoewel het gedram van de PvdA ertoe leidde dat Van Agt zelf premier werd van een centrum-rechts kabinet met de liberaal Wiegel als vicepremier, noemde hij zich in een gesprek met de auteurs in 2003 ’een tragische minister-president’. De biografen zijn daar positiever over. Zij wijzen erop dat Van Agt internationaal succesvol opereerde, vooral in de kwestie van de kruisraketten, ook dankzij goede contacten met de Duitse bondskanselier Schmidt en de Britse premier Thatcher, en de volle rit heeft uitgezeten, wat met de wankele basis in het parlement en een vaak verdeelde CDA-fractie een prestatie was.

Daar staat tegenover dat er van het door Wiegel beloofde puinruimen na het kabinet van ’potverteerder’ Den Uyl niets terecht kwam. De werkloosheid liep sterk op en de overheidsfinanciën raakten verder uit het lood. Het financieringstekort liep zelfs op tot boven de tien procent - voor Andriessen was dit vooruitzicht reden al in 1980 op te stappen, een vertrek dat Van Agt achteraf als zijn grootste politieke fout beschouwt. Het zegt iets over de kracht van de beeldvorming dat de PvdA nog altijd niet van het imago van potverteerders af is. De huidige VVD-leider Rutte werpt dat nu weer minister Bos voor de voeten. Historisch is dat verwijt niet langer houdbaar. Na het kabinet-Van Agt/Wiegel heeft het meer dan tien jaar bezuinigen gekost alvorens het tekort weer terug was op het niveau van 3,8 procent, dat Den Uyl in 1977 had achtergelaten.

Het falen van het financieel-economisch beleid onder Van Agt is dikwijls in de schoenen geschoven van de zogeheten ’loyalisten’, de groep van tien CDA-Kamerleden die liever met de PvdA wilden regeren. De biografen rekenen daarmee af. Zij stellen vast dat het kabinet gebrek aan moed aan de dag legde om de CDA-fractie onder leiding van Lubbers te weerstaan. De overlevingsdrift was sterker dan de wil fors in te grijpen, zoals Andriessen wenste. Dat had minder te maken met de aanstaande troonsafstand van Juliana, zoals Van Agt deze week suggereerde, dan met het gevreesde alternatief, een tweede kabinet-Den Uyl.

De kort na elkaar verschenen biografieën over de politieke hoofdrolspelers in de jaren zeventig tonen scherp het verschil tussen hun karakters. De oorlog, die de student Den Uyl (geboren in 1919) vormde en hem een uitgesproken visie op de betekenis van democratie opleverde, ging aan de twaalf jaar jongere Van Agt vrijwel ongemerkt voorbij. De textielfabriek van zijn vader draaide gewoon door, de hongerwinter bleef het zuiden van het land bespaard. Naderhand zei hij dat hij de Duitsers wel slechte kerels vond, maar niet zozeer dat hij ze haatte. „Daarvoor was de toestand niet schrijnend genoeg.”

Deze achtergrond kan de zekere argeloosheid verklaren waarmee Van Agt later als minister van justitie optrad in twee kwesties die rechtstreeks met de oorlog hadden te maken, de Drie van Breda en de zaak van de ontsnapte oorlogsmisdadiger Menten. De biografen trekken die lijn overigens niet. Zij laten wel zien dat hij in de politieke debatten hierover niet zijn mooiste uren beleefde. Volgens zijn biografen waren de kinderjaren voor Van Agt zorgeloos en laafde hij zich op het gymnasium aan de spiritualiteit van de paters Augustijnen ’als een bloem die zich buigt naar de zon’. Op de katholieke universiteit in Nijmegen trad ook de ijdeltuit naar voren die zijn studiegenoten behaagde met zijn onnavolgbare retoriek. Met al die aspecten moest hij wel botsen met de gedreven calvinist en hervormer Den Uyl.

De biografie laat echter ook scherp zien dat Van Agt een gewiekst politicus was, die er niet voor terugschrok op kritieke ogenblikken zijn macht te gebruiken. Hij heeft die macht vooral gebruikt om het progressieve tij te keren en tegen de stroom in het CDA politiek leven in te blazen, in de roerige jaren na 2002 de meest stabiele partij van het land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden