Een getrouwe waarheid, die maar weinig reizigers kennen

Het klassieke boek schenkt op eigen houtje kennelijk nog onvoldoende verbeelding; de helden moeten ook te zien, te voelen, ronduit tastbaar zijn. De lezer wil vervoerd en bedrogen worden en daarna ook nog eens bij de literaire held op schoot. Shakespeare kan Hamlets lief in een handomdraai zelfmoord laten plegen, maar in welke rivier deed Ophelia dat precies? Van welke oever valt dat het beste te fotograferen? En kan ik daar een kaartje voor kopen? Na het Paard van Troje (18/4), het Balkon van Julia (9/5), het Huis van Dulcinea (18/7) en Galerie Bovary (7/11), vandaag het vijfde deel van een serie over letterlijk literaire helden: Baron von Münchhausen in Bodenwerder a/d Wezer.

Schieten in mindere mate, maar snoeven heeft de baron onmiskenbaar gemeen met zijn Tsjechische geestverwant Soldaat Schwejk, al weet je niet wie van de twee de ander in listigheid overtreft. Als de baron steevast een haantje-de-voorste is, is Schwejk de wat minder onverschrokkenene, zoniet het haantje-de-achterste. Het is in deze context niet toevallig dat een 'haan' ook onderdeel van een schietgeweer uitmaakt.

Gelukkig hebben Schwejk en de baron nooit de degens gekruist, anders zou het op een nimmer eindigend gekrakeel van bluffen en redekavelen zijn uitgelopen. In plaats daarvan ging Schwejk wijselijk een glas met z'n Britse vertrouweling (Sir John) Falstaff drinken teneinde en passant polemische queesten te bespreken. In die, ook geboekstaafde avonturen, knetteren de letteren net zo hard als het buskruit waarmee ze qua spanningsboog kracht wordt bijgezet, al blijven het bij Schwejk/Falstaff hoofdzakelijk voorgenomen in plaats van voltrokken aanvalsplannen.

De baron daarentegen roemde z'n eigenhandig verrichte heldendaden pas nadat ze voltooid waren, hij verheft de waarheid - geloof het of niet - immers boven welk wapengekletter ook.

In de vertaling van P.A. van Leeuwen:

De bescheidenheid verbiedt mij veel ophef te maken van heldendaden en overwinningen, waarvoor de roem meestal aan de aanvoerders ten deel valt, ongeacht hun bekwaamheid. (-) Als iemand intussen aan de waarheid van mijn avonturen zou twijfelen, heb ik medelijden met zijn gebrek aan vertrouwen en ik vraag u dan niet verder te lezen. (-) Ik geef toe, deze klinken zonderling. Ik laat echter ieder, die maar de minste twijfel koestert, vrij om zelf naar de maan te gaan en zich te overtuigen dat ik de waarheid zo getrouw heb weergegeven, als maar weinig reizigers doen.

De baron verdraagt het slecht als anderen met de buit aan de haal gaan, of die nou bestaat uit oorlogsschat, jachttroffee, roem, eer, of de weergave van zijn geschiedenissen. Apostel, marskramer, chroniqueur en journalist moeten van zijn avonturen afblijven, want anders gaan alleen maar kletsverhalen de ronde doen, die naast verwarring vooral beschimping veroorzaken.

In zijn 'Eerste avontuur op zee' wordt de baron vanuit alle windstreken tegelijkertijd belaagd: van voren door een leeuw die duidelijk liet merken dat het zijn voornemen was mij als ontbijt te verorberen, zonder mijn goedkeuring daarvoor te vragen.

Achter hem verschijnt een al even hongerige krokodil, links wacht een bruisende stroom en rechts gaapt een afgrond, waarin, zoals ik later hoorde, zich de giftigste slangen bevonden.

Dergelijke acute turbulentie wordt ook een baron wel eens te veel. In afwachting van wat komen gaat, werpt hij zich ter aarde om in een flits te overwegen hoe hij aan zijn einde zal komen: door leeuwenklauwen of krokodillentanden. Die wanhoopskeuze van een liggende positie blijkt bij nader inzien een strategische vondst: in een mengeling van honger, overmoed en ongeduld springt de leeuw over de baron heen om in de opengesperde bek van de krokodil te belanden. Temidden van het aldus oplaaiende tumult komt de baron weer bij zinnen, en hakt hij de leeuwenkop af. Op zijn beurt verslikt de krokodil zich in de leeuwenkop, en stikt. Van de leeuwenhuid laat de baron tabakszakken maken, waarvan hij er ook een aan de burgmeester van Amsterdam aanbiedt - de baron reisde immers met gewichtige opdrachten van de Hoogmogende Heren van de Staten van Holland.

De krokodil wordt geprepareerd en aan een museum geschonken.

Dat zijn de feiten, ons door de baron zelf bezorgd. Maar amper heeft de baron de krokodil uit handen gegeven, of het krioelt van de mensen die feit maar moeilijk van fictie weten te scheiden, waardoor 'waarheid en waarschijnlijkheid van dit verhaal in hoge mate tekort wordt gedaan'. De anoniem gebleven gids van het museum weet beter dan de baron zelf hoe de animale schermutseling zich voltrok:

Zo vertelt hij bijvoorbeeld dat de leeuw door de krokodil heen gesprongen was en juist door 't achterdeurtje ontsnappen wilde, als meneer de wereldberoemde baron (zoals hij mij noemt) de kop niet, zodra hij tevoorschijn kwam, gelijk met drie voet van de krokodillenstaart afgeslagen had. De krokodil zou het verlies van zijn staart niet onverschillig zijn gebleven, en het mes uit de hand van meneer de baron hebben gerukt en met zo'n vaart opgeslokt dat het in het hart van het monster terechtkwam waarna het ter plaatse zijn leven verloor.

Ik behoef u niet te zeggen hoe onaangenaam de onbeschaamdheid van deze kerel mij zijn moet.

Mensen die mij niet kennen, zouden door dergelijke, voor de hand liggende leugens ook aan de waarheid van mijn werkelijke daden gaan twijfelen. En dat is voor een man van eer hoogst krenkend en beledigend.

De baron is, of hij dat nou wilde of niet, tevens z'n eigen geestelijk vader. Althans, hij maakt eenderde deel uit van z'n schepper. In het gezelschap dat regelmatig bij de baron kwam eten, drinken en verhalen aanhoren, bevond zich ook de archeoloog R. E. Raspe, die wegens speelschulden Duitsland ontvluchtte. In Engeland, en in het Engels, beschreef Raspe met eigen bevinding en aanvulling de avonturen van de baron, die hij voor het eerst met naam, toenaam en verblijfplaats noemde. Zo raakte de baron eerst in Engeland wereldberoemd. Pas toen Gottfried August Bürger de Engelse versie in het Duits terugvertaalde - en op zijn beurt ook kwistig uitbreidde - werd de baron in eigen land en geboortestreek gezien en gehoord. Zeer tegen zijn zin in, maar het kwaad was geschied en kwam in twee talen op hem af. En in dissonante driestemmigheid niet te vergeten, want door al dat vertalen, bijverzinnen, heroverbluffen en opnieuw hertalen, is het zicht op waarachtigheid en verbeelding enigszins zoek geraakt. De baron heeft geen van de zeeverhalen uit zijn avonturen meegemaakt laat staan bedacht. Hij reisde door Rusland, Turkije, Egypte en Italië maar zette nimmer voet op Britse bodem, terwijl het in die scheepsavonturen wemelt van verwijzingen naar Engeland.

De beschreven avonturen bevatten een tergend hoog En Toen-En Toen-En Toen-gehalte; alleen daarom al kon de baron terecht uit z'n vel springen. Het is maar goed dat hij niet weet dat Erich Küstner in 1943 opdracht van Goebbels kreeg om een scenario voor de film 'Münchhausen' te schrijven. Küstner deed het ook, onder het pseudoniem Berthold Bürger. En dan moet-ie ook nog eens als leugenaar, notabene als Leugenbaron, de geschiedenis in! Wie betichten hem daar eigenlijk van, die fantasierijke vertalers? Een meesterwerk laat zich nou eenmaal, de bijbel en het telefoonboek daargelaten, slecht door een collectief schrijven.

Een klein dorp linksonder Hannover, nog voorbij Hamelen, zit vermoedelijk tot het eind der dagen met de brokstukken: Bodenwerder aan de Wezer, de geboorteplaats van de baron. Het boeiendste aan Bodenwerder is de Wezer zelf, die in gezwinde pas door het Nedersaksische berglandschap stroomt. De Wezer heeft geen oevers: als het water niet zo grijs en het gras niet zo groen was, kon je het verschil tussen land en rivier niet eens zien. In het najaar althans, 's zomers is de Wezer een moddersloot waar je zonder zuurstofflessen doorheen kunt wandelen. Zeggen de Bodenwerders.

Het huis van de baron is een gebouw met schouders, en desondanks kun je maar beter nooit in Bodenwerder aan de Wezer geweest zijn. Sinds het begin van de eeuw zetelt het gemeentebestuur in zijn huis, één vertrek aan de kopse kant dient nog als Münchhausenmuseum. Wat vlaggen, hertengeweien, brieven, donderbussen en turkenslofjes achter een vitrine, die de baron van een sultan kreeg en aan zijn zus cadeau gaf. Voor het museum annex raadhuis zit de baron op z'n gehalveerde paard. In de Slag om Oczakow had hij de aanval zo voortvarend ingezet, dat hij in zijn vliegende galop niet besefte dat het neergelaten valhek in de vijandelijke stadspoort zijn paard doormidden kliefde. Terwijl de baron binnen de stadsmuren op de voorste paardenbenen voortstreed, waren paardenkont en -achterbenen 'naar een aangrenzende weide gewandeld', aldaar 'vrolijk rondhuppelend tussen andere paarden'.

Een geweerschot verderop, tegen een berghelling, bevindt zich Münchhausens Berggrotte, het paviljoen waar hij z'n vrienden ontving. Boze tongen noemen dit achthoekige tuinhuisje, waarvan er vrijwel in elke tuin van Bodenwerder een staat, het Leugenpaviljoen.

De hoofdstraat vormt het onbetwiste dieptepunt van Bodenwerder. Een voetgangersgebied, waar voorbijgangers tot ver na sluitingstijd voor winkeletalages vol werphengels of broodroosters stilhouden. In een fonteintje vertellen bronzen figuren, die uit chocola gehouwen lijken, de belevenissen van de baron. Hoe hij met een touw en één stukje spek een tros eenden vangt; hoe hij per kanonskogel naar de vijand snelt en halverwege in de lucht op een vijandelijke kogel uit tegengestelde richting overstapt en terugkeert, aangezien de Turken talrijker blijken dan de baron vanaf de grond kon beoordelen; hoe hij zijn Litouws paard naar beneden schiet dat hij aan de torenspits had vastgebonden toen het torenhoge sneeuwpakket nog niet gesmolten was. Bij dat fonteintje welt de drang op eens even duchtig in snikken uit te barsten. Niets helpt meer tegen de verlatenheid die van heel Bodenwerder afdruipt, ook de mierzoete Münchhausenkugeln en de bittere Münchhausen-liqueur van apotheek Diesing niet.

En toch laat de baron zich niet zo maar tot middenstandsmascotte verkruimelen, ook door z'n eigen geboorteplaats niet. Was hij behalve onverschrokken, vindingrijk en geestrijk niet ook uiterst vooruitziend? Met een beetje goede wil kun je hem de uitvinder noemen van de pijler waarop elke hedendaagse tekenfilm rust: de wending van de intrige. Als een vluchtende tekenfilmfiguur halverwege inziet dat z'n aanloop voor het ravijn te kort was, keert hij simpelweg in de lucht en op hetzelfde holletje terug. De baron wist tweehonderd jaar geleden al hoe je in de lucht stante pede op de eigen schreden kunt terugkeren. Vóórdat hij zichzelf en zijn paard uit het moeras trok, had hij al een mislukte sprong over het moeras gewaagd:

In de lucht keerde ik dus om naar waar ik vandaan kwam om een grotere aanloop te nemen.

Vindingrijkheid heeft de baron overigens niet van een vreemde: zijn vader valt ronduit als de grondlegger van de Kanaaltunnel te beschouwen. Kuierend langs de Engelse krijtrotsen wordt Von Münchhausen sr. plotseling en zonder de geringste aanleiding door een 'grimmig zeepaard' aangevallen. Met stenen van zijn slinger treft en verblindt hij het zeepaard, temt het en galoppeert 'met groot gemak' over de bodem van de Noordzee naar de overkant.

Aan de waarheid van deze merkwaardige geschiedenis zal niemand, die de eerlijke oude man gekend heeft, twijfelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden