Een gesoigneerde ruziezoeker

Hij was klaar met zijn turbulente leven. Alleen de dood fascineerde hem nog.

Liefde geven en liefde krijgen, dat vond Fritz J. Raddatz de drijfveer van zijn leven. Al wekte de publicist en uitgever vaak de indruk van het tegendeel. Hij was een grootmeester in het beledigen, kwetsen, de grond in schrijven. Maar hij koos zijn tegenstanders wel op niveau. Met bijna elke grote Duitse schrijver heeft hij ooit de vriendschap verbroken.

Eén voorbeeld, dat voor vele staat: Günter Grass. Jarenlang waren ze bevriend. Tot Grass een paar jaar geleden een 'walgelijk slecht' gedicht over Israël schreef. "De ex-vriend is artistiek impotent geworden", schreef Raddatz. "Waarom houdt hij zijn bek niet? Hij lijkt op zo'n oude flikker in het park die aan zichzelf staat te rukken maar hem niet meer omhoog krijgt."

Raddatz leek zich de afgelopen tijd steeds meer uit het literaire leven terug te trekken. De laatste erupties waren de publicatie vorig jaar van fulminante dagboeken en nu, luttele dagen na zijn dood, een boek met herinneringen aan zijn jaren als uitgever. "Ik heb mijn leven geleefd. Er komt niets meer", zei hij in een interview, acht dagen voor zijn overlijden.

Ondanks alle afrekeningen in zijn laatste geschriften stond zijn leven wel degelijk in het teken van de liefde. Hij heeft het bed gedeeld met minstens duizend mannen en twintig vrouwen, berekende hij ooit. Een onstilbare liefdeshonger. Die had een duidelijke oorzaak in zijn kinderjaren.

Zijn Parijse moeder stierf in het kraambed. Zijn vader, van wie hij de identiteit nooit heeft prijsgegeven, heeft hij nauwelijks gekend. Zijn stiefvader sloeg hem bont en blauw. "Zelfs de hond had medelijden met me." Die stiefvader dwong hem als elfjarige tot seks met zijn stiefmoeder. Vanaf zijn vijftiende had hij een langdurige seksuele relatie met zijn voogd.

"Van mijn kant was dat liefde", zei hij een jaar geleden in een opmerkelijk openhartig interview met het Süddeutsche Zeitung Magazin. Vanaf zijn jeugd leefde hij in voortdurende twijfel of men hem wel aardig vond. Daarbij kwam dat hij zichzelf hoogst onaantrekkelijk vond en aan een pigmentziekte leed. "Net als Michael Jackson."

Uit die twijfels groeide zijn sterke gehechtheid aan mooie dingen. Hij was altijd tot in de puntjes gekleed, met zijden sjaaltjes om de witte vlekken in zijn hals te verbergen. Zijn huis was volgepropt met waardevolle snuisterijen en schilderijen. In minder dan een Porsche of een Jaguar ging hij niet de weg op.

Maar over één soort liefde koesterde hij niet de minste twijfel, die voor de literatuur. Na de oorlog koos hij om politieke redenen voor Oost-Duitsland. Hij studeerde er germanistiek, geschiedenis, theaterwetenschap en amerikanistiek. Hij maakte carrière bij de uitgeverij Volk und Wissen.

In 1958, na conflicten met de DDR-autoriteiten, verhuisde hij naar de Bondsrepubliek. Daar kwam hij in dienst van uitgeverij Rowohlt. Hij verrijkte de Duitse boekenwereld met vertalingen van onder meer Nabokov, Genet, Miller. Zelf maakte hij naam met opmerkelijke biografieën van onder meer Heine en Marx.

De meeste bekendheid verwierf hij als chef van de culturele bijlage van het weekblad Die Zeit. Van 1976 tot 1985 maakte hij van de bijlage de onontkoombare autoriteit, ondanks voortdurende wrijvingen met uitgever Gerd Bucerius. Die ergerde zich aan de vele journalistieke onnauwkeurigheden die Raddatz zich veroorloofde. Een mooie zin vond Raddatz meer waard dan een ware zin. Toen hij in 1985 Goethe over het station in Frankfurt 'citeerde', greep Bucerius zijn kans. Hij stuurde hem de laan uit. In Goethes tijd reden er nog geen treinen.

Sindsdien publiceerde Raddatz het ene boek na het andere. Essaybundels, literaire portretten, memoires, dagboeken. Hij publiceerde in alle kranten en tijdschriften die ertoe deden en drukte een onuitwisbaar stempel op het literaire debat in Duitsland. Tot het langzaam stil begon te worden om hem heen.

Hij nestelde zich in de al dertig jaar durende relatie met zijn vijftien jaar jongere man. Zijn libido nam af, evenals de drang om bij de tijd te blijven. De oudere schrijvers stierven uit, voor jongere bracht hij geen belangstelling meer op. En omgekeerd hadden die ook nauwelijks nog belangstelling voor hem.

Het leven, de wereld, het kon hem niet meer boeien. "Als ik de krant lees, betrap ik me op de gedachte: ken ik, weet ik, hoef ik niet." Het enige wat hem nog fascineerde, was wat hij nog niet kende: de dood. "Wil ik verbrand worden? Wil ik net als Voltaire op het laatste moment geestelijke bijstand? Zulke gedachten vergallen het leven niet, ze intensiveren het."

Raddatz heeft zijn dood nauwgezet gepland. Hij reisde naar Zwitserland om zijn levenseinde zelf in de hand te nemen. Kort voor zijn dood had hij de journalist van de Berliner Zeitung nog verbaasd met zijn levendigheid en scherpte. Zijn besluit stond toen al vast: "Ik heb de horizon van mijn leven bereikt."

Fritz Joachim Raddatz werd geboren op 3 september 1931 in Berlijn en benam zichzelf het leven op 26 februari 2015 in Zürich.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden