'Eén geschiedenis op alle Europese scholen'

interview | Hij mist een gedegen Europese geschiedschrijving. Want in tijden van crisis, zoals nu, zijn nationale sentimenten en oude vooroordelen tussen staten desastreus, zegt de Amerikaanse historicus Timothy Snyder.

ANNEMIEKE HENDRIKS

WENEN - Een groepje Leidse studenten struint op deze zomerse dag door de gangen van het Instituut voor Menswetenschappen (IWM) in Wenen. Ze gaan een seminar volgen bij de vermaarde Amerikaanse historicus Timothy Snyder. Want hij is dit academisch jaar ook Cleveringa-hoogleraar van de Universiteit Leiden. "Dat is een mooie traditie", vertelt Snyder later die dag. "Op 26 november vorig jaar mocht ik in Leiden de jaarlijkse Cleveringa- lezing houden, op de dag dat deze Nederlandse hoogleraar in 1940 een protestrede hield tegen het ontslag van zijn Joodse collega's. En nu zijn de studenten zo vriendelijk om helemaal naar Wenen te komen."

Timothy Snyder (Ohio, 1969) is net gearriveerd uit de VS, waar hij hoogleraar politieke geschiedenis is aan de Yale Universiteit. En hij is alweer bijna op weg naar Polen, voor zijn nieuwe boek. Maar Wenen is de bakermat van zijn werk, zijn vaste uitvalsbasis naar Oost-Europa. Hij is permanent fellow van het IWM, een onafhankelijk instituut dat intellectuelen uit Oost- en West-Europa samenbrengt. Hij leidt hier hij het onderzoek 'United Europe - Divided History' (Verenigd Europa, verdeelde geschiedenis).

Met zijn bekendste boek 'Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin' (origineel: 'Bloodlands', 2010) zet Snyder de toon voor een Europese geschiedschrijving. Het boek is ruim twintig keer vertaald en vaak bekroond. De jury van de prestigieuze Hannah Arendt Preis die hem net is toegekend, roemt het als een 'strijdbare historische analyse van een verdrongen hoofdstuk in de Europese geschiedenis', die bijdraagt aan een 'nieuw openbaar debat over de politieke hoedanigheid van Europa'.

In 'Bloedlanden' staan de politieke massamoorden op veertien miljoen burgers en krijgsgevangenen in Polen, Litouwen, Letland en de Sovjet-Unie tussen 1933 en 1945 centraal. Snyder heeft het boek goeddeels hier in Wenen geschreven, op het breukvlak van Oost en West.

"Altijd wanneer ik dit IWM-pand verlaat, zie ik de Stolpersteine op straat liggen, kleine messing. Je leest dat de ene bewoner in Riga is vermoord, de andere in Sobibor, Auschwitz, Treblinka... Deze oorden liggen alle in de bloedlanden, zoals ik ze heb genoemd, tussen Berlijn en Moskou. Die steentjes confronteren je op een indringende, alledaagse manier met het lot van Weense Joden. En ze maken je er tevens van bewust dat de Holocaust grotendeels Oost-Europese geschiedenis is. Dáár vond het grote moorden plaats."

Snyders grote inspiratiebron was de twee jaar geleden overleden Tony Judt, met zijn boek 'Na de oorlog: Een geschiedenis van Europa na 1945', dat eveneens op het IWM tot stand kwam. "Ik mocht hier in 1996 aan Judts project over geschiedenis en herinneringsculturen deelnemen. Dat was het begin van onze vriendschap en samenwerking. In de tijd dat ik 'Bloedlanden' schreef, was hij al erg ziek; hij kon niet meer schrijven. We hebben toen op basis van lange gesprekken samen 'Denken over de twintigste eeuw' (2012) gemaakt. Mij ging het er vooral om, nog één keer Judts visie op papier vast te leggen."

Snyder schrijft in 'Bloedlanden' dat ruim de helft van de veertien miljoen slachtoffers is uitgehongerd: eerst door Stalin in de Oekraïne en later door Hitler in de Duitse krijgsgevangenkampen. Hongerdood in zo'n Duits kamp kon je mogelijk nog ontlopen door als hulpkracht voor de nazi's te werken, zoals de Oekraïener John Demjanjuk vermoedelijk deed. In het Westen en in Duitsland is hij later tot een symbool van het kwaad gemaakt.

Is dat terecht, is de westerse blik aan herziening toe? Kunnen wij wat van Oost-Europa leren?

"Absoluut. Om te beginnen moet je wat leren over Oost-Europa om de Holocaust te begrijpen. West-Europa beschouwt de Holocaust als sleutelgebeurtenis in de geschiedenis, met Auschwitz als symbool. Maar dat lag aan de westelijke rand van het enorme territorium dat ik 'de Bloedlanden' heb gedoopt. Daar was de Duitse bezetting veel ingrijpender dan in het Westen. Waar West-Europeanen doorgingen met hun gewone leven, was dat in Oost-Europa, vooral in de steden, zo goed als onmogelijk. Dat verschil wordt in het Westen slecht begrepen. Men denkt: wij waren bezet, zij waren bezet.

"En ja, ik heb bewust die ruim drie miljoen Sovjetkrijgsgevangenen in beeld gebracht, die de hongerdood stierven. Zij worden als gemeenschap nooit ergens herdacht. Het vereiste in Oost-Europa veel meer buitengewone capaciteiten van je om 'goed' te blijven dan in het Westen, ook omdat in de bloedlanden twee bezettingsmachten elkaar afwisselden. Je wist dat er een volgende bezetter in aantocht was, die je bevrijder kon zijn, maar ook een nog groter kwaad. Je moest dubbel inschatten hoe je je onder de actuele bezetter gedroeg."

En wat kan Oost-Europa, andersom, van het Westen leren? Het IJzeren Gordijn is nu 25 jaar open. Moeten de Oost-Europese staten hun slachtofferrol afleggen en het eigen aandeel in Holocaust en communisme meer onder ogen zien?

"We moeten accepteren dat er in de voormalige communistische landen na 1989 eerst een zoektocht naar de eigen identiteit heeft plaatsgevonden. In het Westen bestaat er bovendien bar weinig interesse voor wat het leven onder een communistisch regime heeft betekend. Ook historici willen eigenlijk alleen maar weten hoe de Oost-Europeanen nú tegen dat communisme aankijken, en of ze al in 'onze' Romeins-Grieks-Joods-christelijke beschaving passen. Dat stuit soms op afweerreacties.

"Maar ik ben vrij optimistisch. Er zijn inmiddels genoeg tekenen dat de Oost-West-kloof overbrugd kan worden. Er wordt in het Oosten heus wel kritisch naar het eigen verleden gekeken, maar vooral als een staat zich bij de EU wil aansluiten. Dan is er een zeker engagement met de buurstaten, en ook bijvoorbeeld met de geschiedenis van de Holocaust. Het probleem is dat die instelling gemakkelijk verdwijnt als men eenmaal deel uitmaakt van de EU. Want dan is de druk weg. Je ziet bijvoorbeeld nu in Polen en Hongarije, op verschillende wijze, een soort terugval in nationale zelfgenoegzaamheid. Maar die zie je ook in West-Europa."

De EU oefent zelf ook weinig druk uit, als het om mensenrechten gaat. Letse politici mogen nog steeds roepen dat een ware Let niet homoseksueel kan zijn, en in Polen klinkt bars, zelfs antisemitisch geluid, zodra iemand beweert dat ook Polen Joden hebben vermoord.

"Antisemitisme is een Europees, geen Oost-Europees probleem. En ik denk dat het antisemitisme in heel Europa door de economische crisis is toegenomen. Die wordt veelal gezien als het resultaat van krachten die buiten onze macht liggen. Vandaar is het slechts een kleine stap naar antisemitisme. In Polen vinden overigens wel debatten over antisemitisme plaats, alleen zijn die heel nationaal getint. Maar ook dat is een probleem van de EU: de politieke debatten spelen zich op nationaal niveau af. De EU is een half-af-project, dat is een gevaarlijke positie. Het is nu heel makkelijk om 'Brussel' of 'Berlijn', of 'de Europese integratie' de schuld te geven van alles waaronder 'wij' Polen of Letten of Grieken lijden."

Een echte Europese geschiedschrijving houdt u niet voor de zaligmakende oplossing, maar u vindt die evengoed dringend noodzakelijk.

"Je kunt wel zeggen: Ik respecteer jouw Griekse geschiedenis en jij mijn Duitse, maar dat werkt niet als er een crisis is, zoals nu. Want dan ga ik als Griek prompt roepen dat jij als Duitser een nazi bent en blijft. En jij gaat als Duitser terugroepen dat mijn Griekse geschiedenis aantoont dat wij niet kunnen werken. Absurd, die terugval in nationaal denken. Ook de reacties op 'Bloedlanden' waren in Duitsland bijvoorbeeld heel nationaal."

In het interview met weekblad Der Spiegel hebben de Duitsers u uiteindelijk waar ze willen. U zegt dan dat, althans als het om aantallen slachtoffers gaat, Hitler toch de grootste misdadiger van de twee was.

"De Duitsers willen de geschiedenis van de Holocaust bezitten. Zo van: wij waren er verantwoordelijk voor, dus wij beslissen over de weergave ervan. Dat is overzichtelijk en zelfreinigend. Het basisprobleem is dat je de Holocaust verkleint door die als verlengstuk van de Duitse geschiedenis te beschrijven. De Duitse Joden maakten 3 procent van de slachtoffers uit. Je moet vanuit de wereld schrijven waar het moorden plaatsvond. De Duitsers hebben de Holocaust verwesterd, en daarmee geminimaliseerd.

"Kijk, in dat Spiegel-interview gebeurde iets typerends, iets dat raakt aan het wezen van mijn werk. Ik kan best zeggen: Ja, Hitler heeft tweemaal zoveel slachtoffers gemaakt als het Sovjetregime. Maar waarom kan ik dat zeggen? Omdat ik precies dat heb gedaan wat de Duitsers niet willen: de nationale geschiedenissen achter me laten. Neem een Joodse Oekraiëner die de door Stalin bewust gecreëerde hongersnood in 1933 had overleefd. Die werd dan alsnog vermoord in een Duits krijgsgevangenkamp of in de Holocaust. Ik toon aan dat beide regimes aanwezig waren in hetzelfde territorium en daar vaak dezelfde mensen vervolgden."

'Bloedlanden' is een proeve van de waarlijk Europese geschiedschrijving die u beoogt. Eén aspect daarvan heeft voor u absolute prioriteit: een mini-'Na de oorlog' voor scholieren, conform Tony Judts werk.

"Dat moet een boek worden met de recente Europese geschiedenis voor alle achtjarigen van Estland tot Portugal. Want wie van jongsaf leert zijn nationale historie te overstijgen, is minder vatbaar voor oude stereotypen over andere landen, die in tijden van crisis opleven. Zo'n kinderboek schrijven zou een geweldige prestatie zijn. Maar ik ga dat zelf niet doen."

Nee?

Lachend: "Niemand heeft mij dat gevraagd".

Ook niemand vroeg u om 'Bloedlanden' te schrijven.

"Dat is waar. Nou, wie weet. Maar ik werk nu aan een boek over de Holocaust. Dat wordt niet de gebruikelijke verhalende geschiedenis, maar een boek over de structurele factoren die de Holocaust mogelijk hebben gemaakt."

U mist dus iets in alles wat er al over de Holocaust is geschreven, inclusief uw eigen boeken?

"Ja, heel veel zelfs. Ik mis de analyse van Hitlers antisemitisme als een mondiaal fenomeen. Het was niet slechts de racistische praktijk van een of andere minderheid, maar een negatieve reactie op een bepaalde vorm van globalisering. Deze constatering is heel belangrijk: in te zien dat antisemitisme een manier was om de hele wereld mentaal te reorganiseren. Wat ik ook mis, is het verhaal over de vernietiging van de Oost-Europese staten en organisaties. En zeker ook mis ik in de geschiedschrijving van de Holocaust de conclusies die je er voor de toekomst uit kunt trekken."

Wat u niet mist, zijn analyses vanuit een moreel superioriteitsgevoel.

"De Duitsers moeten niet tegen de Polen zeggen hoe zij de Tweede Wereldoorlog moeten verwerken. Zo van: wij zijn de good guys, want wij hebben uit het verleden geleerd, en jullie nog niet. Dat werkt niet, of zelfs averechts. De vraag naar de morele keuzes van toen moet door alle betrokken staten zelf worden gesteld.

Door de Nederlanders bijvoorbeeld. Die vraag lijkt echter uit. Er wordt nu weer verkondigd hoe ontzettend anti-Duits wij tijdens de bezetting waren, en dat we onze helden meer moeten vieren.

"De situatie in Nederland ken ik niet zo goed. Maar het proces van herinneren en verwerken verloopt nergens lineair. Ook daarom is de Holocaust zo belangrijk voor de Europese geschiedenis. Want die dwingt je om over het fenomeen 'verzet' na te denken. Wat was er slecht aan de Duitsers? Dat ze ons land bezetten of dat ze onze Joodse medeburgers vermoordden? Tot lang na de oorlog overheerste niet alleen in Nederland de eerste visie.

"Maar mensen hebben geen Joden gered louter omdat ze de Duitsers haatten. Daartoe moest je je met jouw Joodse medeburgers identificeren en in actie komen. Het was immers bekend dat Auschwitz een verschrikkelijk oord was, vanwaar je mogelijk niet terugkeerde. En in Nederland was het risico relatief klein. Als je in Polen of Oekraïne een Jood verborg, had je een onvergelijkbaar grotere kans dat het je je leven ging kosten."

Auteur Annemieke Hendriks is visiting fellow 2013 van het Instituut voor Menswetenschappen (IWM) in Wenen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden