Een geldgraaier wil ik niet zijn

Ze studeerden ooit theologie, maar wat hebben ze eraan in hunhuidige bestaan - vlak bij of ver van de kansel? Vandaag: Erikde Jongh (1958), zelfstandig adviseur, interimmanager en docentaan de Vrije Universiteit.

'De eerste keer dat ik op de kansel stond was pas afgelopenweekend. Twee vrienden wilden hun bruiloft persoonlijk houden envroegen mij de dienst te leiden. Dat was op Schiermonnikoog. Ikging ervan uit dat de feestgangers niet of nauwelijks meer eenkerkdienst bezochten. Het bruidspaar koos voor een lezing uit 'Dekleine prins' van Antoine de Saint-Exupéry. De boodschap is datje het wezenlijke alleen met het hart kunt zien. Zo zie ik hetgeestelijke, en ook de liefde. Ik las verder een verhaal overhonden die geen mensen waarnemen. Het voer, de brokken vallenzomaar uit de lucht en schoothondjes zweven boven de grond. Zoprobeerde ik het geestelijke toegankelijk te maken voor allegenodigden.

Mijn medestudenten begrepen nooit waarom ik theologiestudeerde, ik wilde niet eens priester worden. Dat was in 1988en ik had toen al elf jaar gewerkt. Vóór ik theologie studeerdeheb ik over het priesterschap veel nagedacht. Maar debelangrijkste reden dat ik het niet wilde was dat ik van sekshoud. En schitteren bij het altaar is mooi, maar daar gaat mijnhart niet naar uit. Mijn roeping ligt wel bij de kerk. Nietmissionair, maar bij het management. Dat is wat ik doe:management verbinden met geloof. Ik geef bijvoorbeeld leidingaan een begeleidingsdienst voor levensbeschouwelijke basisscholenin Noord-Holland. De leerlingen hebben geen gelovige achtergrondmeer. De directie van zo'n school vraagt zich af hoeveel in delessen mag terugkomen van de identiteit.

Ik had al bedrijfskunde gestudeerd, dus dan is het advieswerkdat ik doe eenvoudig. In de week dat ik afstudeerde als theoloog,in 1992, kwam er een vacature bij het katholieke dekenaat vanAmsterdam. Vanwege problemen met kerksluitingen vroeg hetdekenaat iemand met een managementopleiding en binding met dekerk. Ik was geknipt voor die baan en ik kreeg hem ook.

Besluiten nemen is voor mij een soort geestelijke oefening.In mijn tijd bij het dekenaat bemiddelde ik tussen de kerk en degemeente. Amsterdam wilde graag de gebouwen behouden vanwege hunwaarde. De kerk wilde ze het liefst slopen. Wat moest ergebeuren? Tijdens de bijeenkomsten over de kwestie vroeg ik omstilte, voor we beslissingen namen over het beleid. Hier blijktuit dat ik manager en theoloog ben.

Ik groeide op in Afrikaanse en Arabische landen, omdat mijnvader bij Shell werkte. Mijn ouders waren katholiek. Optwaalfjarige leeftijd ging ik naar het jezuïeteninternaat inZeist, De Breul. Van de gemeenschapszin die daar heerste, ben iknooit echt losgekomen. Nog steeds heb ik contact met jezuïeten.

Het klimaat, de discipline en het sporten spraken mij directaan. Het geestelijk leven kwam de hele week overal in terug. Debegeleiders gaven mij gelegenheid om me te ontwikkelen, ik kreegbijvoorbeeld verantwoordelijkheid over 'minder makkelijke'studenten. Toch was het internaat voor mij een eenzame tijd.Gelukkig gaven de paters mij goede raad om daarmee om te gaan.

Veel managers zijn geldgraaiers, maar ik ben dat niet. Ikvraag misschien wel te weinig geld voor mijn advieswerk, wantmensen uit mijn omgeving zeggen dat ik mezelf te kort doe. Ikrealiseer me hun gelijk. Als je jezelf kleiner maakt dan je bent- meestal gebeurt dat door anderen je waarde te laten bepalen -kun je niet krachtig optreden. Graag wil ik als manager op meerinvloedrijke plaatsen terechtkomen.

In mijn werk betrek ik het geestelijk leven. Ik vind datwerken méér inhoud heeft dan het opkrikken vanproductiecijfers. Ook zie ik dat mensen lijden onder hunmachtspositie, en andersom, dat ondergeschikten lijden onder deman boven hen. Die machtspositie heb ik ook, omdat ik manager enwetenschapper ben. Maar ik lijd niet, omdat ik goed contact hebmet wie ik samenwerk. Het geestelijke is niet fysiek te pakken,maar er zijn mogelijkheden om dat tot leven te brengen: doorstilte te houden en lief te hebben komt er licht en vrede naarons terug. We komen in contact met het onzichtbare en krijgen danbrokken gevoerd zoals in het verhaal van de honden dat ikafgelopen weekend op de bruiloft las.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden