Column

Een geheime zandbaktip voor alle vaders

De beachvolleybalvelden worden opgebouwd, op de Dam in het centrum van Amsterdam, voor het WK beachvolleybal.Beeld anp

Soms kan ik mijn collega-sportjournalisten wel wat aandoen. Dan maken ze een verhaal waarin ze iets melden dat me niet meer loslaat. Deze week was het weer raak. De NOS zond een voorbeschouwing op het WK beachvolleybal uit, dat vrijdag in Nederland begint.

Alles werd uitgeplozen: dat er een bijzonder veld aangelegd wordt op een ponton in de Hofvijver in Den Haag, dat er 175 vrachtwagens zand naar de binnensteden van Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Apeldoorn zijn gereden en dat het zand volgens de Europees kampioenen Marleen van Iersel en Madelein Meppelink 'lekker' is: niet te hard, niet te zacht. En passant werd gemeld dat de plek waar het zand vandaan komt, een groot geheim is.

En dan gaat het malen. Waarom is dat geheim? Omdat het zand bijzonder is, blijkbaar. Maar wat is er dan zo bijzonder aan? En waar zijn ze bang voor, als de locatie bekend wordt? Bij 'lekker, niet te hard en niet te zacht zand' kan ik eigenlijk maar één reden voor geheimhouding bedenken: om te voorkomen dat alle pappa's van Nederland er naartoe rijden voor een kruiwagentje superieur zandbakzand.

Licht crimineel
Dat deden de vaders uit de nieuwbouwwijk waarin ik opgroeide tenminste als er weer zo'n prachtige bult geel zand naast een bouwput verscheen: dan reden ze een kruiwagen vol naar onze zandbakken. Licht crimineel, als ik er zo op terugkijk, maar daar stond een heleboel kindergeluk tegenover.

Misschien is het zand wel veel specialer dan ik denk. In een ver verleden heb ik zelf gebeachvolleybald en aan den lijve ondervonden dat niet elk zand even lekker is. Zeestrandzand is vaak zo grof dat je er schaafwondjes van krijgt als je er met een mooie buikschuiver in duikt, en het zand van bijvoorbeeld de Hoornseplas in Groningen is zo hard dat je het strijdtoneel onder de blauwe plekken verlaat. Om nog maar te zwijgen van troepjes in het zand waar je je aan kunt bezeren. Eigenlijk vond ik alleen het zand dat speciaal op de Grote Markt in Groningen gestort werd lekker - maar toen heb ik er geen moment bij nagedacht dat het wel eens bijzonder zand zou kunnen zijn, van een geheime locatie.

Hels karwei
Leverancier van het WK-zand Agterberg uit Utrecht zwijgt ook in alle talen over de herkomst en de eigenschappen van het beachvolleybalzand voor het WK. In een interview wil het bedrijf alleen kwijt dat het zand van 'meerdere locaties in Nederland' komt en dat het een hels karwei is om alle velden aan te leggen.

In Apeldoorn liggen de WK-velden inmiddels, meldt Omroep Gelderland, en ze worden dag en nacht bewaakt. Alsof het om driehonderd ton goud in plaats van zand gaat. Organisator Leonie de Lorijn onthult - eindelijk! - iets meer over het zand: het moet zo zacht zijn, dat je er geen bal van kunt maken. Maar het mag ook weer niet te mul zijn. Het moet goed water kunnen doorlaten en ook de kleur moet goed zijn. Om te checken of het zand goed genoeg is voor het WK, is er een emmertje naar de internationale volleybalbond in Canada gestuurd, en die concludeerde: oké.

Verder is het recept beroepsgeheim. Dus thuis gaan klooien, heeft geen zin, want hoe je de ingrediënten ook mengt, het is net als met grootmoeders appeltaart: die is altijd het lekkerst.

Maar kijk nou: Omroep Gelderland onthult in het staartje van de berichtgeving zomaar wat Studio Sport en zandleverancier Agterberg angstvallig geheim hielden. Het WK-zand in Apeldoorn komt uit De Steeg, een dorpje ingeklemd tussen de Posbank en de IJssel. Dus, vaders van Nederland: u heeft het niet van mij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden