Een geheim dat je meezeult

In het Olympisch Stadion wisselden homosporters ervaringen uit. In veel takken van sport is het nog moeilijk uit de kast te komen.

amsterdam – Als softbalinternational ontkende Marlies van der Putten begin jaren negentig in alle toonaarden dat zij verliefd was op haar lesbische teamgenoot Petra. Tot de fysiotherapeut die zij zo vertrouwde haar uiteindelijk de waarheid ontfutselde. Nog geen week later werd zij, samen met het object van haar geheime liefde, op het matje geroepen bij de technische staf. Wat er tussen de twee speelde, was de vraag. En of zij, omwille van de prestaties, elkaar wat minder wilden zien?

Van der Putten wist zich daarna geen houding meer te geven. Niet tegenover de fysiotherapeut. Niet tegenover de rest van het team. En het ergste, niet ten opzichte van Petra. Er waren Olympische Spelen in Atlanta voor nodig om de wonden te helen. De relatie die daar in 1996 met Petra ontstond, eindigde in een huwelijk, een zoon en een tweede kindje op komst.

Van der Putten vertelt haar liefdesgeschiedenis in een zaaltje in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Een veertigtal homoseksuele en lesbische sporters luistert op uitnodiging van Sporterweb Gelijkspelen aandachtig toe. Sommigen herkennen zich in het verhaal. Want in veel takken van sport is het nog moeilijker uit de kast te komen dan bij softbal, een sport met relatief veel les-biennes. Uit onderzoek blijkt dat mannelijke teamsporten het meest homo-onvriendelijk zijn. Homo’s kiezen daardoor vaker dan gemiddeld voor individuele sporten. En zelfs dan is hun coming-out vaak moeizaam.

Zo verzweeg schaatser Rutger Elsinga jarenlang zelfs voor zijn trainster dat hij op jongens viel. In overleg met zijn ouders had hij besloten zijn geaardheid stil te houden. Aan een homoseksuele topsporter zou maar een raar imago kleven, dacht de familie. Als Elsinga bij zijn vriend in Groningen sliep, zeiden zijn ouders dat hij op trainingskamp was. „Ik blies mijn homo-zijn enorm op”, zegt Elsinga in retrospectief. „Ik zeulde dat geheim altijd mee.”

In 2002, op zijn vierentwintigste, in het jaar dat hij zich plaatste voor het EK allround, zat hij zo met zichzelf in de knoop, dat hij bij een psycholoog belandde. Hij lacht. „Ik was niet diepongelukkig, hoor, maar ik denk wel dat het mijn sportprestaties negatief heeft beïnvloed. Ik was altijd zo bang dat iemand er achter zou komen dat ik homo was. Ik ben echt een voorbeeld van hoe het niet moet.”

Het probleem van veel homoseksuele sporters is dat zij zich op hun sportvereniging niet comfortabel genoeg voelen om eerlijk te zijn over hun geaardheid. „Je wilt niet dat de hele club je uitsluitend kent als die homo”, zegt Wilfred van Buuren van de stichting Homosport Nederland. Verenigingen zouden een vertrouwenspersoon moeten aanwijzen waar homoseksuele sporters terecht kunnen, meent Van der Putten.

Huub ter Haar, schrijver van het boek Gelijkspel over homoseksuele sporters, vult aan: „De homobeweging is groot geworden met het benadrukken van het anders-zijn. Maar binnen de sport draait het nu juist om sociale acceptatie, het gevoel van vanzelfsprekende gelijkheid. Je moet allereerst sporter kunnen zijn, en slechts in tweede plaats homoseksueel, religieus of liefhebber van komkommers voor mijn part. Sportverenigingen moeten uitdragen: in dit huis is iedereen welkom.”

Angst om uit de kast te komen had hardloper Wesley van der Gouw niet. Op een trainingskamp in Portugal anderhalf jaar geleden floepte het zo maar uit. „Wat een mooie jongen loopt daar”, zei hij hardop zonder er bij na te denken. Liegen over zijn geaardheid deed hij ook daarna nooit. „Ik heb in de kleedkamer altijd zoiets van: ik ben Wesley, ik douche ook gewoon en ik val toch heus niet op jullie.”

Voordeel voor Van der Gouw was dat hij al enige jaren uit de kast was toen hij op 22-jarige leeftijd begon met hardlopen. Het stoort hem dat de Nederlandse atletiekbond wel de actie Colour of Athletics op poten heeft gezet, gericht op de integratie van allochtonen binnen de atletiek, maar niet zoiets voor homoseksuelen.

Behoefte is er verder vooral aan homoseksuele rolmodellen binnen de sport. Het korfbal lijkt sinds kort zo’n uithangbord te hebben. Casper Boom, één van de succesvolste Nederlandse korfballers van het moment, vertelde maart dit jaar zijn teammaten dat hij homoseksueel is. Zo’n negenentwintig jaar lang had hij zijn geaardheid ontkend. Boom was, net als Elsinga, bang voor de reacties. Dat zijn teamgenote en goede vriendin Sabrina Bijvank al zeven jaar lang openlijk lesbisch was, maakte geen verschil. Hij moest zijn geaardheid eerst zelf accepteren, voordat hij ermee naar buiten durfde. Ervaringen van anderen kunnen daarbij helpen, denkt Bijvank. „Het zou goed zijn als ons bondsblad niet alleen melding maakte van scheidsrechterscursussen en trainersopleidingen, maar ook dit soort bijeenkomsten voor homosporters zou aankondigen.”

Laatst vertelde Elsinga zijn verhaal op de Academie Lichamelijk Opvoeding. In een groep van 150 studenten was er niet één jongen die daarna durfde aan te geven zelf ook homoseksueel te zijn. Angst, weet Elsinga zeker. En die is zo vaak ongegrond. Zo zei zijn coach toen zij hoorde dat Elsinga homo was slechts: “Nou en? Hup, nu weer trainen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden