Een geel shirt, ook al staat het me niet

Wit tegen blauw, ook voor mij was het verwarrend. "You should play in orange", voegde een Engelsman me op de luchthaven van São Paulo toe, waar ik te midden van reizigers aller landen Oranje's eerste wedstrijd bekeek. Nee, zei ik, Spanje had in het eigen rood mogen spelen. Om verwarring te voorkomen moest Nederland zijn blauwe reserveshirt aan. Maar tegen dat blauw zou rood alsnog voor verwarring kunnen zorgen, oordeelde de Fifa. Dus speelden geen van beide landen in zijn eigen shirt.

Zelf droeg ik wel oranje. Maar ook nadat ik vijf maal in toenemende verbazing was opgeveerd bleef het shirt onwennig. Dat lag niet aan Robben en Van Persie en evenmin aan het koningshuis. Oranje is best een mooie kleur, die ons Nederlanders bindt, zeker in den vreemde. Maar hij staat me niet. Met mijn bleke vel en witte haar wordt het plaatje te flets.

Datzelfde geldt voor geel, de nationale kleur van Brazilië. Maar je ontkomt er hier niet aan. Je kunt geen winkel of restaurant binnenlopen of er loopt iemand in een geel shirt. Niet alleen Brazilianen, ook buitenlandse fans dragen massaal gele shirts.

Daarnaast zie je natuurlijk veel shirts van de 32 deelnemende landen. Bij het verlaten van Estadio Mineirão in Belo Horizonte stuitte ik deze week zelfs op een groepje in het shirt van Peru: wit met een rode diagonale baan. In het rood gehulde Belgen, uitgelaten door de overwinning op Algerije, scanderden luidkeels 'Peru Peru', terwijl Peru helemaal niet meedoet.

Brazilianen trekken ook graag het shirt van een ander land aan. Oranje zag ik tot dusver weinig, het Spaanse rood veel meer, en Duits wit of Mexicaans groen. Het dragen van een voetbalshirt, ook dat van een club, laat zien dat je hart bij de sport ligt. Maar geel overheerst. Zoals wij Nederlanders oranje dragen om ergens een vaderlandse sporter aan te moedigen, zo dragen Brazilianen amarela. Het kleurt hun indentiteit.

In de Braziliaanse vlag staat het groene vlak voor de bossen en de goudgele ruit voor de rijkdommen van het land. De blauwe cirkel met witte sterren in het midden symboliseert de sterrenhemel boven het land. De Brit Alex Bellos beschrijft in 'Sambavoetbal', het standaardwerk over het Braziliaanse voetbal, hoe de Braziliaanse voetbalbond na het drama van Maracanã een wedstrijd uitschreef voor een nieuw tenue. In de verloren finale van het WK 1950 had Brazilië witte shirts met blauwe kragen gedragen en dat leidde tot kritiek achteraf. De jonge ontwerper Aldyr Garcia Schlee besloot de vier kleuren van de vlag te gebruiken: een blauw broek met witte streep en een geel shirt met groene bies en rugnummers.

Brazilië trad er in 1954 voor het eerst mee aan, werd in 1958 voor het eerst wereldkampioen en bleef de nationale kleuren dragen. Dankzij de introductie van de kleuren-tv was de wereld in 1970 niet alleen getuige van het derde wereldkampioenschap van Brazilië en de fabelachtige Pelé, maar ook van het magische geel. Geel is een onlosmakelijk onderdeel van de futebol-arte, voetbalkunst, die wereldwijd tot de verbeelding spreekt. Dus vooruit, ik draag vandaag mijn gele shirt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden