Een gedicht brengt de sporter eeuwige roem

“Als het om lezen gaat, komen sporters vaak niet verder dan sportpagina 601 van Teletekst“, vermoedt Toine van Peperstraten. De Studio Sport-presentator leidt op Gedichtendag de onthulling van tien banieren met sportgedichten in de stationshal van Utrecht Centraal.

“En dichters?“, vraagt hij zich hardop af, “weten die dat het voetbal tegenwoordig bij Talpa zit? Of dat over vijftien dagen de Olympische Spelen in Turijn beginnen?“

Sport en poëzie lijken gescheiden werelden. Totdat Erika Terpstra het podium betreedt en de toehoorders vertelt, dat die twee werelden vroeger nauw met elkaar verbonden waren. “In het oude Griekenland had je geen sportjournalisten. De heldendaden op de oude Olympische Spelen werden door dichters bezongen.“ En zei Horatius niet, zo gaat de NOC-NSF-voorzitter verder, dat een gedicht over een sportheld duurzamer is dan een bronzen standbeeld? “Een gedicht brengt eeuwige roem.“

Over de zwemster Terpstra is nooit gedicht, wel heeft ze zelf eens wat op papier gezet. Het gaat niet over sport, maar ze draagt het toch even voor: 'O ellendeling ik haat je, je gedrag was gisteren naatje', zo begint het.

Jan Wolkers is er niet, hij dichtte over Gerard van Velde, een schaatser met 'vleugels waar / geen engel van durft te dromen. De eindstreep krimpt van ongeloof'. Anderen lezen wel hun eigen gedicht voor, soms door een galmende spoorwijziging heen. Ruben van Gogh bijvoorbeeld over de ruzie tussen kunstschaatsters Kerrigan en Harding: 'de ijzers, mijne heren, zijn messcherp'. En Kees 't Hart over achteraf-excuses van teleurgestelde sporters. “Ik heb altijd veel pret om nabeschouwingen.“ Hij heeft zelf wat originele uitvluchten bedacht: 'De hulpscheidsrechter sprak alleen Chinees / De materiaalman bleek wél heteroseksueel / En de kleiduiven waren plotseling van hout / Ik mocht de vlag niet dragen.'

Schaatskampioene Yvonne van Gennip is niet zo'n poëzielezer, zegt ze, “maar ik heb wel wat boekjes thuis“. Ook Eddie the Eagle is er, omdat Dichter des Vaderlands Driek van Wissen, die zelf last heeft van hoogtevrees, een gedicht maakte over een 'onooglijk arendsjong / met dikke bolle glazen voor de ogen', dat onzeker van eigen lijf en leden, met een fladdervlucht zijn hoogtevrees bedwong.

Eddie the Eagle werd een fenomeen op de winterspelen van 1988 in Calgary. Hij mocht meedoen, omdat hij de enige Britse schansspringer was. Wie goud won, weet niemand meer, behalve Eddie zelf: “de Fin Matti Nykanen“. Hij draagt een vlotte camouflagebroek en maakt een energieke indruk. De grote bril is niet meer: “Ik heb twee jaar geleden een oogoperatie gehad.“ Hij werkt als stukadoor en heeft twee jaar geleden onder zijn eigen naam Michael Edwards een rechtenstudie afgerond. “Ik open nog steeds supermarkten en skiwinkels. Al wordt dat elk jaar minder.“ Maar voor zijn roem hoeft hij niet te vrezen. Er bestaan namelijk al meerdere gedichten over Eddie. “Zelfs wat liedjes, eentje stond op nummer 2 in de Finse top-40.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden