Eén gedachte én een geheim

Wanneer is een lied goed? Zangers Paul de Munnik en Maarten van Roozendaal leggen 'Waarom huil je nou?' van Robert Long uit.

'Het mooie aan 'Rode wijn' van Bram Vermeulen is dat er een keerzijde in zit. Als iemand hard roept dat het goed gaat, kun je er donder op zeggen dat er iets aan de hand is. De hoofdpersoon doet zijn best om zijn bestaan na zijn scheiding groots en meeslepend te maken, maar het blijft een tragische mislukking. Een goed geschreven lied, ook omdat het een geheim in zich heeft."

Aan het woord is Paul de Munnik, succesvol liedjesschrijver. Met Maarten van Roozendaal zingt hij de komende maanden liedjes van dode kleinkunstzangers, zoals Ramses Shaffy, Jules de Corte, Frans Halsema, Cornelis Vreeswijk en Bram Vermeulen. Liedjes die het verdienen om gezongen te blijven worden.

Daarom storten de twee mannen, die zelf ook de prachtigste liedjes schrijven en zingen, zich op 'vreemd' repertoire. Vaak liedjes waar ze mee opgegroeid zijn en die hun na aan het hart liggen. Ze wisten elkaar soms te verrassen met hun keuzes. Zo liet Van Roozendaal 'Marjolijn' horen van Cornelis Vreeswijk dat De Munnik meteen raakte. Andersom gebeurde dat met 'Waarom huil je nou?' van Robert Long. Waarom is dat nou juist zo'n goed lied? De Munnik en Van Roozendaal ontleden de song van Long.

Van Roozendaal: "Toen we in de voorbereiding met dit programma bezig waren, dacht ik nog: We moeten Robert Long niet vergeten. Ik ken zijn liedjes van toen ik puber was, de lp's 'Vroeger of later' en 'Levenslang' vond ik heel stoer. Robert Long is als liedjesschrijver enig in zijn soort. Er is niemand met hem te vergelijken, dat maakt het ook lastig. Ik had vrijwel alles nageluisterd en het al bijna laten lopen. We redden dit niet, dacht ik. Tot Paul met dit lied van Long uit 1984 kwam."

Paul de Munnik: "Ik kende het van mijn tijd op de Kleinkunstacademie. Mijn klasgenoot Thomas Acda zong het in de les bij Joost Prinsen. Ik vond het meteen mooi. Ik wilde het Maarten horen zingen. Het is geen nummer voor mezelf. Het heeft een cynische tegenkleur nodig. Die heb ik veel minder dan Thomas of Maarten. Ik ben te aardig voor dit lied. Als ik het zing, wordt het slap."

Van Roozendaal: "Het ging jou met name om de woorden 'lekker rustig'. Jij zat je al te verheugen op hoe ik die ging doen. Als ik dat zing, voel je de ironie. Meteen."

De Munnik: "Het goeie is, dat je die ander niet hoort. De zanger is het gesprek gaande aan het houden."

Van Roozendaal: "De ik in het lied heeft de ander waarschijnlijk iets vreselijks aangedaan en hij wil het op de een of andere manier weer goed maken. Daarom komt hij op bezoek, hij wil vrienden blijven. Het feit dat ze een behoorlijk diepe relatie hebben gehad, zit in de sherry en de koffie. Daar heeft Paul me alert op gemaakt. Ik vroeg: 'Waarom is het 'koffie wel, maar niet te zoet'?' Paul zei: 'Omdat ze dat gewend zijn. Hij wil het niet zo zoet als altijd.' Dat is voor mij een goede ingang om die zin te zingen.

Het erge is - daarom vind ik het zo fijn om dit lied te zingen en daarom wil ik het ook zo eerlijk en emotioneel mogelijk doen, want dat maakt het nóg erger - dat de persoon die zijn mond moet houden, wordt geconfronteerd met het gegeven dat zijn leven voorbij is. Dat kom ik hem inpeperen op een hele lieve manier. Ik heb bloemen meegenomen, strooi met complimenten, ik doe toch niks fout?! Zó vilein."

De Munnik: "Als je Maarten hoort zingen, is het als een man tegen een vrouw, maar omdat hij weet dat Robert Long homo was, heeft hij zelf een man in zijn hoofd."

Van Roozendaal: "Ik heb een hele tijd zitten turen op de eerste zes zinnen. Waarom schrijf je twee keer 'en op het zuiden zo te zien'? Dat gesprek loopt stroef. Hij zegt wat, dan is het stil. Hij weet niet meer wat hij moet zeggen, dus zegt hij het nog een keer. Heel ongemakkelijk allemaal. Als je Robert Long in die tijd zag: grote man, grote bos krullen, terlenka broekje. Stel je hem voor in een flat. Dat klopt niet. Je hebt mensen die komen ergens binnen en dan verandert de ruimte. Alsof je dan ineens pas door hebt waar je zit."

De Munnik: "Ja! Dat is het! Die ander ziet opeens waar hij zit!"

Van Roozendaal: "Die planten, die kast, die vloerbedekking, het slaat ineens nergens meer op. Daarom moet hij huilen volgens mij. Hij dacht dat hij het goed voor elkaar had, maar zijn verleden komt binnen en in één klap is een plant een groen ding geworden. Van zijn waarde ontdaan en iets anders geworden. Het mooie vind ik dat het verder niet ingelost wordt. Je blijft met een open einde zitten. Dat 'Hee' aan het eind is het 'm juist. Op dát moment zie je die ander huilen. Als luisteraar huil je mee. Een complex en meesterlijk lied, ongelooflijk goed opgebouwd."

De Munnik: Wat een lied interessant maakt, is een gedachte waar je je als publiek in kunt herkennen."

Van Roozendaal: "Bram Vermeulen heeft mij geleerd dat een goed lied één idee in zich heeft."

De Munnik: "Dat ben ik erg met hem eens. Je hebt in de regel drie, vier minuten om een gedachte of gemoedstoestand in een lied te vertolken. Je kunt niet doen alsof je in het begin niks weet en na vier minuten allemaal dingen ontdekt hebt. Dat is niet zo en dat pikt het publiek niet."

Van Roozendaal: "Je begint in de eerste zin iets uit te leggen. Daarmee open je de gedachte. Dan moet het publiek je vertrouwen dat je die gedachte tot een goed einde brengt. Dat hoeft trouwens niet te gaan over iets dat je zelf hebt meegemaakt."

De Munnik: "Nee. Een lied is vaak wel autobiografisch, maar het hoeft niet wáár te zijn. Er zit altijd iets in van jezelf: een angst, een verlangen, een geluk. Als ik het me kan voorstellen, kan ik erover schrijven. Een lied dat iemand anders geschreven heeft, heeft vaak een geheim voor je als zanger. Een geheim waar je nooit helemaal achter komt. Het enige dat je kunt doen, is het lied op je eigen manier benaderen. Een lied blijft dan een gevecht tussen de schrijver en de vertolker. Heel interessant."

Uit 'Heimwee naar de hemel':
Waarom huil je nou?

Lekker uitzicht heb je hier

Leuk die bomen, en die bankjes aan de plas/En op het zuiden zo te zien

Leuke buurt ook lijkt me zo/Lekker rustig, en toch alles bij de hand

En op het zuiden zo te zien

De afstand is in wezen klein/En goed bereikbaar met de trein/En V&D en Albert Heijn haast naast de deur/Je zult hier wel gelukkig zijn

Je ziet er stukken beter uit/Nee dank je wel, voor sherry is het nog te vroeg/Ja, koffie wel, maar niet te zoet/Die kast staat leuk daar in de hoek

Die blauwe vloerbedekking ook, geraffineerd/En al je planten doen het goed/Ze krijgen hier meer zonneschijn/Dan toen bij ons in 't raamkozijn

Je woont hier echt ontzettend fijn/Naar mijn gevoel/Je zult hier wel gelukkig zijn

Hé, waarom huil je nou?/Je was toch blij omdat ik komen zou?/Je zei nog dat je weer eens praten wou/Niet kwaad meer was/Je kon het allemaal weer aan

Nou, waarom huil je dan?/We maakten er toch samen ook niets van?/Denk je dat ik je uit mijn leven ban?/Dat kan toch niet?/Hier kijk nou eens/Ik nam nog bloemen voor je mee/Nou, waarom huil je dan?/Hee

Tekst en muziek: Robert Long

Heimwee
'Heimwee naar de Hemel - Paul de Munnik en Maarten van Roozendaal zingen dode zangers' is vanaf nu te zien in De Duif (de Kleine Komedie op locatie) in Amsterdam. Daar t/m 30/9. Daarna tournee t/m 27/11. Meer informatie: www.maartenvanroozendaal.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden