’Een gebouw kun je vervangen, een ziel niet’

Inwoners van de zuidelijke wijken van Beiroet keren terug naar hun huizen. (EPA) Beeld
Inwoners van de zuidelijke wijken van Beiroet keren terug naar hun huizen. (EPA)

Libanezen gingen gisteren massaal terug naar hun huizen, ondanks dreigende Israëlische aanvallen en achtergebleven bommen.

„We hebben een strategische en historische overwinning behaald”, zei Hezbollah-leider Nasrallah gisteren, twaalf uur nadat in Libanon een bestand van kracht werd.

In Jeruzalem gaf de Israëlische premier Olmert toe dat er ’tekortkomingen’ waren, na kritiek van de Israëlische oppositie. Maar Hezbollah kan in ieder geval niet langer „functioneren als een staat binnen een staat, als onderdeel van de as van het kwaad”.

Kort na het begin van de wapenstilstand gingen gisteren duizenden Libanese vluchtelingen op weg naar hun huis in het zuiden van het land. Honderden van hen bereikten al snel enkele dorpjes ten zuiden van de Litani-rivier en ten oosten van de havenstad Tyrus, ondanks de kapotgebombardeerde wegen en het Israëlische verbod zich te verplaatsen. Maar op het eerste gezicht gaat niemand naar het gebied in het diepe zuiden dat door Israël wordt bezet.

Als Ahmed Nassereddine in zijn dorp Sjihabia aankomt, ontdekt hij dat zijn benzinestation tien minuten eerder door een Israëlische luchtaanval is vernield. „Godzijdank hebben we het overleefd. Een gebouw kun je vervangen, een ziel niet”, reageert hij, vechtend tegen de tranen.

Duizenden auto’s verstoppen de vernielde weg die van de havenstad Sidon naar het zuiden loopt. De meeste wegen en bruggen zijn de afgelopen weken door Israël gebombardeerd. „Ik ga kijken of mijn huis nog overeind staat”, zegt Adel Abbas uit een dorpje in de buurt van Tyrus in de loop van de ochtend. „Als Israël woord houdt en zich aan de wapenstilstand blijft houden, haal ik later vandaag mijn gezin op.”

Aan de andere kant van de grens, In het Israëlische grensstadje Kirjat Sjmona, duiken vlak na achten lokale tijd de eerste Israëliërs uit de schuilkelders op. De laatste nacht voor het staakt-het-vuren knalde het Israëlische artillerievuur vanuit de omgeving onverminderd hevig richting Libanon. Maar om acht uur ’s ochtends, het moment dat het bestand ingaat, is voor het eerst in drieëndertig dagen het gekwinkeleer van de vogels weer volop hoorbaar. Tanks rijden in colonne weg van hun posities en in Metoela, een stadje boven op de grens met Libanon, kijken soldaten met verrekijkers het buurland in – waar een al even serene rust lijkt te heersen.

Boeren tuffen voor het eerst in weken op hun tractors naar de velden, hopend ten minste nog een deel van hun oogst te kunnen redden.

Elders rijden gelijktijdig de eerste militairen in bussen terug naar de basis, de camouflageschmink nog op de gezichten. Andere lopen zingend en elkaar op de schouders slaand het vaderland binnen, opgelucht na weken intensieve strijd in Libanon nog in leven te zijn.

De bijna duizend raketten die in Kirjat Sjmona en omgeving vielen, hebben diepe sporen nagelaten in het landschap. Daken zijn vergruisd, woningen geruïneerd en ijzeren hekken verwrongen.

Bovendien is ook veel natuur verwoest door de vele branden die ontstonden, telkens wanneer een katjoesja landde in een open veld. Grote oppervlakten heuvelland en velden zijn zwartgeblakerd. Het herstelproces, zo wordt gezegd, zal vijftig jaar duren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden