Een gebedje tegen de Duitse raketten

Nico ter Linden verbleef in de hongerwinter in Oene. „Ik zei mijn gebedjes voor mijn vader en moeder, mijn broer en mijn zusje en dat al die V2’s maar in zee mochten vallen.”

’Wil jij in je eentje naar Oene?”, vroeg mijn vader. Acht jaar was ik, het was hongerwinter in Den Haag. We waren geëvacueerd, we zaten met z’n vijven in twee kamers: vóór woonden we, achter sliepen we. In de hoek van de slaapkamer stonden vier rugzakken met kleren en noodrantsoenen, twee grote voor mijn vader en moeder en twee kleintjes voor mijn broer en mij, die konden we dan meenemen wanneer we bij een bombardement snel weg moesten. Mijn zusje kon nog niets dragen, die moest nog gedragen wórden.

Vlakbij ons huis werden ’s nacht V2-raketten afgeschoten, richting Engeland. Soms hield ineens de motor op, ik was altijd bang dat dat ding op ons huis zou vallen.

We aten bloembollen. Gepoft waren ze nog een beetje eetbaar, maar mijn moeder vond het vervelend dat ze vlekken op de kachel gaven. We kregen twee of drie dunne boterhammetjes per maaltijd. Ze lagen in de broodmand, naar ieders bordje toegewend, dan konden we geen ruzie krijgen.

„Wil jij naar Oene?”

Er was een brief van vrouw Kiezebrink gekomen, de boerin van ’Middelbeek’, een mooie oude boerderij met rieten dak, vlakbij Epe, waar we in de eerste jaren van de oorlog een paar keer met vakantie waren geweest

20 Jan 1945

Beste Fam ter Linden,

Zoo juist uw brief ontvangen en vernomen dat bij u nog alles goed is en nog bij elkaar zijt. Ja op de boerderij is ook alles nog goed. We hebben net vandaag het huisslachtingsvarken geslacht. En wat tegenwoordig wel een weelde is op de boerderij nog geen honger te lijden zoals in de stad. (...) Nu nog iets dat ik wou schrijven. Als uw kinderen of de jongens of Mevr. met de kinderen misschien allemaal erg ondervoed wordt, dan komen jullie maar een poos op de boerderij. (...) Nu ik moet eens weer eindigen. En weet u nu dat er nog wel een plaatsje voor jullie is, als het noodig is. Want die honger is niet prettig en komt alle dagen weer en wordt met de dag nog erger. Nu en verder hopen we dat wij ook op de boerderij mogen blijven wonen. Dat zal vooreerst ook nog wel of misschien als de Engelsen verder optrekken naar de Yselstreek. (...) Nu u schrijf maar eens weer terug of u er verder nog wat voor de bedoeling van ons voelt. Verder het allerbeste en Hartelijk Gegroet van ons allemaal.

Fam. D. Kiezebrink, Middelbeek, Oene

„Wil jij naar Oene?”

Ik glom. Niets heerlijkers dan Oene! Aan onze vakanties had ik de beste herinneringen: kippen en varkens voeren, eieren rapen, mee naar het land, bovenop de hooiwagen zitten, ik genoot. Naar Oene! In mijn eentje, want mijn broer zat al bij een tante en mijn zusje was nog te klein. Een kennis wilde me wel brengen, op de fiets, dan kon hij voedsel mee terug nemen. Hij op een grote fiets voorop, ik op mijn kinderfietsje er achter, aan een touw, dan kon hij me slepen wanneer ik moe werd.

We vertrokken vroeg, het was nog donker. „Zullen we nog wat zingen?”, vroeg mijn vader. Ik koos voor ’Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand’. Vader speelde op de piano, dat deed hij anders nooit.

We fietsten mee in een rare optocht: hongerlijders op de fiets, met bakfietsen en handkarren, leeg heen, zo vol mogelijk terug. Bij Nutricia in Zoetermeer kregen we soep. We moesten plat in een greppel gaan liggen toen er vliegtuigen overkwamen. Ergens lag een man onder een kleed, ze zeiden dat hij dood was. In mijn koffertje had ik een brief van mijn vader met wat adressen van mensen waar ik misschien wel terecht kon, wanneer mijn begeleider onderweg zou worden opgepakt.

Ik was er nog maar een paar dagen in Oene toen de dorpsschool door de Duitsers werd bezet. Er werd geen les meer gegeven, dus dat kwam mooi uit. Ik praatte Haags, ik wilde graag gauw Oenes leren. Willem hielp me daarbij, samen met Gerritje en Betsie, zijn twee oudere zusjes. De zondagsschool werd ergens op de deel van een boerderij in Zuuk gehouden, achter grote koeienlijven. Het was wel heel anders dan op de keurige Westhill-zondagsschool in het Statenkwartier, maar ik voelde me er snel thuis. Ik weet nog hoe mooi ik het vond dat we de allereerste keer Kinderen van één Vader zongen, dat lied kende ik:

Hoe wij mogen spreken,

in wat tong of taal,

kindren van één Vader

zijn wij allemaal.

De maanden vlogen om en ik kan me niet herinneren dat ik een ogenblik heimwee had. Ik schreef geen brief, ik kreeg geen brief, de telefoon was nog een onbekend apparaat, ik zei mijn gebedjes voor mijn vader en moeder, mijn broer en mijn zusje en dat al die V2’s maar in zee mochten vallen. De rest liet ik aan de ene Vader over.

Ik was de hele dag in touw, leerde nieuwe tafelmanieren, sjouwde hout naar en uit het blokkenhok, maalde voederbieten aan stukken voor de koeien, aaide de paarden. Op een middag hield Willem het achterend van een gans omhoog, net toen die een groot ei aan het leggen was. Iedere zaterdag waste vrouw Kiezebrink me van top tot teen, bij de pomp. Mijn haren waste ze met groene zeep, ik moest mijn ogen stijf dichthouden.

Toen we begin april op een dag de pinken naar Oenerbroek hadden gebracht, hoorden we dat er Canadezen in Welsum waren. Op onze sokken, de klompen in de hand, sprongen we over greppels en sloten en renden dwars over de weilanden naar ze toe. Ze hadden camouflagepakken aan met takken op hun helmen en ze droegen grote geweren. Wij er achteraan, we dansten en we sprongen in het rond. Willem en ik kregen allebei een pepermuntje van de Canadezen. Na een paar minuten hadden we hem allebei nog, en nog een paar minuten later nog steeds, tot onze verbazing. Het was onze eerste kennismaking met kauwgom.

Eind april werd in Epe het grote bevrijdingsfeest gehouden. Moffenmeiden werden kaal geschoren en uitgejouwd. Het bracht me in verwarring. Eerst moesten ze me uitleggen wat moffenmeiden waren. ’Goed zo’, dacht ik, ’neem ze maar te grazen, die vuile landverraders.’ Maar toen ik ze als geplukte kippen met angst in hun ogen van dichtbij op een kar zag langsrijden, kreeg ik meelij met ze.

Op een dag, het was half mei, kwam mijn vader zomaar het erf opstappen, hij had met een Engels legervoertuig kunnen meerijden. Ze hadden thuis niet gemeld dat ik in Oene zat, dus ze hadden extra bonnen gehad en een extra portie eten uit de gaarkeuken. Maar erg veel voedsel was er ook nu nog niet, zei vader. „Wil je mee terug of wil je nog wat blijven?”, vroeg hij fijngevoelig. Ik wilde graag nog even blijven. Met een grote tas vol spek en rogge ging vader naar Den Haag terug.

Ik bleef nog een paar weken voor ik weer naar huis ging. Het was wel wennen. „Praat nu maar weer gewoon”, zei moeder. Dat had ze niet moeten zeggen. Ik stelde voor bij het avondeten de pannen op tafel te zetten in plaats van het eten in schalen te doen, dan hoefden we die ook niet af te wassen. Het voorstel werd afgewezen. „Wij zitten hier niet in Oene.” Zat ik maar weer in Oene.

We keerden terug in ons oude huis, aan de andere kant van het mijnenveld en de tankgracht, die de Duitsers daar hadden aangelegd om de Engelsen tegen te houden, wanneer die in Scheveningen zouden landen. Je kon er over een smal pad naar toe. Er stonden doodskoppen op bordjes te waarschuwen dat je niet van dat pad afmocht.

Een paar weken geleden ben ik weer eens bij Willem geweest. Gerritje was uit Epe gekomen om koffie te zetten. We zijn allebei oude mannen aan het worden. Voor ik wegging leidde Willem me nog even rond over het erf. Heel onaardig van me, maar eigenlijk wilde ik het niet zien. Het is een modern bedrijf geworden met machines en een computer, een grote melkinstallatie en een tractor. Er staan geen paarden meer op de deel, er knorren geen varkens meer in de modder en er ligt geen hooi meer in de hooiberg. De hakmolen van de bieten staat er nog wel, maar ik geloof niet dat hij nog in gebruik is. Willem wees trots naar wat ze allemaal nieuw hebben gebouwd en ik zocht naar wat nog net zoals vroeger is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden