Een gat in de duinen: natuur, getemd en ontketend

Sommige mensen hebben hun oordeel snel klaar. “Die honderden hectaren Oostenrijkse en Corsicaanse dennen in de Schoorlse duinen, dat zijn exoten, die horen daar niet.” Nee, maar je achtertuin zal maar grenzen aan een vijftig meter hoge muur van zand, die zonder begroeiing het hele dorp Schoorl zou onderstuiven.

Die overlast is eeuwenlang reëel geweest. De kilometersbrede Schoorlse duinen waren een echte woestijn. Een zekere F. van Eeden (de vader van Frederik?) noemde ze in 1872 een zandgletscher, onder de indruk wellicht van het witte zand, dat past bij de kalkarme grond. Door datzelfde kalkgebrek wilde het van andere duinen zo bekende helmgras hier niet gedijen, zodat het zand vrij spel had. Al meer dan tweehonderd jaar geleden waren er plannen om de Schoorlse duinen te ontginnen. Toch duurde het tot begin deze eeuw, eer Staatbosbeheer eindelijk het zand wist te temmen. Dankzij die Oostenrijkse en Corsicaanse dennen.

Het aardige aan dit gebied is, dat waar aan de ene kant de natuur in toom gehouden wordt, vier kilometer westelijk, water, zand en wind juist weer alle vrijheid krijgen. De media waren er afgelopen najaar vol van. Staatbosbeheer heeft een gat in de buitenste duinenrij gegraven om het zeewater een paar keer per jaar - bij springvloed en gunstige wind - de kans te geven de Parnassiavallei binnen te stromen.

Reden genoeg om eens te gaan kijken bij deze 'kerf'. Dat blijkt heel simpel. Bij Bergen aan Zee loop je het strand op en 2,5 kilometer verder, bij paal 30,5 (de cijfers geven de afstand tot Den Helder aan) ben je er. Als je diepzinnig met wandelpartners loopt te praten en voortdurend naar de grond staart, heb je die kerf niet eens in de gaten. Want je zou een gleuf verwachten van het gat in de duinen naar de zee, maar die is er niet. Althans: nog niet. Maar een onrustige herfstmaand met vier stormen in korte tijd zou het aanzien van het strand wel eens kunnen veranderen.

Hoe dan ook, je mag de kerf gewoon in. Tenminste, het stuk dat dwars op het strand staat. De korte poot van het L-vormige lage gebied; de lange poot van de L mag je niet in. Maar vanaf een uitzichtpunt, even verderop, heb je wel een mooie blik op het geheel. Nu is het nog zanderig; natuurminnaars hopen dat er op den duur een brakwaterflora ontstaat. Wie op dat uitzichtpunt 180 graden draait, ziet aan de andere kant nog zo'n vallei, daar echter in ongerepte toestand, zoals ook de Parnasiavallei tot voor kort was.

We zetten de wandeling ruim een kilometer voort tot Schoorl aan Zee, even voor paal 29. Patat en bier zijn hier nauwelijks want Schoorl aan Zee is slechts per fiets of te voet te bereiken. Wij lopen er naar boven, volgen het fietspad tot paddestoel 20598, gaan daar het fietspad rechts tot de Mariaweg. Tot 1 juli is dat pad nog afgesloten, jammer, want er liggen heideveldjes die niet door begrazing zijn ontstaan zoals in Oost-Nederland, die er van nature al lagen. Is het pad open, dan aan het einde richting Berekuil, dan rechtsaf het fietspad op (Schoorlse Zeeweg tot een voetpad met bordje 'Muizenweg', de rest komt later in dit verhaal aan bod.).

Wij nemen bij de Mariaweg het voetpad in de tegenovergestelde richting. Even verder kruist dat een ander voetpad. Ga daar linksaf en volg het, net zolang tot u weer op het fietspad uitkomt. Een mooi voetpad is het, door een aangenaam naaldboslandschap. Terug op het fietspad is het niet zo ver meer naar Bergen aan Zee.

De tweede wandeling, vanuit Schoorl, is totaal anders. Niet alleen gaan de paden bijna steeds door naaldbossen, de hoogteverschillen zijn hier aanzienlijk groter dan in de buurt van de zee. Topjes liggen vaak vijftien tot twintig meter hoger dan de dalen; een overblijfsel uit de tijd dat de wind zand uit de westelijker gelegen duingebieden aanvoerde.

De route begint bij het Bezoekerscentrum, om precies te zijn bij paddestoel 20900. Hier komen een paar fietspaden samen, wij kiezen de richting 'Schoorl 0,7'. Voorlopig volgen we de paaltjes met de gele driehoekjes. Een paar honderd meter voorbij een 'dagrerecreatieterrein' wijken we evenwel af. Op deze T-kruising, waar de gele driehoekjes uitnodigen linksaf te gaan, lopen wij rechtdoor. Een eind verderop, na het oversteken van een breed fietspad, blijkt het voetpad ineens Muizenweg te heten. Volg dit pad voortdurend tot een pad naar rechts wordt gemarkeerd door een paaltje met rode driehoek. Vlak daarbij staat ook het bekende roodwitte markeringsteken van de lange-afstandswandelpaden. We lopen dit pad naar rechts geheel uit. Er komt dan een trap naar boven, even later gevolgd door een kleine houten uitzichttoren.

Dit punt is een absolute must. Waar we een hele dag hebben gebanjerd over strand, duinpaden en door bossen, staan we ineens voor een overweldigend panorama. Diep onder ons strekt zich het vlakke Noord-Hollandse land uit. In de verte liggen dorpjes als Dirkshorn en Sint Maarten en bij helder weer wordt ook Schagen zichtbaar. Links ligt Groet, even verderop de Hondsbossche Zeewering en daarachter de Noordzee. We zijn hier op de hoogste duinen van Nederland. Sterker nog: nergens tussen de Elbe en Duinkerken liggen duintoppen boven de 50 meter en hier vind je zelfs een zeven kilometer lange 'bergrug' van die hoogte.

Het restant van de wandeling volgt een klein stuk van deze keten. We lopen een paar honderd meter terug, volgen dan de witte driehoekjes tot die scherp naar rechts buigen. Wij blijven de duinrand zoveel mogelijk trouw, met hier en daar een doorkijk naar de 'laagvlakte'. Bij een zandhelling naar beneden, een steile trap af, een voetpad naar rechts en niet lang daarna zijn we terug bij het Bezoekerscentrum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden