'Een front tegen vreemdelingenhaat'

Morgen eindigt de actieweek 'Nederland bekent kleur' met een grote demonstratie op de Dam in Amsterdam. De aandacht voor racisme en discriminatie in de samenleving is overstelpend, nu ook in Nederland 'het vreemdelingenvraagstuk' steeds meer speelt. De organisatoren hebben hoge verwachtingen van de opkomst morgen. Aan de vooravond ervan en ter afsluiting van de actieweek twee tegengestelde meningen over de vraag: hoe zinvol zijn manifestaties tegen vreemdelingenhaat?

SYTSKE VAN AALSUM

Je kunt in een pittig debat van mening verschillen hoe je dat vorm geeft, als er zo'n demonstratie is, dan moet je als politiek nadrukkelijk zeggen: wij zijn aanwezig. Voor mij persoonlijk geldt: ik woon in Amsterdam en ben door mijn werk dagelijks met minderheden bezig. Dan is het logisch dat ik ga."

Met het racistische gehalte van de Nederlandse samenleving valt het volgens hem wel mee: "Je moet oppassen om mensen die zich niet meer veilig voelen op straat en zich bedreigd voelen in hun bestaan, meteen in de hoek van racisme te plaatsen. Daarmee doe je onrecht aan het signaal dat zij aan de politiek geven. Uitholling van het begrip racisme werkt contra-produktief. Maar het laat onverlet dat racisme wel voorkomt. En allochtonen hebben er recht op verschoond te blijven van discriminatie."

Het vreemdelingenvraagstuk staat - ook bij het CDA - hoog op de politieke agenda, sinds Bolkestein de ene na de andere uitspraak deed. Huibers vindt niet dat de politiek inspeelt op sentimenten die leven tegen vreemdelingen. Wel maakt hij zich zorgen over "een zekere verharding in het politieke klimaat: er is een harde toon in de discussie over integratie. Je moet die discussie voeren. Maar over dingen die hier niet spelen, zoals polygamie, moet je het helemaal niet hebben" .

Wel moet het volgens Huibers gaan over "het aanscherpen van rechten en plichten. Er is in dit land een te grote vrijblijvendheid over wat wel kan en wat niet kan. Maar dat is een algemeen maatschappelijk probleem, dat niet alleen allochtonen betreft. En dat dien je als politiek duidelijk maken. Discussies over zwartrijden in de tram, de leerplicht, de identificatieplicht moet je niet voeren over de hoofden van allochtonen heen" .

Dat dat laatste vaak wel gebeurt, en dat politici zich daar ook schuldig aan maken, ontkent Huibers. "In het debat over minderheden is de afgelopen anderhalf a twee jaar een aantal taboes doorbroken. Daar ben ik een groot voorstander van." Als voorbeeld noemt hij "de criminaliteit onder Marokkaanse jongeren: er is een bereidheid om dit thema te benoemen, te definieren en te analyseren. Als wij als politici die discussie niet voeren, dan gebeurt dat wel op straat of in de bus. Taboes moet je doorbreken, die laat je niet aan de borreltafel" .

Lubbers' recente uitspraken over 'kampementen' voor criminele jongeren zijn volgens hem beslist niet van het formaat "borreltafelgepraat: ik weet zeker dat hij heeft verwoord wat bij heel veel mensen leeft. Dat is ook de taak van de politicus: de discussie die leeft in de samenleving, een bepaalde richting geven" .

Losse flodders

Dat anderen, zoals de hoogleraar Righart elders op deze pagina, zulke 'losse flodders' vinden passen in een centrumdemocratisering van de politiek, ontkent hij stellig: "Het zijn geen losse flodders. Wel komt de dicussie vijf jaar te laat. Er is altijd, ook door ons, gedacht: laten we er maar niet over praten, het ligt veel te gevoelig. En dat we nu het zwartrijden willen aanpakken? Ik pas voor de beschuldiging dat ik dan 'centrumdemocratiseer'. Wij hebben het zwartrijden in Nederland zelf uitgevonden, dat hebben de Marokkanen niet meegenomen. We hebben de regels te vrijblijvend toegepast."

Het is een feit, erkent de CDA-politicus, dat voor veel burgers politiek Den Haag heel ver weg is. Als voorbeeld noemt hij het minderhedendebat van vorig jaar, waar hij zelf aan deelnam: "Daar staan dan de professionele beleidsmakers tegenover de professionele insprekers van minderhedenorganisaties. Zo'n debat is wel wat anders dan hetgeen zich in de oude wijken afspeelt."

Een oplossing voor diezelfde oude wijken, zegt Huibers, ligt op langere termijn voorhanden: "Bijvoorbeeld door veel gedifferentieerder te bouwen. Maar die ene mevrouw die in Osdorp tussen zes allochtone families woont, heeft daar op dit moment helaas weinig aan."

Integratie van allochtonen in de Nederlandse samenleving realiseer je niet van de ene op de andere dag, meent Huibers. Maar op termijn moet het lukken. Het heeft onder meer te maken met de opstelling van allochtonen zelf: "Ik proef bij de tweede generatie allochtonen een omslag in denken, en daar ben ik blij om. Ze zeggen duidelijk: ik blijf hier, dus moet ik mij hier waarmaken."

Demonstrerende politici vormen volgens Hans Huibers niet slechts een symbolische waarde. "Als er zich uitingen voordoen van racisme, dan heeft het zin om als gehele politiek te protesteren.

Toen bijvoorbeeld het Auschwitzmonument was vernield en er direct een relatie met vreemdelingenhaat werd gelegd, is er vanuit de totale politiek de reactie gekomen: 'Dit kan niet.' Dat heeft wel nut, al moet je de betekenis wel relativeren. Na zondag zal de samenleving er niet anders uitzien. Aangewakkerde gevoelens werk je niet weg met een demonstratie.

Demonstreren betekent zeker niet dat je alleen achter de feiten aan hobbelt. Als ik daar in die demonstratie meeloop, dan vind ik het een goed gevoel dat wij ons als politici, samen met al die andere burgers en organisaties in Nederland, als een gesloten front uitspreken tegen vreemdelingenhaat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden