Een frisse blik op jeugddans

Het festival ’Lab a/d Werf’ richt de spotlights op een nieuwe generatie choreografen van jeugddans, die het experiment aandurft.

In de dansvoorstelling ’Parade’ bewegen de dansers op marsmuziek, maar ze lopen niet in het gareel. De jonge choreografe Tabea Martin liet zich inspireren door kinderen die anders lijken te zijn dan anderen: een beetje maf, raar of gek. Maar ja, wie is er eigenlijk normaal, vroeg zij zich af.

Komende week presenteert productiehuis Het Lab in Utrecht het festival ’Lab a/d Werf’, en voor het eerst staan de schijnwerpers op een nieuwe generatie choreografen van jeugddans. Zoals Tabea Martin, Aitana Cordero, Erik Kaiel of Roger Sala Reyner.

„Het zijn eigenzinnige makers, die het experiment aan durven te gaan voor een jong publiek”, vertelt Moos van den Broek. De dansspecialist van het productiehuis voor jeugdtheater en jeugddans stimuleert de choreografen om het jonge publiek direct bij hun werk te betrekken. „Ze geven workshops aan kinderen, voeren gesprekken met hen en spelen in een vroeg stadium try-outs van hun voorstellingen. Om te zien en te horen wat hen aanspreekt en wat wel of niet goed uitpakt bij een jong danspubliek.”

Is dat goed te voorspellen? „De leeftijd speelt natuurlijk een rol”, zegt zij. „Een publiek van peuters en kleuters moet zich veilig voelen en vraagt om een soort structuur. Terwijl pubers al snel verveeld achterover leunen – die moet je juist prikkelen.”

Zij ziet vaak verhalende jeugddansvoorstellingen waarin de dansers rollen spelen in een combinatie tussen dans en toneel. „Maar dans kan ook goed voor zichzelf spreken”, vindt zij. „De taal van dans is heel toegankelijk voor kinderen, ze herkennen zichzelf gemakkelijk in beweging.” Zij kiest dan ook voor jonge choreografen die een eigen danstaal ontwikkelen en experimenteren met nieuwe, eigentijdse dansvormen. „Dans hoeft niet verhalend te zijn, maar het mag ook niet om een lege vorm gaan. Je moet wel een inhoud overbrengen en écht contact zoeken met het publiek.”

Zoals in de danssolo ’Nader Mij’ van Roger Sala Reyner. „Hij speelt letterlijk met het idee ’Ik ben hier op het toneel en jij bent daar in de zaal’. Zijn solo is een zoektocht in bewegingstaal naar het contact met de ander en laat de behoefte van mensen zien om zich met elkaar te verbinden.”

Een andere choreografe, de Spaanse Aitana Cordero, brengt tijdens ’Lab a/d Werf’ de voorstelling ’Sweet’, over zoet zijn en zoetigheid. „De kinderen zitten rond een tafel, heel dicht bij de dansers, en ze worden ook door hen aangeraakt. Ze krijgen en passant een aai of knuffel van de drie dansers, in een choreografie vol smakelijke beelden.”

Cordero is een veelzijdig talent, vertelt Moos van den Broek. „Ze is getraind in moderne dans en judo, ze speelt performances en is een veelgevraagd videokunstenares. Die veelzijdigheid zie je terug in haar choreografieën, die heel beeldend zijn.”

Tabea Martin, die de voorstelling ’Parade’ brengt, was geïntrigeerd door kinderen ’met een stempel’, die het etiket ’autisme’ of ’ADHD’ krijgen opgeplakt. Zij ging ervan uit dat bij iedereen wel een steekje los zit en dat het juist origineel is om uit de pas te lopen. „In haar voorstelling klinkt marsmuziek, met een herkenbare structuur die zich eindeloos herhaalt. Het dwingt de dansers als het ware om in het gareel te bewegen, maar in een speelse choreografie stappen ze daar steeds weer uit. Dat doen ze zó vaak dat het gaat irriteren. Het levert een grappige choreografie op, met personages die af en toe de weg kwijtraken.”

Het Lab werkt ook met dansers uit het circuit van de Urban Dance, vertelt zij. Bij groepen als DOX of ISH zijn streetdancers of skatedansers te vinden die zich graag tot choreograaf willen ontwikkelen. „Zoals Melissa Elberger, die bij jongerendansgroep ISH danste en een circusachtergrond heeft. Dat is een stijl die jongeren heel sterk aanspreekt.”

Naast het produceren van voorstellingen en het begeleiden van nieuw talent, heeft Het Lab de taak om een brug te slaan naar de bestaande gezelschappen voor de jeugd. Zodat jonge makers daar een werkplek kunnen vinden. „De jeugddans zit enorm in de lift”, zegt zij. Grotere gezelschappen als De Stilte, De Meekers, Merkx & Dansers, Danstheater Aya en Introdans Ensemble voor de Jeugd hebben sinds dit jaar een vaste plek in het gesubsidieerde bestel. Daarnaast groeit de belangstelling bij jonge choreografen om werk te maken voor kinderen of jongeren. Ook het landelijke jeugdtheaterfestival Tweetakt krijgt een steeds beter oog voor de jeugddans en is enthousiast op zoek naar verrassende voorstellingen. Verder is in Alkmaar een nieuw jeugddansfestival opgezet.

Wat is in dit circuit de verwachting van jonge choreografen? „Je merkt dat sommige makers van jeugddans lang aan de ontwikkeling van hun gezelschap hebben gewerkt.”Ze hebben hun eigen stijl ontwikkeld en daar bouwen ze op voort.” Jonge choreografen hebben die geschiedenis niet. Zij durven het roer om te gooien en iets totaal nieuws uit te proberen. „De nieuwe generatie die bij Het Lab werkt, heeft een frisse blik: zij zijn in staat de jeugddans een andere kleur te geven.”

Omdat pubers zich bij voorstellingen snel vervelen, moet je ze zien te prikkelen. Jonge choreografen ontwikkelen daarom een eigen danstaal en experimenteren met nieuwe, 'vreemde' vormen. (FOTO ANNA VAN KOOIJ)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden