Een fout(je) werd 'zacht ei' Bjorn Engholm fataal

BERLIJN - SPD-leider Bjorn Engholm is bezweken aan de late gevolgen van een campagne die hem al in 1987 kapot had moeten maken. Dit keer ligt de schuld niet bij zijn politieke tegenstanders, hoewel die (CDU-secretaris-generaal Peter Hinze, CDU-leider in Sleeswijk-Holstein Ottfried Hennig) ook nu weer luidkeels om zijn terugtreden hadden geroepen.

WIM BOEVINK

Een fout heeft de 53-jarige SPD-leider gemaakt en gisteren toegegeven. Geen grote misdaad was het, en zeker geen fout die anderen schade heeft berokkend. Hij had destijds tegenover de parlementaire onderzoekscommissie gezwegen over de ontmoeting die hij - op de late avond van 7 september 1987 - had met zijn advocaat, Peter Schulz.

Bij die gelegenheid, een week voor de deelstaatverkiezingen in Sleeswijk Holstein, had Schulz hem verteld van een ontmoeting met Reiner Pfeiffer, toen voorlichter van Engholms politieke rivaal, Uwe Barschel. Wat Schulz bij die ontmoeting vertelde, sloeg Engholm met verbijstering. De geruchten, belasteringen en verdachtmakingen die hij en zijn gezin tijdens die zware verkiezingscampagne hadden moeten doorstaan, waren rechtstreeks afkomstig uit de staatskanselarij van premier Barschel.

Die onvoorstelbare mededeling (zelfs aan het waarheidsgehalte van Pfeiffers onthulling twijfelde hij nog) had Engholm er die nacht bijna toegebracht zijn politieke carriere te beeindigen. Onder zulke omstandigheden wilde hij geen politiek meer bedrijven. Anderzijds had de SPD onder zijn leiding voor het eerst sinds jaren uitzicht op een verkiezingsoverwinning - mocht hij zijn partij in de steek laten?

Engholm worstelde met die vragen in eigen kring, met enkele vertrouwelingen, met zijn familie. Hij trad niet met zijn weten naar buiten, weigerde uit zijn kennis over de praktijken van zijn tegenstander politieke munt te slaan.

Dat Der Spiegel dankzij de bekentenissen van Pfeiffer een dag voor de verkiezingen de waarheid aan het licht bracht en daarmee Duitslands grootste politieke schandaal van na de oorlog onthulde, dat was niet Engholms verdienste.

Naar buiten toe verkondigde hij pas op dezelfde dag als de Spiegel-publikatie van Barschels praktijken op de hoogte te zijn gebracht. Het vervolg is bekend: Engholm won de verkiezingen met een absolute meerderheid en Barschel werd - als in een Grieks drama - levenloos in de badkuip van een hotelkamer in Geneve aangetroffen.

De bewering dat hij pas op 12 september en niet al op de zevende van Barschels handelen op de hoogte was gebracht, heeft Engholm tot voor kort volgehouden - om zijn eigen twijfels en gewetensconflicten van toen te verbergen. De affaire-Barschel leek begraven, totdat begin maart van dit jaar onthuld werd dat Engholms toenmalige partijvoorzitter, Gunther Jansen, uit eigen zak aan Pfeiffer veertigduizend mark had betaald. Daarmee werd de zaak opnieuw opgerakeld en is Engholm die kleine onwaarheid noodlottig geworden. Nu voltrekt zich de persoonlijke tragedie van een integere politicus die alsnog ten gronde gaat aan een affaire die een malafide tegenstander was begonnen.

Bijna alles aan Engholm lijkt een beetje 'zijns ondanks' te werken. Zonder een machtspoliticus te zijn werd hij in de politiek omhooggeworpen, eerst door het Barschelschandaal, later ook bij zijn verkiezing in mei 1991 tot landelijke voorzitter van de SPD en weer later bij zijn aanvaarding van het lijsttrekkerschap in januari 1992.

Veel afwerende verzuchtingen en bedenktijd waren aan deze beslissingen voorafgegaan. Engholm gaf daarbij de indruk liever wat tijd over te houden om een goed boek te lezen. Eenmaal tot lijsttrekker benoemd poogde hij wel zichzelf een vastberaden profiel te geven, maar telkens leek hij op zijn eigen oprechte - twijfels over de te volgen politieke koers te stuiten.

Zijn politieke naturel was niet dat van de harde oppositieleider die de confrontatie zoekt, zoals sommigen van zijn partijgenoten het wellicht graag gezien zouden hebben. Vaker zocht hij de consensus, zodat hij eens snerend 'de vleesgeworden ronde tafel' werd genoemd. Zijn grootste overwinning (en het bewijs dat hij tot leiderschap in staat was) leverde hij in november '92, toen hij in de SPD een doorbraak forceerde in het asielbeleid, een gebeurtenis die hem door de linkervleugel van de partij niet in dank is afgenomen.

Helemaal overtuigen kon hij echter zelden. Zo liet hij de cruciale discussie over de inzet van Duitse soldaten in VN-verband grotendeels over aan de defensiespecialisten en verraste hij vorige week nog menig partijgenoot onaangenaam door zijn theorieen over een 'tweede arbeidsmarkt voor mensen met minder dan het minimum-loon' te ontvouwen. Zijn imago als 'zacht ei' bleef altijd aanwezig, ondanks de flinkheid die hij wilde etaleren. Misschien is ook dat verwijt hem ten slotte opgebroken.

Voor sensibiliteit is in de politiek weinig ruimte. In zijn boek 'Vom offentlichen Gebrauch der Vernunft' dat in maart '91 verscheen komt naast veel gezond-verstandtheorieen een melancholieke dagboekaantekening voor, die voor Engholm typerend is: "Soms, na lange dagen vol redevoeringen, zenuwslopende debatten, uitvoerige dossierstudies, potten met koffie en ontelbare pijpen, kom ik 's nachts om een uur in een hotelkamer, werp een blik op het troosteloze assortiment van de minibar en op de ongelezen en niet geliefde dossiermappen en vraag me af wat er aan het einde allemaal van overblijft."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden