Een fonkelende wereld, zonder borende diepgang

Nicolaas Verkolje: Europa en de Stier (1735?1740). (Trouw) Beeld
Nicolaas Verkolje: Europa en de Stier (1735?1740). (Trouw)

Nicolaas Verkolje was bij leven zeer succesvol. Hij schilderde heel precies, maar zijn doeken missen drama.

Stefan Kuiper

Een Rembrandt herken je vrij gemakkelijk als een Rembrandt, een Vermeer als een Vermeer, een Frans Hals als een Frans Hals. Met schilders die rond 1800 werkten, is dat anders. Mannen als Hoet, Schalcken, De Lairesse en andere half of geheel vergeten meesters waren zo identiek in hun onderwerp en stijl dat hun ideeën stuk voor stuk afkomstig lijken uit hetzelfde schildershandboek (wat tot op zekere hoogte ook zo was, namelijk ’Het Groot Schildersboek’ van eerder genoemde De Lairesse).

Ook Nicolaas Verkolje was zo’n kunstenaar die schilderde binnen de gestaalde kaders van het classicisme. Verkolje (1673-1746) was een Amsterdamse kunstenaar, opgeleid in Delft, die met portretten en historiestukken al bij leven succesvol was. Kunstenaarsbiograaf Weyerman noemde zijn oeuvre een ’konstrijken oceaan’; De Lairesse had het over ’bekoorlijke en krachtige hartstochten’. Verkolje verkocht werk aan Britse, Duitse en Franse verzamelaars. Zijn werk kwam terecht bij beroemdheden als Catharina de Grote en de Hertog van Wellington; het Rijksmuseum Twenthe, dat met ’Mozes door Farao’s dochter gevonden’ (1740) één van Verkoljes belangrijkste werken in huis heeft, probeert die reputatie nu met een kleine, maar hoogwaardige tentoonstelling te rehabiliteren.

Verkoljes specialisme was het historiestuk. Hij maakte ambitieuze, fijngeschilderde ensembles waarvan het onderwerp vaak uit de klassieken of de bijbel kwam: ’Suzanna en de ouderlingen’ bijvoorbeeld of ’De roof van Proserpina’.

Wat opvalt aan die doeken is de wat afstandelijke weergave van het verhaal. Ze scoren laag op drama, actie, psychologie en dat soort zaken, maar des te hoger op de precieze weergave, op het kleine, grappige detail, de melkwitte huid van een bosnimf, een vogel die klapwiekend op een tak tot stilstand komt. Verkoljes wereld, zo lijkt het, was er één van fonkelende oppervlaktes – niet van borende diepgang.

Neem Europa en de Stier, (circa 1735-1740), één van Verkoljes beroemdste doeken. Ovidius’ verhaal (oppergod wordt stier en kidnapt meisje om onder plataan allerlei onuitsprekelijke dingen te doen) is spectaculair, en de meeste schilders – Titiaan, Rembrandt – proberen dat dramatische potentieel ten volle te exploiteren. Ze schilderen de ontvoering; de ontzette Europa; het opspattende water; licht! camera! actie! Zo niet Verkolje. Hij koos juist voor een rustiger episode uit het verhaal: de seconden voor de daadwerkelijke roof, wanneer alles nog pais en vree is en, om een tijdgenoot te citeren, ’den schalksen Jupyn in eenen Stier verandert, van de Nimfen met kranssen en bloemen versiert wordt.’

Het resultaat is mooi, maar ook een beetje tam, en leest als de beschrijving van om het even welk klassiek schilderij: bloemenkransen, ontblote vrouwenborsten en kereltjes met vleugels die druk in de weer zijn met een of andere bezigheid. De gezichten zijn symmetrisch, natuurlijk; de gewaden vallen in perfecte plooien uiteen, vanzelfsprekend; het is allemaal even knap, netjes en respectabel, kortom. De kijker vergaapt zich aan zo’n doek, zonder er écht warm of koud van te worden. Zo maak je dus een feilloos schilderij, denkt hij; waarderend, bewonderend – en een tikkeltje verveeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden