Een fluitend geluid en dan tzak boem

In 1792 ging de Duitse schrijverdichterfilosoof Goethe mee op veldtocht met zijn broodheer, de hertog van Weimar. Dramaticus als hij was, wilde hij de kleuren van de oorlog ervaren. De geluiden kreeg hij er bijgeleverd. Kanonskogels klonken volgens zijn beschrijving als 'ruisende boomkruinen, klaterend water en fluitende vogels'.

Hij is nooit naar het Parijs van de Franse revolutie gereisd om daar de kleurigheid en klankenrijkdom van de massale executies per guillotine op te tekenen. Want: hoe klinkt de guillotine? We moeten daarvoor ons oor te luisteren leggen bij de Franse componist Francis Poulenc. In de laatste scene, het veertiende tableau, van zijn opera 'Dialogues des Carmelites' uit 1955-56, beklimmen vijftien zusters uit het Carmelitessenklooster van Compiegne het schavot van de guillotine onder het zingen van het 'Salve regina'.

Het is een extatische zang waardoorheen Poulenc heel knap de reacties van het toekijkend volk vlocht. Daarbinnen speelde Poulenc zijn grootste en schokkendste effect uit. Iedere keer dat de bijl valt, klinkt een sissend-fluitend geluid dat eindigt in een fanatiek 'tzak', soms gevolgd door een zacht 'boem'. Telkens wordt de zang van het slinkend aantal nonnen zachter, totdat je van de laatste paar hoort, dat hun zang afbreekt. 'O dulcis Virgo Ma' tzak is het laatste wat de altijd vrolijke zuster Constance uitbrengt.

Dan neemt zuster Blanche, de ernstige hoofdrol in dit nonnendrama uit de Franse Revolutie, de zang over. Zij had zich aanvankelijk aan de opofferingsgezindheid van haar medezusters onttrokken, maar, getuige van hun executie, stapt zij de menigte uit, betreedt zingend het podium en laat zich onder de bijl leggen: 'in saeculorum saecula, in saeculorum' fffssstt tzak. Enkele gedempte maten orkestafronding en het doek valt.

Niet alleen dit veertiende tableau is bijzonder, de hele opera mag er wezen. Onder de tekst van het toneelstuk van Georges Bernanos uit 1948, zette Poulenc een muziektaal die verre van kwezelig en kloosterlijk is. De nonnen van Compiegne zijn mensen van vlees en bloed, met opera-achtige karaktertrekken geschilderd in hun emotionele expressiviteit (zoals de oude priores). Zij willen hun opdracht om te bidden, niet prijsgeven als de revolutionaire regering de opheffing van de kloosters gebiedt, zodat de inwoners nuttige burgers zullen worden. Onder de steeds grimmiger wordende condities van het terreurbewind van Robespierre, leggen zij op 17 juli 1794 in Parijs het loodje. Het verhaal berust op het verslag van een ontsnapte zuster.

Voor de opera was en blijft de Franse revolutie overigens een bron van inspiratie. Een meeslepend drama maakte de Italiaanse componist Umberto Giordano in 1895-96 van de terechtstelling van de Franse dichter Andre (Andrea op z'n Italiaans)de Chenier. Deze was een broer van de nog bekendere revolutie-dichter Marie-Joseph de Chenier. Andre evenwel was niet zo'n heethoofd; hij behoorde tot de gematigden en kwam daardoor in botsing met de jakobijnen van de felle Robespierre. Betiteld als 'aristocraat', een dodelijk scheldwoord, werd hij zo een vijand van het souvereine volk, met als gevolg dat hij werd gearresteerd en in de massaprocesvoering ten onder ging op 25 juli 1794, vlak na de nonnen van Compiegne.

Maar Giordano, hoe veristisch, dat wil zeggen naar de werkelijkheid, hij ook componeerde, zijn 'Andrea Chenier' eindigt niet met het geluid van de vallende bijl. Zijn laatste scene toont het moment dat Chenier en zijn geliefde Madeleine de kar beklimmen in de gevangenis om afgevoerd te worden. Giordano componeerde hier een hartstochtelijk duet over liefde en trouw, ondersteund door een kolkend orkest.

Hij en zijn librettist Illica bouwden naar goed gebruik een verzonnen liefdesverhaal onder de ware gebeurtenissen, waarbij zij gebruik maakten van gedichten van Chenier. Toen die op 31-jarige leeftijd stierf, was er vrijwel niets gepubliceerd, maar de negentiende eeuw ontdekte zijn lyrisch-romantisch talent. Componist en librettist moeten zich goed ingeleefd hebben in de periode honderd jaar voor hun tijd, want de schildering in het eerste bedrijf van het feodale Frankrijk tegenover de arbeidende klasse is meesterlijk. De rol van Chenier eist een tenor van grote lyrische en dramatische kracht.

Opvallend is dat er tweemaal een opera gecomponeerd werd ter viering van de val van de Bastille op 14 juli 1789. Dat was bij het eerste eeuwfeest in 1889. De Tsjech Dvorak componeerde in 1887-88 'De Jakobijn', een verhaal over een jongeman die door zijn verblijf in Frankrijk vernieuwingsideeen heeft meegenomen naar een vredig Boheems stadje. Het is een zeer melodieus, erg breedsprakig werk waarin een menigte aan liederen is verwerkt. De premiere was in 1889 in Praag.

Voor het tweede eeuwfeest kwam een pittiger werkstuk op de planken van de toen nog Oostduitse componist Siegfried Matthus. Hij had zelf een libretto geschreven over de figuur van Mirabeau. In de beginjaren van de revolutie speelde Mirabeau een centrale rol in de nationale vergadering met zijn voortdurende pleidooien voor een constitutionele monarchie. Hij stierf in 1791 tengevolge van, denkt men, een geslachtsziekte, want de man paarde een heftige seksuele geldingsdrang aan een zeer rationele denk- en redeneertrant.

Hij had, naar later bleek, geheime contacten met Lodewijk de Zestiende; toen dat bekend werd, verwijderde men zijn lijk uit het Pantheon, de heldenrustplaats. Matthus speculeert in de opera wat er met Frankrijk gebeurd zou zijn, als Mirabeau was blijven leven. Na de premiereseries in (toen nog) Oost-Berlijn, Karlsruhe en Essen is er weinig meer van dit werk met grootse koorpartijen gehoord.

Vrijwel tegelijkertijd stortte de DDR inelkaar op een wijze die herinnerde aan de eerste dagen van de Franse Revolutie. Honecker is er wel veel genadiger van afgekomen dan de veel onschuldiger Lodewijk. Een prachtige opera zou op dit thema gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld met de titel 'The Man behind the wall'. Met het guillotine-geluid in minimal music-stijl. Iets voor de schepper van 'Nixon in China', John Adams?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden